'Bielievers' in de sixties
De religiositeit van Provo
Pas, N.G.
Op 11 november 1966 ontvouwde zich een buitenissig schouwspel op de binnenplaats van het boven Maastricht gelegen kasteel Borgharen. Enkele tientallen personen verzamelden zich rond een uit mergelblokken en plastic vervaardigd bassin. Nadat ze dit bad met teilen warm water hadden gevuld en er enkele pakken zeeppoeder in hadden geleegd, ontdeden ze zich van hun schoeisel en begonnen ze zichzelf de voeten te wassen. Terwijl hun stemmen en geschater weerkaatsten tegen de eeuwenoude muren zorgden de opstijgende dampen in de koude novemberlucht en de opspattende vlokken schuim voor een aparte, feeërieke sfeer. Hier voltrok zich, onder het toeziend oog van enkele tientallen journalisten en een handvol politieagenten, middels een voetwassing de openingsceremonie van de eerste internationale bijeenkomst van Provo.
Met dit ritueel van het voetbad speelden de provo's met het bijbelse beeld van nederigheid en gelijkheid, zoals Jezus zijn apostelen de voeten spoelde voorafgaande aan het Laatste Avondmaal. Eenzelfde ceremome, maar met een klem doch cruciaal verschil: de provo's wasten zichzelf de voeten. Geheel des provos, want zij waren 'ni maître ni valet', zoals een Belgische journalist het verwoordde in zijn verslag van de bijeenkomst.
Deze bijeenkomst was aangekondigd als een 'Internationaal Provokonsilie', met een knipoog naar het Tweede Vaticaanse Concilie uit de jaren 1962-1965, toen de Rooms-Katholieke Kerk hervormingen probeerde door te voeren om aansluiting te vinden bij de veranderende tijdsgeest in de westerse wereld. De voetwassing op het alternatieve concilie stond niet op zichzelf, verwijzen naar bijbelse thematiek maakte deel uit van het repertoire van de actiegroep Provo, dat sterk symbo- lisch geladen was.
Provocerende jongeren
Toen Provo in mei 1965 uit de samenkomst van twee vriendenkringen tot stand kwam, was er nog nauwelijks sprake van op symbolen gerichte activiteiten. In politiek opzicht wortelde de groepering in pacifistisch-socialistische kringen en in cultureel opzicht was het vooral een uiting van jongeren die het 'samen jong-zijn' op een eigen, onafhankelijke manier wilden beleven. In de zin van folkloristisch jongerenverschijnsel was Provo in feite een fenomeen van alle tijden en alle culturen. Het cruciale verschil met vroegere bewegingen was de uitvergroting die in de jaren zestig plaatshad en die vooral verband hield met ontwikkelingen in techniek en met schaalvergroting: 'Afstanden zijn vlotter overbrugd. De communicatie is veel vlotter dan vroeger, en kan dus tot veel grotere combinaties leiden. Er zijn veel meer jongeren bij betrokken, iedereen kan het horen, honderdduizenden kunnen op de televisie zien wat vroeger beperkt bleef tot een dorp of een streek' aldus Van Hessen, een van de weinige sociologen die anno 1966 oog had voor de precaire balans tussen de historische geworteldheid van Provo enerzijds en Provo als typische exponent van de jaren zestig anderzijds.
Provo: de antirookmagiër
Oorspronkelijk was de benaming 'provo' een trouvaille van de criminoloog Wouter Buik- huisen waarmee hij hangjongeren aanduidde, jongeren die vanaf het midden van de jaren vijftig bekend stonden als 'nozems'. Aangezien nozem in de loop der jaren was uitgegroeid tot een 'catch all'-begrip voor iedere 'lastige' puber, bedacht Buikhuisen in 1965 ten behoeve van zijn dissertatie over achtergronden van dit nozemgedrag een nieuwe term?
De in Amsterdam studerende Hagenaar Roel van Duyn, die al een poosje op zoek was naar een eigen structuur om zijn gedachten over bestaande maatschappelijke ontwikkelingen te uiten, zag in deze term een mooie geuzennaam waarmee hij en zijn kameraden zich konden manifesteren.
Hun activiteiten kwamen in de eerste plaats voort uit 'rolonzekerheid'; hier zochten jongeren naar ruimte voor zichzelf, voor een eigen beleving van 'jong zijn'. Daarnaast ageerden ze uit onvrede met de wijze waarop door traditionele politieke herauten van links – de PvdA en CPN en hun jongerenafdelingen – werd geprotesteerd tegen misstanden in de maatschappij, van wapenwedloop via overtrokken consumentisme tot woningnood. Ten slotte ging dit pessimisme hand in hand met utopisch getinte idealen over een 'nieuwe' samenleving van morgen waarbij veel inspiratie werd ontleend aan het anarchisme, dat ze niet zozeer beschouwden als een politieke ideologie, maar als een romantische levenswijze die in hun ogen stond voor onafhankelijkheid, kleinschaligheid en zelfverwezenlijking van het individu. In Provo vloeiden romantische cultuurkritiek en de linkse beweging samen tot een warrige, steeds wisselende coalitie van individuen en vriendengroepen waar eenieder naar believen zijn of – zij het in mindere mate – haar gang kon gaan.
Personalia Niek Pas
Drs. Niek G. Pas (1970) studeerde Franse Letterkunde en Politieke Geschiedenis in Utrecht, Tours en Parijs en is docent Politieke Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij hoopt in 2003 te promoveren op het proefschrift Imaazje! De verbeelding van Provo 1965-1967.Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 13 (2002) No 4
Trefwoorden: Nederlandse geschiedenis, Provo, Jaren zestig.
