WebfeedRSS
Loading

"Zonder koeienverhalen zal het niet gaan"

Over inspiratiebronnen in de literatuur bij de beeldvorming van het verleden

Schans, A.A. van der

Zes jaar geleden gebeurde er tijdens een van mijn lessen iets, wat ik voorlopig als hét dieptepunt van mijn onderwijsloopbaan beschouw. In een uiteenzetting over het geestelijke klimaat van de 19e eeuw voor tweedejaarsstudenten, nodig voor de context voor het werk en de betekenis van Bilderdijk, gebruikte ik het begrip "de Verlichting". Op dat moment zag ik een van de studenten naar de tl-balken aan het plafond in het klaslokaal kijken. In een moment van lichte ontsteltenis wist ik even niet wat ik doen moest. Ik herstelde me echter snel, en vervolgde, door aan de studenten te vragen, of ze de oorsprong, inhoud, betekenis en invloed van deze stroming konden uitleggen.

Na enkele gemeenplaatsen, als het rationalisme, de volkssouvereiniteit en het deïsme gehoord te hebben, proefde ik dat er bij de meeste studenten geen werkelijke voorstelling, een beeld over deze periode in de West-Europese cultuur opgeroepen werd. Van evocatie, het te voor schijn komen van een welhaast levend beeld, waarmee men als het ware een directe relatie heeft, was geen sprake. Laat staan dat één hunner een historische sensatie onderging, zoals Johan Huizinga dat onovertroffen onder woorden heeft gebracht, "die dronkenschap van een ogenblik, dat welhaast zintuiglijke contact met het verleden, waardoor ik zweef op de toppen van de geest". Om dat zien en beleven zal het toch moeten gaan bij geschiedenis. Puchinger zegt, en ik stem volledig met hem in: "De hoogste vorm van de beleving der geschiedenis is daarom de conversatie, stammend uit het verhaal dat ons tot nadenken stemt en doden tot leven wekt, al keren ze nooit weerom!"

Deze overwegingen speelden een rol bij mijn nadenken over het ontbreken van verbeelding van het verleden bij studenten, in dit geval met betrekking tot de Verlichting. En toen viel mijn oog op Het leesgezelschap van Diepenbeek van Van Limburg Brouwer, dat in mijn boekenkast stond. Ik had het boek zelf pas gelezen toen ik al voor de klas stond. Na het lezen ervan dacht ik, wat mij betreft kunnen alle wetenschappelijke publicaties over de Verlichting in Nederland voortaan ongelezen blijven; het beste beeld van de Verlichting ontstaat door het lezen van de roman Het leesgezelschap van Diepenbeek.

Door het lezen van dit boek begreep ik voor het eerst werkelijk de binnenkant van de Nederlandse Verlichting. De Verlichting was geen dal vol historische knekels meer, maar kwam werkelijk tot leven door het verhaal van Petrus van Limburg Brouwer. Wat is de grote waarde van het verhaal? Naar mijn overtuiging worden slechts in het verhaal de diepe levensessenties ontsloten. Puchinger, zelf een verteller, wijst er op dat "doden opwekken" ten diepste beantwoordt aan ons verlangen. Dit verlangen hebben kinderen al. Een oom in de familie vertelde aan ons als kinderen vele verhalen. Over koeien bijvoorbeeld. Spannend en ontdekkend. Wat er allemaal niet gebeurde. Midden in het verhaal konden wij opeens vragen: "Oom, 't is toch wel echt gebeurd"? Eigenlijk waren we kleine historici. Want de historicus praat altijd over "waar gebeurd". Maar zonder "koeienverhalen"zal het niet gaan. Die koe uit het verleden, of dat nu Vondel, De Ruyter, Marx, Wendelmoed of Klaas is, speelt een grote rol.

Personalia
Ton van der Schans is hoofdredacteur van Transparant.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 07-11-09 - Geplaatst: 23-03-09