Houdt het weerloze weg van de Leviathan
Opinieartikel
Spruyt, B.J.
De redactie van Transparant heeft mij gevraagd een korte discussiebijdrage aan te leveren over het thema van dit nummer en daarbij vooral in te gaan op de vraag 'hoe christenen tegen de rol van de overheid in een geïndustrialisaarde samenleving zouden moeten aankijken'. Ik smaak bovendien het genoegen dat deze bijdrage zal worden afgedrukt naast een interview met de VU-econoom Bob Goudzwaard, die ik – en dat zeg ik er maar gelijk bij – medeverantwoordelijk moet houden voor een omslag in het christelijke politieke denken die ik zeer betreur.
Alexis de Tocqueville
Ik wil nu eerst in het kort het kader schetsen waarbinnen ik tegen de vraagstelling aankijk. De rol van de overheid is in de moderne tijd groter en groter geworden. Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te wijzen. Het meest verhelderend heb ik altijd de analyse gevonden van de Franse graaf en politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859), een analyse die ik hier natuurlijk slechts zeer verkort en gesimplificeerd kan weergeven.
Ondanks zijn aristocratische afkomst verzette Tocqueville zich niet tegen het proces van modernisering en democratisering dat zich om hem heen voltrok. Hij begreep dat dat proces onvermijdelijk was en dat de ontwikkeling naar meer sociale gelijkheid iets rechtvaardigs, zelfs iets 'providentieels' had. Tocqueville reisde naar Amerika om het verschijnsel 'democratie' te bestuderen. Hij deed dat als socioloog.
Ten tijde van het ancien régime, aldus Tocqueville, was iemands identiteit al bij zijn geboorte bepaald. En als je als dubbeltje was geboren, zou je nooit een kwartje worden. In de moderne tijd is dat totaal anders. Daar regeert het beginsel van de sociale gelijkheid en staat in principe alles voor iedereen open. Dat heeft geleid tot individualisme, en dat weer tot het zich opsluiten van mensen in hun privé- domein, alleen nog bezorgd over hun eigen belangen en genoegens, en dat heeft er weer toe geleid dat mensen steeds minder verantwoordelijkheid voor het publieke domein wilden aanvaarden, en steeds meer taken die vanouds door de civil society werden vervuld, aan de overheid gingen delegeren. Dat is een van de schaduwzijden van modernisering en democratisering die Tocqueville waarnam: een overheid die zich steeds meer taken en verantwoordelijkheden toeëigende en als een herder ging heersen over een kudde geatomiseerde schapen die zij in het gareel hield door ze hun natjes en droogjes te garanderen en ook voor hun kleine behoeften en pleziertjes in te staan.
De implosie van de civil society is daarna natuurlijk nog versterkt door het proces van industrialisatie en urbanisatie, dat leidde tot het ontstaan van een omvangrijk proletariaat en tot een samenleving waarbinnen de problemen zo complex waren dat traditionele insti-tuties als gezin, familie, kerk en de lokale gemeenschap niet meer in staat waren de problemen het hoofd te bieden. En omdat we inmiddels hadden geleerd – zo dachten we althans – dat er nog maar één instantie was die het algemeen belang kon behartigen, de staat, werd de zorg voor behoeftigen uitbesteed aan de overheid, die op den duur een omvangrijk stelsel van sociale zorg in het leven nep.
Abraham Kuyper
Dat zijn, grosso modo, de feiten. Maar belangrijker nog is de vraag hoe je je tegenover die feiten opstelt. Gelukkig hebben we in Nederland een denker gehad die niet alleen geverseerd was in Edmund Burke, maar ook in Tocqueville en die in aansluiting aan hun gedachtegoed over dit onderwerp heeft nagedacht. Ik heb het natuurlijk over Abraham Kuyper. Zoals bekend, hield Kuyper in 1891 een lange en indrukwekkende rede op het eerste Christelijk-Sociaal Congres. Die rede is gepubliceerd onder de titel Het sociale vraagstuk en de christelijke religie. Kuyper zei in die rede eigenlijk twee dingen. Hij zei dat wij (wij christenen) de sociale kwestie niet aan de socialisten mogen overlaten. Ook, ja juist voor christenen ligt er op dit terrein een belangrijke taak. En hij zei het een of ander over (nota bene) de manier waarop christenen hun sociale bewogenheid vorm moesten geven. Hij zei dus:
1. dat christenen sociaal bewogen moeten zijn, en
2. hoe zij dat moeten zijn.
Wat dat laatste betreft, benadrukte Kuyper het belang van instituties als gezin, familie en kerk. Was er ook een rol voor de overheid? Ja, die was er. Maar alleen in laatste instantie, zei Kuyper. Want anders halen we alle initiatief en levenskracht uit de samenleving.
Willem Aantjes verrees
Dit is nu precies het punt waar het om gaat. Denken van onderop, soevereiniteit in eigen kring, verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de samenleving neerleggen. En op dit punt heeft zich in de loop van de geschiedenis van de ARP een radicale omwenteling in het denken voltrokken. Bob Goudzwaard heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. In het proefschrift van Jan Jaap van den Berg is gedocumenteerd hoe Goudzwaard en de zijnen in de jaren zestig bijdragen in Antirevolutionaire Staatkunde publiceerden waarin zij het begrip 'soevereiniteit in eigen kring' gingen herdefiniëren en erin slaagden dat begrip precies het tegenovergestelde van zijn oorspronkelijke betekenis te laten krijgen. En men heeft Goudzwaard nog geloofd ook. Toen Roel Kuiper en George Harinck in de Ridderzaal hun boek over de geschiedenis van de ARP presenteerden, verrees de heer Aantjes van zijn stoel om de aanwezigen voor te houden dat Kuyper christenen toch had geleerd om in sociale kwesties socialistisch te denken. 'Te veel Goudzwaard gelezen', dacht ik toen...
Personalia Bart Jan Spruyt
Bart Jan Spruyt (1964, Ridderkerk) is historicus en sinds 2008 de nieuwe politiek columnist van het weekblad Elsevier, als opvolger van schrijver Leon de Winter.Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 14 (2003) No 3
Trefwoorden: Industriële Revolutie, Opiniestuk, Economische geschiedenis.
