Onvoltooid verleden tijd
De rol van geschiedenis in het conflict op de Molukken
Manuhutu, W.
De oorlogen in het voormalige Joegoslavië aan het einde van de vorige eeuw zijn exemplarisch te noemen voor het gebruik van geschiedenis in conflictsituaties.
Krantenlezers werden teruggevoerd naar de vroege Middeleeuwen – de beroemde slag op het Merelveld waarbij Turkse troepen een Servische krijgsmacht versloegen – of naar de Tweede Wereldoorlog – waar pro-Duitse Kroatische Ustasha moordpartijen uit- voerden onder Servische partizanen – terwijl aan de hand van reisliteratuur uit de negentiende eeuw gepoogd werd inzicht te krijgen in de volksziel van de volkeren op de Balkan.
Het gevaar dat besloten ligt in het op deze wijze kijken naar de geschiedenis, is dat soms te gemakkelijk voorbijgegaan wordt aan het manipulatieve gebruik van geschiedenis in conflictsituaties. Al dan niet reëel historisch onrecht kan een krachtig middel zijn om aanhang te mobiliseren en groepen tegen elkaar uit te spelen. De rol van politici en opiniemakers is in dit verband belangrijk. Met de aantekening dat ieder conflict uniek is en zijn eigen dynamiek heeft, vallen juist ook de parallellen op tussen conflicten zoals in het voormalige Joegoslavië en in de Molukken, zeker waar het gaat om het gebruik van de geschiedenis in conflictsituaties.
De Molukken in de geschiedschrijving
Hoe was het officiële beeld van geschiedenis van de Molukken voorafgaande aan het uitbreken van het geweld in januari 1999? Uit de Indonesische historiografie rijst het beeld op van een gebied dat vanwege zijn rijkdom aan kruidnagelen en nootmuskaat eeuwenlang het strijdtoneel is geweest van koloniale machten, waarbij uiteindelijk de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) als overwinnaar overbleef. Door de bevolking werd meerdere malen tevergeefs strijd geleverd tegen de koloniale overheerser. Dat leverde de Molukken in ieder geval een nationale Indonesische held op, de leider van een grote opstand tegen de Nederlanders in 1817: Thomas Matulesia, beter bekend als Pattimura. Opgenomen in het pantheon van nationale helden, is zijn beeltenis te zien op postzegels, terwijl in veel grote Indonesische steden een Pattimurastraat niet ontbreekt.
In cultureel opzicht is het beeld van de Molukken dat lange tijd gekoesterd werd een beeld waarin de twee grote religieuze gemeenschappen, moslims en christenen, elkaar niet alleen respecteerden maar ook met elkaar samenwerkten. Daarbij werd steevast verwezen naar het bestaan van bijzondere bondgenootschapsbanden – pela – die tussen dorpen met een verschillende religieuze achtergrond konden bestaan. Samen met het gevoelen deel uit te maken van een groot verband – aangeduid met de verwantschapsterm gandong – vormden deze banden het cement dat de samenleving in de Molukken bij elkaar hield. Als een van de weinige gebieden in Indonesië waar moslims en christenen elkaar getalsmatig relatief in evenwicht hielden, was het beeld van religieuze harmonie een extra asset in de promotiecampagnes die werden gevoerd om de Molukken onder de aandacht van toeristen te brengen.
De Nederlandse historiografie van de Molukken is, hoe kan het ook anders, sterk bepaald door de koloniale ervaring. Het voert te ver om in het kader van deze bijdrage in te gaan op de veranderingen die zich in de loop van de eeuwen hebben voorgedaan in het beeld van de Molukken. Hier is het van belang om te weten dat aan het einde van de negentiende eeuw een beeld van de Molukken vastere vormen aanneemt dat gekoppeld is aan de functie die met name christelijke Molukkers in het koloniale apparaat gingen vervullen als rechterhand van het Nederlandse gezag.
Zoals door onder meer de Australische histcricus Richard Chauvel is aangegeven, ontwikkelt zich in de laatste decennia van de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw het imago van de Molukken als een christelijk gebied dat trouwe onderdanen en werknemers van het Nederlandse gouvernement oplevert. Dat in dat beeld het islamitische bevolkingsdeel aan het zicht onttrokken wordt, is daarvan een uitvloeisel. Dat beeld van een christelijke enclave in een archipel waar de islam de dominante godsdienst is, blijft in Nederland nog bestaan lang nadat de dekolonisatie van Indonesië zijn beslag heeft gehad. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de aanwezigheid van een Molukse gemeenschap in Nederland die, voornamelijk bestaand uit voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, overwegend christelijk van karakter is. Voor velen in Nederland is het beeld van de Molukken gekleurd door deze aanwezigheid.
Duizend eilanden, duizend geschiedenissen
Hoe verhouden deze beelden van de geschiedenis zich nu tot de historische werkelijkheid van de Molukken? Allereerst is er de constatering dat het nauwelijks mogelijk is om over één historische werkelijkheid te spreken. De koloniale ervaring varieerde sterk in de Molukken. Lag het zwaartepunt van de belangstelling van de koloniale machten aanvankelijk vooral in de Noord-Molukken en op Banda, later werden de Ambonse eilanden in de centrale Molukken van groot belang omdat daar de kruidnagelteelt werd geconcentreerd. De geschiedenis van Banda staat in belangrijke mate op zichzelf omdat daar na de ontvolking van het gebied in 1621 door Coen een nieuwe plantagesamenleving werd opgebouwd die uniek was in de hele archipel. Naast eilanden zoals Ambon, waar inderdaad sprake is geweest van een Nederlandse aanwezigheid van eeuwen, is er de geschiedenis van eilanden in de Zuidoost-Molukken waar pas in het begin van de twintigste eeuw permanent Nederlands bestuur werd gevestigd.
De aankomst van de Molukkers in Nederland (1951)
Personalia Wim Manuhutu
Wim Manuhutu (1959) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht met als specialisatie contemporaine geschiedenis. Sinds 1987 maakt hij deel uit van de directie van het Moluks Historisch Museum te Utrecht.Daar is hij per e-mail bereikbaar op wmanuhutu@museum-maluku.nl.
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 14 (2003) No 1 - themanummer Molukken
Trefwoorden: Molukken, Islam, Nederlands-Indië.
