WebfeedRSS
Loading

Zwevende partijen maken zwevende kiezers

Napel, H.M. ten

Kenmerkend voor de Nederlandse politiek is vanouds, dat de politieke partijen zijn te herleiden tot politieke stromingen, terwijl deze politieke stromingen op hun beurt weer voortkomen uit de geestelijke stromingen van het rooms-katholicisme, het humanisme en het orthodox-protestantisme. Dit 'drievoudig snoer' van politieke partijen, politieke stromingen en geestelijke stromingen is mede te danken aan de christelijke partijen. Toen deze eenmaal waren opgericht, zagen de seculiere partijen zich genoodzaakt eveneens op een fundamentele wijze politiek te bedrijven.

Lijst Pim Fortuyn (LPF)

Behalve inhoudelijk, is de politiek in Nederland traditioneel ook spannend van karakter. Vanaf het begin van onze parlementaire geschiedenis zijn de diverse geestelijke en politieke stromingen met elkaar verwikkeld in een permanente strijd om de cultuur. Daarbij berust het primaat nu eens bij de ene, dan weer bij de andere stroming. Schematiserend, kan men stellen dat eerst de liberalen dominant waren (negentiende eeuw), vervolgens de confessionelen (1901-1939), terwijl in de loop van de naoorlogse periode een terugkeer lijkt te zijn opgetreden naar een tijdperk van humanistische dominantie. Hiernaast is in deze laatste perio-de sprake van een geleidelijke afname van de banden tussen politieke partijen en politieke stromingen enerzijds en politieke stromingen en geestelijke stromingen anderzijds ('amerikanisering'). De opkomst van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) vormt hiervan het meest recente voorbeeld. Tegelijkertijd neemt het aantal 'zwevende kiezers', dat wil zeggen kiesgerechtigden die tussen twee verkiezingen in van partijvoorkeur veranderen, toe. Weliswaar werd het aantal zwevende kiezers ook in 1948 al geschat op 17%, maar thans ligt dit aanzienlijk hoger.

Inzicht in de achtergrond van deze kentering biedt het enige tijd geleden verschenen boek Onze verwarrende wereld en wij. Op weg naar een nieuw tijdperk in onze cultuur van oud-directeur W.C.D. Hoogendijk van de Dr. A. Kuyperstichting. De centrale stelling hierin luidt, dat wij ons bevinden in de eindfase van een tijdperk, in de zin dat zowel christendom als humanisme aan spankracht hebben ingeboet. Volgens Hoogendijk is het denkbaar dat er in de 'global village' van de toekomst een 'nieuwe spirituele dynamiek' zal ontstaan, 'die zowel de joodse, als de Atlantisch christelijk-humanistische, als de Arabisch-islamitische cultuur- kring omvat'.

Verwelkt humanisme

Vooralsnog is er echter sprake van een 'verwelkt humanisme'. Voor de politieke stromingen en partijen die op dit humanisme stoelen, blijft als gevolg hiervan slechts pragmatisme als 'overlevingsscenario' over. Een partij als D66 vormt hiervan bijkans de belichaming. Ook binnen de VVD, echter, faalde enkele jaren geleden de poging van Bolkestein om een debat op gang te brengen over de ideële grondslagen van het liberalisme. En zelfs voor het humanisme in de sociaal-democratie geldt, dat het 'niet meer gevoed wordt uit een geëxpliciteerde levensvisie, een geëxpliciteerde maatschappijbeschouwing, een geëxpliciteerd normenpatroon, maar (...) pragmatische antwoorden zoekt op de werkelijkheid die men aantreft'.

Maar ook het christendom is volgens Hoogendijk ‘ontheemd’. De oorzaak hiervan is dat de Woordopenbaring, vanouds het bindende element in het christendom, langzamerhand steeds meer ter discussie is komen te staan. Een herverkaveling in christelijke kring is het gevolg. De dominante scheidslijn loopt niet langer tussen rooms-katholieken en protestanten, maar tussen moderne rooms-katholieken en protestanten enerzijds en orthodox-protestanten anderzijds. Deze laatsten kunnen worden gerekend tot de richting van het ‘behoud’, waartoe ook andere conservatieven behoren. In politieke zin wordt deze richting vertegenwoordigd door de SGP en, zij het in iets mindere mate, de ChristenUnie.

Kenmerkend voor de moderne christenen is dat zij 'afstand doen van verworven zekerheden, om die als risicodragend kapitaal in te zetten voor een nieuwe onderneming'. De hieruit voortvloeiende zoektocht zal in beginsel altijd iets houden van een 'ontdekkingsreis naar de toekomst, zonder dat wij nu reeds weten hoe wij daar zullen aankomen en wat wij daar precies zullen aantreffen'. Dit betekent echter nog niet per definitie karakterloosheid, immers 'ook wie géén fundamentalist is draagt overtuigingen in zich waarover niet te marchanderen valt'. In politiek opzicht vormt de christen-democratie de representant bij uitstek van deze middenweg tussen pragmatisme en behoud.

Personalia Hans-Martien ten Napel

Mr. dr. H.-M.Th.D. ten Napel is als universitair docent werkzaam bij het departement Publiekrecht, afdeling Staats- en bestuursrecht, van de Universiteit Leiden.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 11-05-09 - Geplaatst: 11-05-09