WebfeedRSS
Loading

'Ik zie mezelf graag als neo-whig'

Dr. Nicholas Tyacke over het puritanisme

Onnekink, D.

Op een typisch Londense regenachtige avond ontmoet ik dr. Nicholas Tyacke in zijn kantoor in University College Londen. Drie wanden zijn tot het plafond gevuld met boekenkasten en overal liggen stapels boeken, onder andere zijn zojuist verschenen Aspects of English Protestantism c. 1530-1700, een bundel essays met ruime aandacht voor het puritanisme en arminianisme. Nog voordat hij me goed en wel heeft binnengelaten begint ons gesprek al, en enthousiast vertelt hij over zijn onderzoek. Pas uren later sta ik weer buiten met een hele stapel aantekeningen.

Op de voorkant van zijn nieuwe boek staat een zestiende-eeuwse gravure van de Hof van Eden. 'Kijk eens naar de apen in de boom', wijst hij me aan, 'ze spelen met de appel, wellicht een darwinistische interpretatie van de Val?', lacht hij. Maar al spoedig richten we ons op de inhoud van dit fascinerende boek. De vragen die ik hem stel worden omstandig en eloquent beantwoord en hij verbindt verschillende aspecten van het onderzoek naar puritanisme met het gemak van iemand die hier al jaren mee bezig is. Dat is dan ook het geval. Tyacke begon zijn studie geschiedenis in Oxford in 1959 onder begeleiding van Christopher Hill en raakte daar gefascineerd door vroegmoderne kerkgeschiedenis. In 1965 werd hij assistant lecturer aan University College London, en sindsdien is hij daar nog steeds werkzaam, nu als reader. Het zojuist verschenen boek bundelt twaalf van zijn essays verschenen over een periode van zo’n drie decennia. Ze zijn niet opnieuw geredigeerd of aangepast. Hoewel Tyacke door de jaren heen zijn mening regelmatig bijstelde, meent hij dat de waarde van deze essays juist ligt in de weerspiegeling van zijn eigen ontwikkeling als academicus, tegen de achtergrond van het veranderende historisch debat. Ideeën over geschiedenis zijn niet statisch, meent hij, en de meerwaarde van deze bundel is vooral gelegen in de magistrale introductie waarin hij deze historische ontwikkeling ana- lyseert.

In een discussie over puritanisme lijkt het me goed hem te vragen hoe hij een puritein definieert. Hij maakt een onderscheid tussen een socioculturele en een politiekreligieuze definitie, en opteert voor die laatste. Een puritein is voor hem een non-conformist, een dissenter. Als ik Van't Spijker citeer die argumenteert dat in 'theologie en spiritualiteit' het 'eigen wezen' van het puritanisme ligt, antwoordt hij enigszins terughoudend: 'Dat is zeker een belangrijke dimensie.'
Tyacke zal de eerste zijn om het belang van theologie te er- kennen, en heeft sommige historici wel verweten dit aspect juist te verwaarlozen en de 'irrelevantie van theologie' te benadruk- ken. Dit werd natuurlijk vooral gedaan door de marxisten. Christopher Hill had in zijn Intellectual Origins of the English Revolution gesteld dat ideeën slechts de 'stoom van de geschiedenis' zijn. Aan de andere kant, met een te strikte 'devotionele' definitie van puritanisme heeft hij moeite: 'Mijn probleem daarmee is dat het een grijs gebied is', zegt hij. Veel piëtisten vertaalden katholieke werken en pasten die aan: 'Als je katholiek materiaal kan hergebruiken, dan is het christelijk'.

 Download het complete interview (Pdf)

 Download het complete interview (Word)


 Laatst gewijzigd: 23-12-09 - Geplaatst: 17-04-09