WebfeedRSS
Loading

'Hoe warm het was en hoe ver'

Over de moderne pelgrim en zijn middeleeuwse voor- ganger

Prins, B.

Het is vier uur. Onze siësta is voorbij. Langzaam zwaai ik de massief houten deur van de pelgrimsherberg open. Even knipper ik met mijn ogen tegen het felle zonlicht. Dan richt ik mijn blik op de bonte groep pelgrims die zich op het terras verzameld heeft. Sommige gezichten ken ik al. Zittend op het dakterras van de herberg, genietend van het prachtige uitzicht over het heuvelachtige Navarra met zijn korenvelden en wijngaarden, heb ik de meeste van onze gasten al zien aankomen.

In het uiterste hoekje van het terras, wat afgezonderd van de rest van de pelgrims, zit een jongen. Hij draagt een korte broek, een T-shirt, en hij heeft stevige bergschoenen aan. Verder heeft hij een kleine rugzak bij zich. Wat het meest opvalt is de gitaar die hij bij zich heeft. Ik vraag me af waar hij vandaan komt en wat hem hier brengt. Hij is duidelijk één van de stillere types. Midden op het terras zit een clubje van vier vrouwen. Zeker géén stille types! Ze praten allemaal tegelijk, de één nog drukker en geagiteerder dan de ander.

Ik grijns. Typisch Spaanse vrouwen. Stel je voor dat er een stilte zou vallen! Ik hoorde ze al uit de verte aankomen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik bewondering heb voor het feit dat ze, na een vermoeiende tocht van ruim 25 km in de brandende zon, toch nog zo vol energie en vrolijkheid zijn. Vlak naast mij, bij de ingang van de herberg, zit de vrouw die al in het begin van de middag arriveerde. Ik zag haar aankomen over het pad dat naar de herberg leidt. Onderaan de laatste helling stond ze stil. Met de moed der wanhoop verzamelde ze al haar krachten om de laatste meters af te leggen. Haar grote, topzware rugzak leek haar haast achterover te trekken en het zweet droop in straaltjes van onder haar breedgerande hoed. Zou ze Amerikaanse zijn? Het blijft spannend om te raden welke nationaliteit de pelgrims hebben. Hoe zouden herbergiers in vroeger tijden dat eigenlijk gedaan hebben, communiceren met de pelgrims? Ik neem tenminste aan dat de Spaanse herbergiers destijds geen Engels, Duits of Frans spraken. En evenmin geloof ik dat de pelgrim uit den vreemde Spaans sprak.

Nog één keer kijk ik de groep pelgrims op het terras rond. En voor de zoveelste keer komen dezelfde vragen boven: wat drijft deze mensen, wat brengt ze hier op de eeuwenoude 'Camino', de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela? In hoeverre komen hun redenen om de 'Camino' te lopen nog overeen met die van hun middeleeuwse voorgangers?

Het verhaal begint met de roeping van Jacobus, de zoon van Zebedeüs, door Jezus. Jacobus laat alles achter en wordt een discipel van Jezus. Na Jezus' dood en opstanding vertrekt Jacobus naar Spanje om het evangelie te verkondigen. In ±44 na Christus keert hij terug naar Jeruzalem, waar hij door koning Herodus Agrippa onthoofd wordt (Handelingen 12:2). De volgelingen van Jacobus brengen zijn lichaam per boot terug naar Spanje (de zgn. translatie) en begraven hem daar. Hoe en wanneer precies het graf vervolgens later weer ontdekt wordt, daarover verschillen de bronnen. Volgens de ene zou een engel in een droom verschenen zijn aan een bisschop, volgens een ander aan Karel de Grote. In beide gevallen vertelt de engel waar het graf van Jacobus te vinden is, namelijk in een bos/veld in Noord-Spanje. Boven zijn graf zou een ster stralen. De ontdekking van het graf wordt gedateerd in het laatste kwart van de achtste eeuw, Al snel hierna, in de negende eeuw, worden de eerste bedevaarten naar Santiago gemaakt. In de loop van de volgende eeuwen bezoeken miljoenen pelgrims het bedevaartsoord. De middeleeuwse pelgrim kan grofweg worden ingedeeld in twee klassen: zij die vrijwillig op bedevaart gingen en zij die moesten.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 22-12-09 - Geplaatst: 07-07-09