Een radicale vorm van geschiedvervalsing
De actualiteit van de Armeense Genocide
Lint, Th.M. van
De Armeense Genocide vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Ottomaanse Rijk en werd uitgevoerd in opdracht van een Speciale Organisatie, de Teskilat-i Mahsusa. Deze organisatie stond onder leiding van Bahaeddin Qakir, die was onderworpen aan het gezag van het Commitée van Eenheid en Vooruitgang, de Ittihad ve Terakki Cemiyeti; daarbinnen had het triumviraat van Cernal, Talat, en Enver de macht.
Het besluit tot vernieti- ging van de Armeense be- volking in het Ottomaanse Rijk leidde in de nacht van 24 april 1915 tot de arrestatie van leiders van het volk, de intellectuelen, kunstenaars en andere vooraan- staande Armeniërs in Constantinopel, die vervol- gens werden vermoord. Daarna lieten naar schatting zo'n anderhalf miljoen (uiteenlopende getallen worden genoemd) Armeniërs het leven, terwijl enige honderdduizenden erin slaagden te vluchten of te overleven. Over het tot zover gestelde kan inmiddels geen serieuze controverse meer bestaan.
Ontkenningsmachine
Toch moet wie deze voorstelling van zaken voor het voetlicht wil brengen opboksen tegen een van officiële Turkse zijde georganiseerde, goed geoliede ontkenningsmachine, die vooral sinds 1980 in de publieke opinie en tot op zekere hoogte ook binnen de academische wereld aanhang wist te verwerven. Men probeert van officiële Turkse zijde te voorkomen dat een overheid of parlement tot expliciete erkenning van de feiten overgaat, de Armeense Genocide ook als zodanig betitelt en dat vastlegt bij wet of in een officiële verklaring. In het geval van Nederland en de Verenigde Staten is dat tot dusverre helaas ook gelukt, in tegenstelling tot onder meer Uruguay, Frankrijk, Italië, België, Zwitserland, Griekenland en Rusland, die door een uitspraak van die inhoud door het parlement de Genocide wél als zodanig aanmerken en erkennen. In 1985 betitelde de Commissie voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties het gebeurde als genocide, in weerwil van zeer sterke Turkse druk. Twee jaar later, op 18 juni 1987 nam het Europese Parlement een resolutie aan, die de toetreding van Turkije tot wat nu de Europese Unie heet afhankelijk maakt van onder meer de erkenning van de Armeense Genocide.BBC-documentaire The Betrayed (Armeense Genocide)
De ontkenning door de Turkse overheid van het geplande, moedwillige karakter van de volkerenmoord op de Armeniërs dient radicaal te worden afgewezen. Ontkenning van genocide is een buitengewoon ernstige zaak, en hiennee komen we op het thema van deze bijdrage: de actualiteit van de Armeense Genocide.
Actualiteit Armeense Genocide
Immers, juist in deze ontkenning ligt een belangrijk aspect van de actualiteit van de genocide. Ontkenning is het sluitstuk van het gefaseerde misdrijf dat genocide heet. Deze wordt eerst besloten en gepland, vervolgens uitgevoerd en ten slotte ontkend. De ontkenning van de Armeense Genocide door de Turkse overheid is de laatste fase van de uitvoering ervan. Er kan hier niet uitvoerig worden ingegaan op de verschillende vormen die de ontkenning in de loop der jaren heeft aangenomen, van officiële Turkse zijde en door een aantal wetenschappers die als 'negationisten' kunnen worden aangeduid. De Amerikaanse historicus Richard G. Hovannisian onderscheidt vier vormen van ontkenning; volledige negatie, rationalisatie, relativering en banalisering. Deze kunnen worden beschouwd als verschillende tactieken om aan erkenning te ontkomen, ontwikkeld telkens wanneer de absolutere vonn van ontkenning niet vol bleek te houden. De laatste vorm, die van de banalisering, is ook in het kader van het onderwerp dat ons hier bezighoudt van belang. Deze behelst dat de twintigste eeuw in het algemeen gekenmerkt wordt door een zo hoge mate van geweld, dat speciale aandacht voor de tragedie van de Armeniërs niet gerechtvaardigd zou zijn.
'Men heeft gezegd dat de ontkenning ten doel had de geschiedenis te herschrijven, de uitvoerders te rehabiliteren en de slachtoffers te demoniseren. De ontkenning toont de kwetsbaarheid aan van het geheugen, van de waarheid, van de rede en van de geschiedenis. Israel Charny beschrijft de negationisten als arrogante moordenaars van de waarheid die het laatste hoofdstuk proberen te schrijven van de oorspronkelijke genocide door de herinnering van de menselijke geschiedenis te vermoorden. De genocide ontkennen is zijn vernietigend vermogen bezingen, de betekenis van het menselijk leven minimaliseren en het volk onderwerpen aan een absolute gehoorzaamheid aan de overheid en aan de autoriteit. Yisrael Gutman voegt hieraan toe dat de weigering de feiten van de genocide te erkennen een verschrikkelijke aanval inhoudt tegen de moraal en de argwaan voedt jegens de geschreven geschiedenis. Het proces [van ontkenning] wordt steeds subtieler, met de rationalisatie, de relativering en de banalisering. De negationisten houden zich meer bezig met het rechtvaardigen van het heden en met het vormgeven aan de toekomst dan met het geven van een eerlijk beeld van het verleden. Door de waarheid te verbergen, maken zij zich tot de verdedigers en de medeplichtigen van de grote misdaad.'
Personalia Theo M. van Lint
Dr. T.M. van Lint (1957) studeerde Slavische taal- en letterkunde en Vergelijkende Indo- Europese taalwetenschap in Leiden. Hij promoveerde in 1996 op het proefschrift Kostandin Erznkac’i. A Religious Armenian Poet. Hij is verbonden aan de Universiteit Leiden.Download het originele artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Startpagina Armeense Genocide (veel links en artikelen)
Jaargang 13 (2002) No 2
Trefwoorden: Eerste Wereldoorlog, Oorlogen, Armeense Genocide.
