Vastgestelde canon is een fundament om op te bouwen
Schans, A.A. van der
Op 3 juli jongstleden werd in de historische Ridderzaal in Den Haag de canon gepresenteerd. Frits van Oostrom, voorzitter en boegbeeld van de canon, overhandigde het definitieve canonvoorstel aan de minister van Onderwijs, Ronald Plasterk. Na een periode van zes maanden van discussie over het concept van de canon was er het moment om de balans op te maken. Minister Plasterk heeft namens het kabinet gezegd en geschreven dat de canon een wettelijke status in het onderwijs krijgt. Het kabinet streeft er naar om in overleg met het onderwijs vanaf het schooljaar 2008-2009 de canon in de kerndoelen op te nemen. Dit betekent een grote stimulans voor het onderwijs.
Nu wordt immers wettelijk vastgelegd dat alle kinderen van 8 tot 14 jaar de basiskennis van de Nederlandse geschiedenis en cultuur moeten kennen. De inhoud van de canon bestaat uit 50 onderwerpen, vensters genoemd, die op de basisschool en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, behandeld dienen te worden.
Het geschiedenisonderwijs is momenteel erg ver- snipperd. Zowel qua inhoud als aanpak zijn er grote verschillen. De voorstellen van de commissie Van Oostrom zijn door het kabinet overgenomen. Elke leerling in Nederland dient zich straks kennis te verwerven van de 50 vensters met personen en gebeurtenissen. Natuurlijk wordt in het huidige geschiedenisonderwijs ook het een en ander aan de orde gesteld. In schoolboeken komt nogal wat van de leerinhoud van de canon voor. Echter, niet voor niets klinkt allerwegen het geluid dat het er met de kennis van de geschiedenis in het onderwijs en de samenleving niet zo best voor staat. De canon is een uitstekend middel om een bepaald niveau van gemeenschappelijke kennis van de geschiedenis te bereiken.
Ook provinciale historische canons
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 18 (2007) No 2 - themanummer jaren vijftig
Trefwoorden: Historische canon, Geschiedfilosofie, Onderwijs.
