WebfeedRSS
Loading

De jaren zestig: vloek of zegen

Rossem, M. van

Al enige jaren maakt de Nederlandse culturele elite zich zorgen over de normen en waarden. Die zouden in de afgelopen drie decennia verloederd zijn. Volgens de verloederingshypothese is de gemiddelde Nederlander een gewetenloze individualist geworden, die slechts denkt aan zijn eigen materiële belang en geen weet meer heeft van sociale discipline.

Het resultaat is een slonzige, anonieme samenleving, waarin al die welvarende individualisten eigenlijk op zoek zijn naar de gezelligheid en de zingeving van weleer.

Vroeger, zo’n halve eeuw gele- den, was alles anders en beter. Toen waren de Nederlanders nog hecht verankerd in traditionele sociale structuren, waardoor ze ijverig, beleefd en sociaal bewust waren. Van hedonistisch individualisme was nog sprake, de kerken zaten nog vol en iedereen wist nog alsof het vanzelf sprak wat de zin van het leven was. Criminaliteit kwam nauwelijks voor; overal in Nederland stonden de achterdeuren dag en nacht uitnodigend open. Het is die verloren wereld die de bezorgde cultuurfilosofen van gevorderde middelbare leeftijd, die die wereld als kinderen nog hebben meegemaakt, willen herstellen. In die lang vervlogen jaren was er nog geen sprake van de werkende vrouw. Alle Nederlandse moeders zaten 's middags te wachten tot hun kinderen moe maar tevreden uit school kwamen om ze dan te verwennen met een kopje thee en een voedzaam kaakje. Dat is wat Fortuyn met zijn politieke kruistocht werkelijk op het oog had: de terugkeer van zijn liefhebbende moeder, wachtend op de kleine Pim met een kopje thee in de erker van de doorzonwoning.

Omdat de Nederlanders zo gedisciplineerd waren en zo hard werkten, nam de welvaart snel toe en met de welvaart de mobiliteit en de scholingsgraad. Die veranderingen gaven velen het gevoel dat er meer mogelijk was dan de plots wat schraal ogende vrijheid in gebondenheid van de eerste twee decennia na de oorlog. De gezagsdragers die zo lang met een enkel woord de discipline hadden weten te handhaven, begonnen hun autoriteit te verliezen. Er stonden profeten op die beweerden dat de wereld van dé jaren vijftig een kleinburgerlijke wereld was, waarin het individu zijn ware mogelijkheden niet kon realiseren. Aangezien de welvaart eeuwig door zou groeien, zou de noodzaak arbeid te verrichten spoedig tot een minimum gereduceerd worden. Voor het eerst in de menselijke geschiedenis was de ware vrijheid onder handbereik. Alles kon, niets hoefde meer, de individuele burger kon al zijn wensen vervullen: 'I want it all, and I want it now'.

Jaren zestig televisie: Jasperina de Jong



De vervloekte jaren zestig waren begonnen. Op zoek naar het paradijs van de onbegrensde mogelijkheden, dat de ideologie van die jaren beloofde, verspeelden we vervolgens het ware paradijs van de jaren vijftig. Dat is, zij het misschien enigszins gesimplificeerd, de recente geschiedenis van de Nederlandse cultuur zoals die in de afgelopen jaren is geformuleerd. De bevrijdingsbelofte van de jaren zestig is op een bittere teleurstelling uitgelopen. De historische reputatie van de jaren zestig is niet veel meer waard, terwijl de jaren vijftig steeds positiever worden beoordeeld. Vrijwel al onze maatschappelijke kwalen waren toen afwezig en de oude Drees regeerde streng maar rechtvaardig.

Personalia Maarten van Rossem

Prof. dr. Maarten van Rossem is buitengewoon hoogleraar Cultuurgeschiedenis en Amerika-nistiek aan de Universiteit van Utrecht.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 28-12-09 - Geplaatst: 13-06-09