Hulde aan de verzuilde geschiedschrijving!
Recensieartikel
Renssen, A. van
Begin mei dit jaar ging het officieel van start: het project Geschiedenis van de Christelijk Sociale Beweging. Dit omvangrijke historische project wil de komende tien jaar een grote inhaalslag maken in de geschiedschrijving van de organisaties en instituten van het protestants-christelijk maatschappelijk middenveld. Met die inhaalslag is de afgelopen jaren een voorzichtig begin gemaakt.
Dát er een inhaalslag gemaakt moet worden, is duidelijk. Al langere tijd zien Nederlandse publi- caties over de arbeidersbeweging het licht, maar vooral de laatste decennia beperkten die zich veelal tot vruchten van de socialistische traditie. Het Instituut voor Sociale Geschiedenis telt een forse rij uitgaven die de voorlopers van de NVV – opgegaan in de FNV – beschrijven, zoals het uit acht delen bestaande Biografische woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland, waarin vooral veel socialistische voormannen voor het voetlicht gehaald worden. Overigens stelde een van de belangrijkste Nederlandse vakbondshistorici, de voormalige marxist Ger Harmsen, enkele jaren terug dat de laatste decennia de geschiedschrijving van de christelijk-sociale beweging is verwaarloosd.
Eerder verschenen er wel overzichtswerken, onder andere van vooraanstaande CNV'ers als Hagoort, Amelink en Ruppert, van wie de levens inmiddels zelf onderwerp van historisch onderzoek zijn.
Minder wijgevoel
Niet-verzuilde geschiedschrijving moet het resultaat worden van dit werk, dat wordt gecoördineerd door het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme aan de Vrije Universiteit. In die geschiedschrijving zou volgens de organisatoren van het symposium dat het project inluidde, hoognodig met andere ogen naar de geschiedenis van het protestants-christelijk middenveld moeten worden gekeken. Dat wil zeggen: de producten uit het project moeten breken met het verzuilde wij-perspectief dat tot nog toe meer regel was dan uitzondering. Symposiumgangers die in de praktijk van het vakbondswerk stonden, meenden wel dat het werk van de historici vooral een inspiratiebron zou moeten zijn voor de werkers in het veld.
Onder de organisatoren van het congres bevonden zich degenen die binnen het HDC het onderzoekstraject coördineren: de historici Paul Werkman en Rolf van der Woude. Volgens hen is de geschiedschrijving van de christelijk-sociale beweging in het verleden geschreven met een vooropgezet doel, namelijk om te laten zien dat het 'eigen succes logisch voortkwam uit de gang van de geschiedenis'. 'De teleologische gerichtheid leidde ook tot een introverte geschiedschrijving, schrijven zij.
Zij waarderen het dat de afgelopen jaren veel historici zich afstandelijker opstellen tegenover de organisaties en de mensen die ze beschrijven. Eerder voelden veel historici 'zich verwant met de institutie(s) die zij beschreven en (met) de levensbeschouwing waarop deze gefundeerd waren (...) werd de keuze van een individu voor een organisatie in de ideologische georiënteerde geschiedschrijving als volstrekt legitiem en vanzelfsprekend beschouwd, de nieuwere werkwijze wil deze keuze juist problematiseren door de ideeën, denkbeelden, wensen en maatschappelijke context van de potentiële leden als uitgangspunt te nemen.' En: 'in oudere studies over sociaal-economische organisaties de nadruk vooral werd gelegd op het eigene, het bijzondere van de organisatie. Tegenwoordig wordt meer aandacht gegeven aan formele en functionele overeenkomsten en samenwerking.'
Personalia Anton van Renssen
Anton is journalist en redacteur van Transparant
Download het complete recensieartikel (Pdf)
Download het complete recensieartikel (Word)
Website "Van Renssen Journalistiek"
Jaargang 14 (2003) No 4 - themanummer Industriële Revolutie
Trefwoorden: Verzuiling, Economische geschiedenis, Recensie (artikel).
