Een weg naar eenheid?
Het godsdienstgesprek tussen rooms-katholieken en pro- testanten in de zestiende eeuw
Stolk, M.
Op initiatief van keizer Karel V vond er in het Duitse Rijk in de jaren veertig van de zestiende eeuw een aantal godsdienstgesprekken plaats. Het doel van deze besprekingen, die werden gehouden in Hagenau, Worms en Regensburg, was om de godsdienstige verschillen tussen rooms-katholieken en protestanten te overbruggen. Over de vraag of de geloofskwestie werkelijk door een godsdienstgesprek tot een oplossing kon worden ge-bracht, werd echter verschillend gedacht. Zowel bij de rooms-katholieken als bij de protestanten waren er voor- en tegenstanders. In dit artikel wil ik nagaan hoe de verschillende partijen een colloquium tussen rooms-katholieken en protestanten beoordeelden. Daarbij richt ik mijn aandacht op de jaren dertig van de zestiende eeuw, de periode die aan de godsdienstgesprekken vooraf ging.
Op de weg naar de godsdienstgesprekken nemen de jaren 1530-1531 een belangrijke plaats in. In 1530 werd er in Augsburg een rijksdag gehouden, waar de protestanten een belijdenisgeschrift opstelden, de Confessio Augustana. Om de gebieden en steden die de Confessio Augustana hadden aangenomen te verdedigen, werd in februari 1531 het Schmalkaldisch Verbond opgericht. Dit Verbond, waarmee de protestanten blijk gaven van hun zelfstandige houding ten opzichte van de keizer en de rooms-katholieke standen, bepaalde sterk het politieke klimaat van de jaren dertig en veertig.
De rooms-katholieke standen konden niet achterblijven. Een aantal vorsten en steden verenigde zich in 1538 in het Verbond van Neurenberg. Het bondgenootschap, dat kan worden gezien als de tegenhanger van het Schmalkaldisch Verbond, had zich ten doel gesteld de belangen van de rooms-katholieke gebieden in Duitsland te beschermen. Daarmee waren in het Duitse Rijk twee partijen ontstaan, die in politiek en godsdienstig opzicht elkaars tegen- polen waren.
Het was de taak van Karel V om een oplossing te vinden voor de politieke en godsdienstige verdeeldheid in zijn rijk. Ten opzichte van de Duitse vorsten stond de keizer voor een moeilijk dilemma. Enerzijds zag Karel V het als zijn taak om de oude religie te beschermen en de verspreiding van het protestantisme tegen te gaan, anderzijds had hij de hulp van de protestantse vorsten hard nodig in de strijd tegen Frankrijk en de Turken. De keizer meende dat beëindiging van de geloofskwestie het geschiktste middel was om de politieke en godsdienstige problemen te boven te komen. Om dit doel te bereiken, zocht Karel V contact met de paus, bij wie hij aandrong op het houden van een algemeen concilie. Hoewel Paulus III niet onwelwillend tegenover de plannen van de keizer stond, werd er geen overeenstemming bereikt. De zaken namen echter een keer toen keurvorst Joachim II van Brandenburg er op aandrong de kwestie onderling op te lossen. Niet een algemeen concilie, maar een nationale vergadering van Duitse vorsten zou de tweespalt tot een einde kunnen brengen. Karel V steunde het voorstel van de keurvorst. Hij hoopte niet alleen de eenheid in het rijk te herstellen, maar ook een mogelijk bond- genootschap tussen Frankrijk en de protestantse vorsten te verhinderen en de nodige steun te ontvangen in de aanhoudende strijd tegen de Turken.
Personalia Maarten Stolk
Maarten Stolk werkt als journalist bij het Reformatorisch Dagblad.Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Latijnse tekst van de Confessio Augustana (met Duitse vertaling)
Jaargang 15 (2004) No 1
Trefwoorden: 16e eeuw, Katholieken, Karel V.
