WebfeedRSS
Loading

Kerk en staat op Banda Neira

De 'onbillijke eisch' van een kerkenraad

Selm, M. van

We zijn getuige van een vergadering van de kerkenraad op Banda Neira, een kleine 250 jaar na zijn instelling. De vergadering van 1 november 1854 is nagenoeg voltallig, de notulen van de vorige vergadering zijn voorgelezen en goedgekeurd, de ingekomen stukken zijn afgehandeld. De voorzitter, de uit Nederland afkomstige predikant J.W.C. van Steeden, neemt het woord en vraagt of "het niet wenschelijk en noodzakelijk te achten zij [dat] er door den kerkeraad der protestantsche gemeente eene ernstige poging worde aangewend tot afschaffing van het bij de kampongs dezer eilanden gebruikelijke tjakaleley-spel."

De aanleiding voor Van Steedens vraag wordt gevormd door klachten van enkele christenen "die zich bezwaard gevoeld hadden aan hetzelve deel te nemen, en welke hem tevens met den heidenschen oorsprong en geheel onchristelijken, ja afgodischen karakter van dit volksver- maak eenigsints bekend gemaakt hadden."

Tijdens de uitvoerige bespreking van de kwestie die volgt, blijkt de kerkenraad het roerend eens te zijn met de predikant. Men besluit zich tot het plaatselijk bestuur te wenden met een uiteenzetting van het onchristelijk, zelfs maatschappij-ontwrichtend karakter van het cakalele-spel en het verzoek een bevel tot afschaffing van het ritueel uit te vaardigen, op z'n minst wat de christelijke dorpen en buurtschappen betreft. In afwachting van initiatieven van het plaatselijk bestuur zullen de dorpshoofden worden uitgenodigd voor een bijeenkomst met de kerkenraad, in een poging de kwestie langs aimabeler weg te regelen.

Feest en gezag

In negentiende-eeuwse reisverslagen is cakalele de aanduiding van het feestelijk welkom dat hoge gasten, bijvoorbeeld nieuw aankomende of bezoekende bestuursambtenaren, bij hun aankomst op Banda werd bereid. Vanaf hen ter begroeting tegemoet gevaren boten en aan land werden zij met muziek en dans onthaald. De dans betrof een Oost-Indonesische krijgsdans in de vorm van schijngevechten, waarbij de dansers doorgaans antieke kleding – lichte geelkoperen helmen en harnassen – en lange schilden droegen. Het geheel stond onder leiding van de orang tua, de oudsten van verschillende christelijke en islamitische dorpen op de Banda-eilanden Neira en Lonthoir. Hun positie in de samenleving was vergelijkbaar met die van wijkmeesters in de door Europeanen bewoonde wijken. Veel invloed en aanzien bezaten zij volgens de resident, het hoofd van het Europees bestuur ter plaatse, niet. Omdat afschaffing van hun rang onrust onder de bevolking zou veroorzaken en bovendien aanstelling van door het gouvernement bezoldigde wijkmeesters nodig zou maken, liet de resident de orang tua echter ongemoeid. Cakalele was voor hen hun finest hour.

De strijd van predikant en kerkenraad tegen cakalele is in het najaar van 1853 begonnen. Het huwelijksfeest van – paradoxaal genoeg – een collectant, in oktober van dat jaar tot diaken benoemd, heeft geleid tot ongeregeldheden en verstoring van de zondagsrust. Naar aanleiding daarvan heeft de kerkenraad het plaatselijk bestuur gevraagd de zondagsrust te (helpen) handhaven en het cakalele-ritueel te verbieden.

Personalia Mariëtte van Selm

Dr. M. van Selm (1971) studeerde geschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar zij eind 1996 afstudeerde op een doctoraalscriptie over de rol van Zuid-Molukse politici in de deelstaat Oost-Indonesië 1945-1950. Op 21 februari 2003 promoveerde Van Selm aan de Theologische Universiteit (GKN) te Kampen, op een bronnenpublicatie over de Protestantse Kerk op de Banda-eilanden 1795-1923 in het kader van het project 'De Protestantse Kerk in de Molukken 1605-1935'. Een handelseditie van de bronnenpublicatie, waarin onder meer de volledige tekst te vinden is van de stukken die in dit artikel worden besproken, is in voorbereiding.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 19-11-09 - Geplaatst: 27-04-09