Stuyvesant en de luthersen van Nieuw Amsterdam
De uitdaging aan het ideaal van een calvinistische maat- schappij
Goodfriend, J.D.
Tijdens de laatste zeventien jaar van haar bestaan werd Nieuw Amsterdam bestuurd door Petrus Stuyvesant, die werd gezien als de meest capabele directeur-generaal van Nieuw Nederland. Als zoon van een gereformeerde predikant ontwikkelde Stuyvesant een beleid voor de kolonie gebaseerd op een visie die zowel calvinisten in Nederland als de puriteinen in de naburige koloniën van Nieuw Engeland voor ogen hadden.
In de ideale maatschappij voor calvinisten doordrongen protestantse waarden elk aspect van het leven. Zij die in het bestuur zaten hadden de plicht om mensen te wijzen op de normen zoals de Bijbel die voorschreef.
Religieuze uniformiteit in Nieuw Amsterdam
Voor Stuyvesant betekende het realiseren van zijn ideaal van Nieuw Amsterdam als een goedgeordende calvinistische gemeenschap ook de confrontatie met religieuze laksheid en met religieuze concurrenten. Het was 'noodzakelijk dat algemene en publieke zonden als dronkenschap, misbruik van de naam van de Heer en de Sabbat, het publieke en algemene vloeken, zelfs door kinderen op de straten, de bijeenkomsten van sektariërs en andere ordeverstorende groepen, tegengegaan moeten worden en onmiddellijk vervolgd moeten worden door het vernieuwen van goede reglementen en wetten'.Stuyvesant aarzelde niet om wetten op te leggen die de moraal dicteerden, waaronder een reeks in toenemende mate rigoureuze sabbatswetten. Het handhaven van religieuze uniformiteit was ook essentieel voor Stuyvesant, die vreesde dat de open praktisering van een andere dan de gereformeerde religie niet alleen de maatschappij zou ontwrichten, maar ook het ongenoegen van God zou oproepen. Om zeker te weten dat de gereformeerde kerk de enige kerk van Nieuw Amsterdam zou blijven, werkte Stuyvesant agressief om religieuze alternatieven te elimineren. Voorkomen moest worden dat rivaliserende religies vaste grond aan de voet zouden krijgen in Nieuw Amsterdam.
Daarom moesten zij die het monopolie van de gereformeerde kerk om publieke samenkomsten te houden ter discussie wilden stellen, of worden opgenomen of worden buitengesloten. In de ogen van Stuyvesant waren luthersen de belangrijkste kandidaten voor lidmaatschap van de gereformeerde gemeenschap. Quakers daarentegen waren ketters die geen plaats verdienden in de kolonie. Joden, als niet-christenen, konden nooit kandidaten zijn voor opname in de calvinistische gemeenschap. Het was logisch om ze uit te wijzen.
Gebruikmakend van zijn autoriteit als directeur-generaal zette Stuyvesant een aantal mechanismen in werking om het gedrag van inwoners die nominaal gereformeerde protestanten waren te beïnvloeden. Tegelijkertijd ontwikkelde hij methoden om hen die een afwijkende overtuiging hadden van het gereformeerde geloof te onderdrukken. Hoewel de concrete beleidsmaatregelen die voortkwamen uit Stuyvesants visie verschillende vormen hadden, was er een onderliggende consistentie in zijn programma. De strategieën vulden elkaar aan, elk was bedoeld om een gelouterde gemeenschap te creëren, om zo Gods wil op Manhattan te realiseren.
Om de invloed van zijn beleid op de gemeenschap van Nieuw Amsterdam te kunnen peilen is het van belang de innerlijke logica van zijn visie, alsmede de aantrekkingskracht daarvan op de invloedrijke gemeenten in de zeventiende-eeuwse Atlantische wereld te kunnen begrijpen, met name die van de calvinistische voorgangers en hun aanhankelijke navolgers.
Het is ook van belang om de receptie van zijn programma te onderzoeken door de stad voor te stellen als de locus waar overlappende conflicten plaatsvonden tussen strikte calvinisten en hen die een meer open maatschappij voorstonden. De bestudering van de verschillende plaatsen waarin het plan voor een calvinistische maatschappij werd aangevallen, helpt ons om te begrijpen waarom Petrus Stuyvesant faalde in zijn poging om Nieuw Amsterdam in een calvinistische gemeenschap te transformeren.
De visie van Peter Stuyvesant
De confrontatie tussen de directeur-generaal en de luthersen over het toestaan aan luthersen om hun geloof in het openbaar uit te oefenen is een uitstekend voorbeeld van de interactie tussen Stuyvesant en zij die moeite hadden met zijn pogingen om calvinistische orthodoxie te waarborgen in Nieuw-Amsterdam. Ook geeft het inzicht in de bereidheid van mannen en vrouwen uit alle lagen van de bevolking om hun ongenoegen te uiten over wat zij als slecht beleid zagen, en de vernuftige manieren waarop zij dat deden in een maatschappij die verre van democratisch was. De inventiviteit van de bevolking van Nieuw Amsterdam in haar poging om de calvinistische kruistocht van Stuyvesant te frustreren, is van evenveel be-lang als de voor historici meer bekende interventies van de directeuren van de West-Indische Compagnie.Personalia Joyce D. Goodfriend
Joyce D. Goodfriend promoveerde aan de Universiteit van California in Los Angeles (UCLA), en is nu hoogleraar aan de University of Denver. Ze is de auteur van Before the Melting Pot: Society und Culture in Colonial New York City, 1664-1730 (1992) en redigeerde de bundel Revisiting New Netherland: Perspectives on Early Dutch America (2005). Ze publiceerde vele artikelen over de Nederlanders in koloniaal Amerika.Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 17 (2006) No 2 - themanummer religie en de Nieuwe Wereld
Trefwoorden: Amerikaanse geschiedenis, Emigratie, Kolonialisme.
