Schotse theologiestudenten in de Republiek
Mijers, E.
De achttiende eeuw was een bijzondere tijd voor Schotland. Na ruim een eeuw van religieuze strijd, burgeroorlog en lnterregnum onder Cromwell, economische problemen, en een omstreden unie met naaste buur Engeland, brak rond 1730 een nieuwe periode aan. De Schotse Verlichting wordt ook wel bestempeld als de bloeiperiode die min of meer spontaan een einde maakte aan de lange, donkere zeventiende eeuw waarin orthodox presbyterianisme en een slechte economie iedere vooruitgang in de weg stonden.
Wie zich echter meer in de materie verdiept, ziet al snel een genuanceerder beeld verschijnen. De Schotse Verlichting heeft wel degelijk diepe wortels die teruggaan tot de zeventlende eeuw, met name de laatste twintig jaar. En wie nog beter kijkt, komt al snel in Nederland terecht. In de periode 1680 tot 1730 studeerden veel Schotten aan de Nederlandse universiteiten. Theologie studenten namen daar een bijzondere plaats bij in. In dit artikel worden deze studenten en hun relatie met de Nederlandse universiteiten onder de loep genomen. Hoewel zij in grote getale kwamen, zal blijken dat er sprake was van een vaak ongemakkelijke en dubieuze verhouding.
De relatie tussen de Lage Landen en de Britse Eilanden dateert al uit de twaalfde eeuw. De handel tussen met name de oostelijke kustgebieden, East-Fife, Dundee, Aberdeenshire en Edinburgh, was net als de Engelse in eerste instantie sterk gericht op wol. In de loop van de Middeleeuwen ontwikkelde zich een specifiek Schots-Nederlandse handel in de meest uiteenlopende goederen en in 1541 werd de Schotse Stapel van Brugge naar Veere verplaatst. Het was echter de Reformatie die de bijzondere relatie tussen Schotland en Nederland bevestigde. Beide landen ondergingen een lange strijd omwille van de nieuwe godsdienst. De oprichting in 1572 van de Scots Brigade ter ondersteuning van de Nederlandse opstan- delingen en hun strijd tegen Filips II, illustreert de nauwe verbondenheid van Schotland met de jonge Republiek.
Vice versa werden de bepalingen van de Synode van Dordrecht enthousiast ontvangen door de Schotse Kirk. De Republiek werd eerst een voorbeeld voor Schotland – onder Cromwell was er zelfs sprake van een unie 'tusschen mann ende wijff' – en vervolgens een vrijhaven voor bannelingen die het episcopaalse regime van de teruggekeerde Stuarts wilden ontvluchten. In 1660 kwam het puriteinse bewind van Cromwell tot een einde. Het herstel van de Stuart-monarchie onder Charles II had tot gevolg voor Schotland dat de Presbyteriaanse Kerk onder sterke druk kwam te staan. De Stuarts beloofden tolerantie voor episcopalianen en andere niet- presbyterianen; in feite betekende dit echter vervolging van predikanten en vooraanstaande presbyteriaanse politici en edelen.
In de zeventiende en de vroege achttiende eeuw hadden Schotland en Nederland een hechte band, gebaseerd op godsdienst, handel en onderwijs. De Republiek had op deze gebieden tot ver over de landgrenzen een uitmuntende reputatie. De Nederlandse universiteiten in het bijzonder werden in heel protestants Europa bewonderd. Bovendien hadden ze het voordeel dat ze de studenten geen eed of geloofsovertuiging oplegden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Oxford en Cambridge. Voor weinig landen echter was Nederland zo'n aantrekkelijk voorbeeld als voor Schotland, met name op het gebied van onderwijs en wetenschap. In 1708 werd bijvoorbeeld een begin gemaakt met de hervorming van de universiteit van Edinburgh naar Leids model. De ontwerper en stuwende kracht achter deze radicale verandering was de rectormagnificus William Hamilton, om één à twee jaar van hun studie in Nederland te volgen. Zoals echter onlangs nog bleek in Anne Skoczylas' voortreffelijke proefschrift over de hoogleraar theologie te Glasgow, John Simson, werd de invloed van de Nederlandse universiteiten niet altijd als even gunstig ewaren. Zowel Schotse studenten als professoren zetten hun vraagtekens bij het Nederlandse theologieprogramma en de universiteiten in het algemeen. Eigentijdse theologische gesehillen, met name de strijd tussen voetianen en cocceianen, werden als niet relevant ervaren. Bovendien werd de Nederlandse tolerantie ten opzichte van niet-gereformeerden als curieus en onorthodox beschouwd.
De Schotse gemeenschap in de Republiek
Tegen het midden van de zeventiende eeuw was er sprake van een uitgebreide Schotse gemeenschap in de Republiek, bestaande uit kooplieden, soldaten, vluchtelingen en studenten. Kloppend hart van deze gemeenschap was de Schotse kerk, die sinds de Dordtse Synode nauwe banden onderhield met de Nederlandse Hervormde Kerk. Zowel kooplieden als soldaten stichtten een groot aantal zogenaamde 'Engelse' kerken. De belangrijkste was de Scots Kirk in Rotterdam, opgericht door Schotse bannelingen in 1642. In haar binnenkort te verschijnen boek beschrijft de Britse historica Georgina Gardner de Schotse vluchtelingengemeenschap, die zich rondom deze kerk vormde in de jaren 1660-1690. Gardner verdeelt de leden van deze gemeenschap naar gelang hun motivatie en status in predikanten in ballingschap, definitive exiles (familie-, parochieleden en andere religieuze vluchtelingen), en possible exiles. Tot deze laatste groep rekent Gardner de politieke vluchtelingen en lieden die 'vrijwillig' naar het vasteland gingen. Met name deze periode zag ook een toename in het aantal Schotse studenten aan de Nederlandse universiteiten. Veel studenten, met name theologiestudenten, waren dan ook possible exiles.
Schotse studenten in de Republiek
Schotten waren gedurende de gehele zeventiende eeuw aan de Nederlandse universiteiten te vinden. In 1651 was zelfs de bekende theoloog Samuel Rutherford – tot twee keer toe – uitgenodigd om het hoogleraarschap op zich te nemen. Rutherford weigerde overigens, na in eerste instantie geaccepteerd te hebben, omdat hij Schotland niet wilde verlaten in tijd van (burger)oorlog. In de jaren 1680 kwam de Schots-Nederlandse academische relatie in een stroomversnelling.Personalia Esther Mijers
Dr. Esther Mijers studeerde in 1997 af in Groningen op de Schotse Unie van 1707. Onlangs promoveerde ze aan de universiteit van St. Andrews op haar proefschrift Scotland and the United Provinces: A Study in Educational and Intellectual Relations, 1680-1730. Momenteel is ze als AHRB Fellow verbonden aan de universiteit van Aberdeen en werkt ze aan een project over American Colonies, Scottish Entrepeneurs and British State Formation in the 17th Century. Ze is per e-mail bereikbaar op e.mijers@abdn.ac.ukDownload het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 14 (2003) No 2
Trefwoorden: 17e eeuw, Onderwijs, Schotland.
