WebfeedRSS
Loading

De burgermilitie van Florence

Van de twaalfde tot de veertiende eeuw

Stolk, M.

In middeleeuws Italië was het vooral de taak van de burgers om hun stad tegen vijanden te verdedigen. Wanneer de stad werd bedreigd, diende de burgermilitie een mogelijke aanval af te slaan. In de loop van de tijd werd er echter steeds minder van de militie gebruikgemaakt.

De keuze om manschappen uit de eigen burgers te rekruteren, had in de eerste plaats te maken met de samenstelling van de regering. Zo was de Florentijnse comune in het Duecento – de twaalfde eeuw – eerder bereid zijn burgers te bewapenen dan de hiërarchische regering van na de opstand van de dagarbeiders, de Ciompi (1378). Met het bewapenen van burgers zou immers de onrust en het gevaar in de stad alleen maar toenemen. In de tweede plaats was ook de militaire situatie van invloed op de keuze voor een burgermilitie. Bedienden bijvoorbeeld vijandige steden zich van een ervaren en geoefend huurleger, dan ken het overschakelen op een (aanvankelijk ongeoefende en ongedisciplineerde burgermilitie desastreus zijn.

In dit artikel wil ik duidelijk maken hoe de burgermilitie zich onder invloed van politieke en militaire gebeurtenissen heeft bntwikkeld. Daarbij richt ik mij met name op de situatie in Florence, waar de positie van de burgermilitie aan grote veranderingen onderhevig was.

De burgermilitie in de comune

Sinds de Lombardische steden in de achtste eeuw de bevolking opriepen om in het leger te dienen, berustte de verdediging van de stad bij de militie. Terwijl de dienstplicht in Napels en Sicilië onderdeel uitmaakte van de feodale verhouding tussen heerser en onderdaan, lieten de steden in het noorden en midden van Italië de oorlogvoering aan de bevolking over. Vanaf de dertiende eeuw bestond de Flo- rentijnse militie uit burgers die langere tijd actief aan het stedelijke leven hadden deelgenomen. Niet alleen was een actieve deelname aan de regering van de comune een vereiste, ook was het noodzakelijk dat iemand een bepaalde mate van welstand had bereikt en permanent in de stad woonde. Van elke mannelijke burger werd verwacht dat hij zijn wapens gereed had liggen, klaar om zijn taken voor de comune te vervullen. Deze taken beperkten zich veelal tot het lopen van de wacht, het verdedigen van de muren ten tijde van beleg, of het neerslaan van een opstand in of buiten de stad.

Deze dienst in de militie gebeurde op vrije basis. Doordat de oorlogen meestal kort van duur en klein van schaal waren, veroorzaakte afwezigheid om in de militie te dienen geen schade aan het economisch verkeer of de landbouw. Het grootste deel van de communemilitie bestond uit infanteristen. Zij hadden voornamelijk een defensieve rol. Van de rijkere burgers werd verwacht dat ze als ruiter de stad zouden dienen. Niet alleen was de aanschaf en het bezit van een paard een dure aangelegenheid, het vergde ook de nodige vaardigheid en oefening om er effectief gebruik van te maken. Doorgaans werden de ruiters dan ook gerekruteerd uit de adel.

De Florentijnse militie was in de eerste helft van het Duecento nog succesvol in de verdediging van de comune, maar het kwam steeds vaker voor dat een huurleger (gedeeltelijk) de taken van de militie overnam. Deze ontwikkeling had in de eerste plaats een zuiver mili-taire oorzaak. Al bij Montaperti (1260) bleek de Florentijnse militie niet opgewassen tegen de door Siena gehuurde Duitse ruiterij. Ondanks het numerieke overwicht moest de Florentijnse infanterie het afleggen tegen de goed geoefende lichte cavalerie van de Sienezen. Ook bij de slag bij Campaldino in 1289 bleek de cavalerieaanval, nu van de Florentijnen, beslissend voor de afloop van de slag.

In de dertiende eeuw, het Trecento, zette deze ontwikkeling zich voort. Terwijl de ruiterij en de goed geoefende huurlegers relatief belangrijker werden, moest de militia aan belang inboeten. Het grootste deel van het leger bleef echter gewoon uit infanteristen bestaan. Niet alleen was het bewapenen van het voetvolk goedkoper dan de aanschaf van een dure uitrusting voor de ruiter, ook konden zij gemakkelijker in grote aantallen worden gerekruteerd en getraind. Daarnaast nam het gebruik van (kruis)bogen toe en werkte de specialisatie in deze wapens professionalisering in de hand. De hoge kosten (van bijvoorbeeld paarden en harnassen) en de vereiste langdurige training hadden tot gevolg dat de legers meer en meer uit beroepssoldaten gingen bestaan.

Het succes van de ruiterij had echter ook gevolgen voor de sociaal-politieke verhoudingen in de stad zelf. De rijke bankiers en kooplieden, die tot de popolo grasso behoorden, verzetten zich tegen de toenemende invloed van de adel in politieke en militaire aangelegenheden. Niet alleen trachtten zij de gelederen in de regering te sluiten, ook waren zij bang dat de burgermilitie hun positie in gevaar zou brengen. Partijstrijd in de stad zelf verhinderde dat er überhaupt een effectieve militia kon worden gevormd. Zowel de verstoorde interne verhoudingen in Florence als de militaire superioriteit van buitenlandse huurlegers waren een rem op het gebruik van de eigen burgermilitie.

Opkomst van de condottieri

In de oorlogvoering werd steeds vaker gebruik gemaakt van een combinatie van huurleger en militia. De nederlagen van Florence tegan keizer Hendrik VII bij Montecatini (1315) en tegan Castruccio Castracani, da heerser van Lucca, bij Altopascio (1325) brachten echter de zwakke kanten van deze combinatie aan het licht. Om uiteenlopende redenen werd het dienen in de burgermilitie steeds minder aantrekkelijk.

Personalia Maarten Stolk

Drs. J.M. Stolk is verbonden aan de Faculteit der Godgeleerdheid aan de VU. Hij bereidt een proefschrift voor over Calvijn en de godsdienstgesprekken in Hagenau, Worms en Regen- burg.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)

 Alles over de geschiedenis van Florence (Engelstalig)

 E-book: Niccolo Machiavelli - The History of Florence (ca. 1523)


 Laatst gewijzigd: 12-05-09 - Geplaatst: 12-05-09