WebfeedRSS
Loading

Jongeling en de 'andere' jaren zestig

Nationalisme bij het GPV

Klei, E.

Wie denkt aan het Nederland van de jaren zestig denkt algauw aan de provobeweging met zijn antirookmagiërs, het witte fietsenplan, de seksuele revolutie, de bezetting van het Maagdenhuis, de Nacht van Schmelzer die de val van het kabinet-Cals inluidde en de oprichting van D'66 en Nieuw Links. De jaren zestig zijn de geschiedenis ingegaan als de tijd waarin hoogopgeleide jongeren in opstand kwamen tegen traditionele instituties als gezin, kerk, monarchie, politieke partij en universiteit, en hun ideeën op provocerende wijze onder de aandacht probeerden te brengen.

Geen ontploffing

Enkele nieuwe partijen probeerden de culturele revolutie in politiek te vertalen. In 1968, bijvoorbeeld, werd de PPR opgericht door katholieke radicalen. Ze waren ontevreden over de conservatieve koers van de KVP, die onder leiding van Norbert Schmelzer in 1966 het progressieve rooms-rode kabinet-Cals had laten vallen. In 1966 werd D’66 opgericht. Leider Hans van Mierlo wilde een ontploffing van het politieke bestel en pleitte daarom voor de rechtstreekse verkiezing van de minister-president en de herinvoering van het districtenstelsel. Ondanks het feit dat D'66 met zeven zetels debuteerde, ontplofte het politieke bestel niet. Van grotere invloed was Nieuw Links. De groep veroverde rond 1970 de sleutelposities binnen de PvdA. Nieuw Links was in 1966 opgericht na de Nacht van Schmelzer. De PvdA-radicalen waren fel anti-Amerika en anti-KVP en wilden door middel van de zogenaamde polarisatiestrategie een einde maken aan de confessionele dominantie in de Nederlandse politiek.

Nieuw Babylon in aanbouw

De collectieve herinnering van Nederland aan de jaren zestig is erg romantisch. Misschien is dit wel het sterkst het geval in de strip Van nul tot nu, waarin de ontzuiling, de provo-beweging en natuurlijk de vrije liefde bijzonder kleurrijk zijn verbeeld. De ontnuchtering kwam in 1995, zo'n tien jaar na Van nul tot nu. Bijzonder is ook dat een buitenstaander, de Amerikaanse historicus James Kennedy, het romantische beeld heeft gecorrigeerd. Volgens Kennedy waren niet de provo’s maar de pragmatische en toegeeflijke regenten verant- woordelijk voor de culturele revolutie in de jaren zestig, omdat zij maatschappelijke veranderingen als onafwendbaar beschouwden. Kennedy ontleende de titel van zijn boek aan de tentoonstelling 'New Babylon.' De basis van deze tentoonstelling werd gevormd door een kunstwerk van Constant Nieuwenhuys, die na het lezen van het boek Homo ludens van Johan Huizinga de idee ontwikkelde voor een utopische stad, waarin de spelende mens helemaal vrij kon zijn. New Babylon was een blauwdruk voor een nieuwe cultuur, waarin de mens bevrijd was van de als knellend ervaren banden van werk, kerk en gezin. De tentoonstelling is een metafoor voor wat er in de jaren zestig in Nederland gebeurde: er werd een nieuwe, revolutionaire cultuur geschapen waarin radicaal gebroken werd met het verleden.

'De andere jaren zestig'

Een andere historicus die het romantische beeld van de jaren zestig heeft bekritiseerd is Koen Vossen. In zijn artikel ‘De andere jaren zestig’ betoogt hij dat we ons te eenzijdig focussen op progressieve vernieuwers en daarom vergeten dat de jaren zestig ook tegenkrachten werkzaam waren. In 1967 behaalde niet alleen protestpartij D’66 zeven zetels maar ook de Boerenpartij van Hendrik Koekoek. Dat Koekoek in de geschiedenisboeken minder aandacht krijgt, komt omdat hij niet past in het progressieve beeld dat wij van de jaren zestig hebben, maar ook omdat zijn partij al vrij gauw ten onder ging aan interne ruzies. Volgens Vossen konden de Boerenpartij en andere rechtse partijtjes als gevolg van de grote maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig tot bloei komen. Een grote groep mensen was in reactie op deze culturele revolutie onzeker geworden over de toekomst. Lieden als Hendrik Koekoek en Louis Rudolph Jules Ridder van Rappard, die beide opkwamen voor gezagshandhaving en de rechten van 'de kleine man', stonden symbool voor de andere jaren zestig. Vossen biedt een interessant perspectief op de jaren zestig. Hij toont aan dat er in reactie op vernieuwingen een tegenbeweging opkomt. Vossen focust op reactionaire nationalisten, maar orthodoxe christenen passen in zekere zin ook in het plaatje van ‘de andere jaren zestig’.

Het revolutiejaar 1966 was ook het jaar dat de Evangelische Omroep en het Nationaal Evangelisch Verband (NEV) werden opgericht. Het NEV was een supportersorganisatie voor mensen die sympathie hadden voor de politiek van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), maar in de regel geen lid van het GPV konden worden omdat ze geen lid waren van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Het GPV, in de jaren veertig en vijftig een partij van en voor vrijgemaakten, probeerde met 'bondgenoten' de 'progressief-revolutionaire opmars' te stuiten.


Bestel het complete nummer over confessionele politiek, met dit artikel erin, voor slechts €5 door ons een e-mail te sturen (een acceptgiro wordt meegezonden).

Personalia Ewout Klei

Ewout Klei is historicus en aan de Theologische Universiteit (Broederweg) in Kampen bezig aan een proefschrift over het GPV.

 Alles over provo's en nozems

 Geschiedenis van de ChristenUnie & GPV/RPF

 De weblog van Ewout Klei


 Laatst gewijzigd: 13-06-11 - Geplaatst: 30-08-09