WebfeedRSS
Loading

De balans opgemaakt

Recente geschiedschrijving over de ARP (deel IV)

Velde, H. te

In een vrij kort tijdsbestek verscheen vorig jaar [in 2001] een overzichtsgeschiedenis en een aantal deelstudies over de historie van de Antirevolutionaire Partij. En intussen zijn ten minste nog twee studies verschenen over dat kennelijk roemruchte deel van de Nederlandse politieke geschiedenis.






Bespreking van:
R.H. Bouwman, De val van een bergredenaar. Het politieke leven van Willem Aantjes (dissertatie VU; Amsterdam 2002); George Harinck, Roel Kuiper en Peter Bak (red.), De Antirevolutionaire Partij 1829-1980 (Hilversum 2001); Rienk Janssens, De opbouw van de Antirevolutionaire Partij 1850-1888 (dissertatie VU; Hilversum 2001); D.Th. Kuiper en G.J. Schutte (red.), Het kabinet-Kuyper, 1901-1905 (Jaarboek voor de Geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800, jrg.9, Zoetermeer 2001); G.J. Schutte (red.), Belang(en)politiek. Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging, deel IV (Amsterdam 2002); J.P. Stoop, 'Om het volvoeren van een christelijke staatkunde'. De Anti-Revolutionaire Partij in het Interbellum (dissertatie VU; Hilversum 2001); Johan van Zuthem, 'Heelen en halven'. Orthodox-protestantse voormannen en het 'politiek' antipapisme in de periode 1872-1925 (diss. Nijmegen; Hilversum 2001).

Waar komt die hedendaagse belangstelling voor de ARP vandaan? Is die aandacht verrassend? Uniek, of is ze goed vergelijkbaar met die van andere voormalige zuilen? Wat is het eigene van deze antirevolutionaire geschiedschrijving en hoe verhoudt zij zich tot oudere geschied- schrijving?

De redactie van Transparant vroeg een aantal historici naar hun persoonlijke reactie op deze ontwikkeling. Achtereenvolgens vindt u de reactie van prof. dr. G.J. Schutte, hoogleraar in de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme aan de Vrije Universiteit te Amsterdam; prof. dr. H.N. Ridderbos, emeritus-hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit te Kampen; mr. dr. H.-M.T.D. ten Napel, universitair docent Publiekrecht aan de Universiteit Leiden; en prof. dr. H. te Velde, hoogleraar Politieke Cultuur van de Westerse Wereld in de Moderne Tijd aan de Rijksuniversiteit Groningen, en leider van het 'Pionier'-programma van NWO op het terrein van politieke cultuur. Voorafgaand schetst drs. A. de Jong op basis van de genoemde publicaties enkele historische lijnen. De illustraties zijn ter beschikking gesteld door het Historisch Documentatiecentrum van de VU, Amsterdam.

Is de geschiedenis van de ARP af?

Volgens de wat wat versleten uitdrukking van Hegel vliegt de uil van Minerva pas uit als het donker wordt. Historici zouden hun werk dus, naar analogie van de biograaf, het liefste pas beginnen als hun onderwerp heengegaan of tenminste op sterven na dood is. Is dit de reden dat er recentelijk zoveel gedaan is aan de geschiedenis van de ARP? Al deze inspanningen dateren immers van na het einde van de partij in 1980 en het opgaan in het CDA? De stapel boeken lijkt een monument voor een voorbij verleden. De dissertatie van Bosscher over de naoorlogse periode die verscheen in het jaar waarin de ARP verdween, was het eerste teken van een nieuwe histonsche aandacht voor de partij. Dit was het boek van een buitenstaander voor wie het een uitdaging was een wereld die hij niet kende te doorgronden.

Daarna duurde het enige tijd tot de recente indrukwekkende golf publicaties. Het zijn professionele, gedegen studies. En dan is er nog meer, zoals het werk van gangmaker Kuiper zelf die na zijn dissertatie over de buitenlandse politiek in de vroege fase van de ARP (1992) onder meer een studie publiceerde over de sociale stijd in de partij en de scheuring die tot de CHU zou leiden. De dissertaties zijn alle verdedigd aan de VU, maar de motivatie eivoor verschilt. Is een boek als dat van Van den Berg een nuchter opgevatte wetenschappelijke studie, het proefschrift van Stoop is blijkens het voorwoord meer dan een wetenschappelijke opdracht geweest voor de auteur. Hetzelfde geldt voor het samenvattende werk dat niet voor niets wordt ingeleid door de voorzitter van de Vereniging van Christen-Historici. Er is een nieuwe groep historici die met piëteit de oude partij beschrijft.

Deze nieuwe groep maakt het verschil uit met Bornewassers tweedelige geschiedenis van de KVP. Deze is ook een gedenkteken voor een partij die er niet meer is, maar de studie is het werk van een eenling en een terugblik aan het eind van zijn carrière. Het lijkt mij dat de ARP-boeken zich beter later vergelijken met de reeks van studies over de SDAP en de PvdA. Hun geschiedenis is minder systematisch afgedekt dan die van de ARR maar er is wel een stapel proefschriften over aspecten van de geschiedenis van de partijen, een samenvattend werk door een groep auteurs, en een connectie met voornamelijk één universiteit, in dit geval de UvA. Het is ook geen wonder dat juist de ARP en de SDAP/PvdA zoveel aandacht hebben gekregen. Zij zijn immers de best georganiseerde partijen geweest in de Nederlandse geschiedenis, hebben lange tijd de toon gezet in de politiek en hebben de meest tot de verbeelding sprekende leidersfiguren opgeleverd (Kuyper, Colijn, Drees, Den Uyl).

Personalia Henk te Velde

Prof.dr. Henk te Velde (1959) volgde per 1 augustus 2005 Jan Bank op als hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis bij het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. Eerder was hij als hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor een overzicht van het complete ARP-dossier klikt u hier.

 Download het complete ARP-dossier (Pdf)

 Download het complete ARP-dossier (Word)


 Laatst gewijzigd: 12-06-09 - Geplaatst: 11-06-09