WebfeedRSS
Loading

Theorieën over de zin van de geschiedenis

Recensie

Mackay, E.

n.a.v. J.H.J. van der Pot, Sinndeutung und Periodisierung der Geschichte (Leiden: Brill, 1999), 1001 blz., €160.

Er zijn – ook in de wetenschap – landverhuizers en kadastermedewerkers. De historicus en geschiedfilosoof Johan Hendrik Jacob van der Pot (1918-1999) behoort tot de laatste categorie. Dat is uitdrukkelijk geen diskwalificatie, alleen een constatering Van der Pot ontgint geen nieuw gebied, maar hij beschrijft nauwkeurig door anderen ontgonnen gebieden – alleen de gevolgde methodiek onthult soms iets van creativiteit. Van der Pot was een encyclopedische en systematische geest. De ondertitels van zijn boeken, die allemaal de clausule 'een systematisch overzicht van' bevatten, zijn in dit opzicht – nolens volens, denk ik – autobiografisch. Van der Pots erfenis is zijn Sinndeutung und Periodisierung der Geschichte. Van der Pot geeft in dit boek een systematisch overzicht van de theorieën over de zin der geschiedenis. Hij koppelt hierbij de problematiek van de periodisering der geschiedenis aan de zinvraag. Deze koppeling heeft een innerlijke logica orndat de visie die iemand heeft op de geschiedenis – vooruitgang, achteruitgang, cyclisme, lineairisme, etc. – altijd een bepaalde cesurering van de geschiedenis impliceert. Het verschil met Van der Pots dissertatie De periodisering der geschiedenis (1951) is overigens dat nu niet de methodologie van de penodisering maar de inhoudelijke geschiedvisie die aan periodisering ten grondslag ligt, het perspectief bepaalt.

Het boek heeft een heldere opbouw. Het omvat vier hoofddelen. Het eerste hoofddeel is een inleiding in de thematiek. Het behandelt de mogelijkheid van een zinduiding vn de geschiedenis en van de daarmee analoge penodisering. Het centrale probleem van de zin der geschiedenis, zo betoogt Van der Pot, is dat van de historische samenhang.

Deze historische samenhang veronderstelt een bepaalde eenheid. Deze eenheid veronderstelt een regulatief principe dat die eenheid mogelijk maakt: is er zo'n principe of mag men zo'n principe postuleren?

De antwoorden op deze vraag variëren van een totale afwijzing van elke mogelijkheid tot zinduiding binnen de wetenschap (het scepticisme) tot een zeer geprononceerde erkenning van de mogelijkheid tot zinduiding (de christelijke visie). Van der Pot kiest hier zelf geen positie.

Van der Pot kiest wel positie inzake de periodisering. Wellicht komt dit doordat L.M. de Rijk hem in diens Middeleeuwse wijsbegeerte (1962) nogal heeft bekritiseerd op dit punt. De Rijk vezwijt Van der Pot een realistisch standpunt inzake periodisering. Dit realisme houdt in dat 'periode' – bijvoorbeeld 'Middeleeuwen' – de connotatie van 'een reëel ding' heeft. Van der Pot ontkent expliciet dat hij een dergelijke realistische positie innam of inneemt (hfst. 31, noot 1). Dit wil overigens niet zeggen dat Van der Pot de tegenovergestelde positie van het nominalisme inneemt. Volgens het nominalisme is 'periode' louter een 'naam', iets 'mentaals': een 'werkeconomische eenheid' (De Rijk). Van der Pot bekent zich expliciet tot een kritisch-realistische of seminominalistische middenpositie. In aansluiting bij Teesing verstaat hij 'periode' als een 'subjectieve vormgeving van objectief gegeven materiaal'.

 Download de complete recensie (Pdf)

 Download de complete recensie (Word)


 Laatst gewijzigd: 09-07-09 - Geplaatst: 09-07-09