WebfeedRSS
Loading

Robert Menasses innerlijke onrust

Interview

Graaf, B. de

De Oostenrijkse auteur Robert Menasse (1954) heeft een appartement in Amsterdam. 'Met een been in bet buitenland voel ik me in Wenen veiliger'. Voor zijn laatste roman Die Vertreibung aus der Hölle, die onlangs in de Nederlandse vertaling gepresenteerd werd, verbleef Menasse enkele maanden in de hoofdstad.

Dankzij dit door voormalig staatssecretaris Van der Ploeg geďnitieerde project 'artist in residence' kon Menasse onderzoek doen naar de geschiedenis van de Amster- damse rabbi Manasseh, die in de zeventiende eeuw voor de Inquisitie uit Spanje vluchtte.

Het geassimileerde joodse jongetje Mané – de latere rabbi Manasseh – wordt door de katholieke inquisitie vervolgd en belandt uiteindelijk in Amsterdam. Daar schopt hij het tot directeur van de joodse school. Toch is Mané niet gelukkig, want hij is niet meer wat hij was – een eenvoudige jongen. De hel was vreselijk, maar de verdrijving uit die hel levert evenmin geluk op. De verdrijving uit de hel gaat over personen die voortdurend op zoek zijn naar hun wortels en bestemming. Verlossing vinden ze niet, noch in de praktijk – ze horen uiteindelijk nergens echt bij –, noch in theorie. Menasse slaat in al zijn verhalen de lezer met antihegeliaanse beschouwingen om de oren. Hij gelooft niet in Hegels idee van de voortgaande ontwikkeling in de wereldgeschiedenis en netzomin in de christelijke idee van verlossing. Er bestaat geen vooruitgang in de geschiedenis en er is geen sprake van een verdergaande ontwikkeling van de Weltgeist. Integendeel, net als in zijn Trilogie der Entgeisterung laat Manasse ook hier weer zien dat de mensheid zich voortdurend 'terug' ontwikkelt.

De onrust van Mané, die de rest van zijn leven slijt met het zoeken naar zijn bestemming, vindt zijn pendant in de geschiedenis van Viktor Abravanel, de andere levenslijn die in de roman wordt uitgezet. Viktor groeit eveneens als zoon van geassimileerde joodse ouders op, maar de historische omstandigheden verschillen radicaal. Viktor is een naoorlogse, Oostenrijkse jongen die op het eerste gezicht weinig te lijden heeft. Toch is Viktor ook onrustig. Hij worstelt met zijn anderszijn, veroorzaakt door zijn joodse afkomst en de liefdeloze, kille opvoeding die hij van zijn gescheiden en gestoorde ouders krijgt. Hij stort zich op de geschiedenis van zijn voorouders, waaronder zich inderdaad Mané/Manasseh bevindt, en zoekt daarin een levensvervulling.



Amsterdam

Het is letterkundig beschouwd niet helemaal netjes, maar Viktors biografie kunnen we vrijwel naadloos naast die van Menasse leggen. Menasse groeide net als Viktor op in het verstikkende klimaat van het naoorlogse Oostenrijk en voelde zich eveneens van kind af aan anders door zijn joodse afkomst. Menasses ouders vluchtten voor de oorlog naar Engeland, kwamen terug naar Wenen, waar de schrijver geboren werd, en lieten zich daarop scheiden. En net als Mané voelt Menasse zich pas opgelucht zodra hij de opengeblazen, vrije hemel en de frisse zeewind in Amsterdam proeft.

Tijdens een interview in een Amsterdams café legt hij dat uit: 'De sfeer in Oostenrijk is drukkend, katholiek en bedreigend. Het merendeel van de Oostenrijkse bevolking is bigot, heeft een 'Doppelmoral' en ziet er geen been in beledigend te zijn. 's Avonds gaat men biechten en slaapt met een gerust geweten in. Amsterdam daarentegen wordt gekenmerkt door drie eeuwen liberaliteit. Mensen zijn hier rationeler en opener. Het ontstaan van de Nederlandse natie ging gepaard met een bevrijdingsoorlog. Oostenrijk heeft nooit een opstand of bevrijdingsoorlog gehad. Ik wil niet teveel aan volksgeestpsychologie doen, maar de 'Untertanenmentalität' zit er bij ons goed in. Dat noem ik de 'fietshouding': naar boven toe bukken, naar beneden trappen. Die uiterlijke onderwerping verbergt een innerlijke agressiviteit die mij angst aanjaagt. Nederland heeft een sterke zelfreinigende kracht, Oostenrijk niet.'

Menasse wil tijdens het interview achter in het café in de hoek zitten, met zijn rug naar de muur zodat hij zich niet bedreigd voelt. Hij praat graag over zijn tijd in Nederland. 'Ik zat elke dag of in het archief, of ik schreef, en 's avonds at ik in café Welling een hard gekookt ei. Dat was een gelukkige tijd.' Net als de hoofdpersonen in zijn boeken hangt de charmante Oostenrijker het liefst in cafés rond – als hij niet thuis zit te schrijven. In tegenstelling tot de vele mislukte figuren in zijn romans die eveneens schrijven, slaagt Menasse er echter wel in om met de regelmaat van de klok een volumineus boekwerk af te leveren. Zijn cafébezoek heeft ook methode: 'Voor elk personage dat ik in mijn verhalen introduceer, moet ik minstens vijftien werkelijke personen leren kennen en bestuderen.'

 Download het complete interview (Pdf)

 Download het complete interview (Word)


 Laatst gewijzigd: 11-07-09 - Geplaatst: 11-07-09