Loading
Opvoeding en onderwijs bij Bavinck en Waterink
Christelijke pedagogiek aan de Vrije Universiteit
Slikke, M. van der
De Vrije Universiteit is een bolwerk geweest van het protestantisme in velerlei opzichten. Dat geldt ook voor de pedagogiek. Herman Bavinck (1854-1921) en Jan Waterink (1890-1966) hebben zich uitgebreid over alle aspecten van de opvoeding gebegen. Hun ideeën zijn enigszins in de vergetelheid geraakt. In dit artikel werden hun theorieën weer uit de kast gehaald en wordt er een poging gedaan de actualiteit van bepaalde elementen daaruit aan te tonen.
Pedagogiek als wetenschap
De Vrije Universiteit was een van de symbolen van de verzuiling zoals die is ontstaan en uitgebouwd in de tijd waarin deze beide pedagogen leefden. De samenleving was verdeeld in duideiijk afgebakende groepen met eigen organisaties. Gereformeerden kregen hun eigen dagblad, arbeidersorganisatie, politieke partij, scholen, radio-omroep en zelfs een universiteit. Het ontwikkelen van een eigen christelijke pedagogiek past helemaal in het ontwikkelen van een eigen gedachtegoed en het beschermen van de eigen groep.Toen Abraham Kuyper in 1880 de Vrije Universiteit oprichtte, was zijn doel allereerst te zorgen voor afgestudeerde theologen. In de pas ontstane Gereformeerde Kerken was daar grote behoefte aan. Een verder strekkend doel was een dam op te werpen tegen de ontkerstening in de wetenschap. De VU begon met drie faculteiten – theologie, rechten en letteren – en in de schaduw van die drie is de gereformeerde pedagogiek als wetenschap begonnen.
Bavinck mag gezien worden als grondlegger daarvan. Opvoedkunde was in zijn tijd vooral een praktisch vak voor onderwijzers, maar hij maakte er een aan de universiteit gedoceerde wetenschap van. Waterink bouwde vanaf 1926 de pedagogiek uit tot een volwaardige faculteit door zijn vele publicaties en onderzoek. Hij stichtte aan de VU een pedologisch instituut voor observatie van en therapie aan kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden.
In de visie van Bavinck en Waterink is het opvoedingsdoel God dienen door het kennen en onderhouden van zijn geboden. Waterink geeft daarbij aan dat we bij het aanleren van die normen wel aan moeten sluiten bij de ontwikkelingsfase van het kind. Gezag en tucht zijn belangrijk, maar moeten in liefde uitgeoefend worden. Een opvallend verschil is dat Bavinck een milde vorm van lijfstraffen wel acceptabel vindt, terwijl Waterink daar duidelijk moeite mee heeft, wat waarschijnlijk verklaard kan worden vanuit een generatieverschil tussen beide wetenschappers.
In zijn tijd was Bavinck als christelijk pedagoog een eenling. Daardoor is het begiijpelijk dat hij andere wetenschappelijke theorieën over de opvoeding fel bestreed. Zo schreef hij over de natuurlijke opvoeding: '... hij (dat is de mens) is zijn eigen heer en meester geworden, zonder soeverein boven zich, de smid van zijn eigen geluk, de voorzienigheid zelve op aarde.'
Personalia Maarten van der Slikke
M.M. van der Slikke studeerde aan de PABO en volgde de lerarenopleiding geschiedenis en niaatschappijleer. Hij is docent geschiedenis en maatschappijleer aan het Van Lodenstein-college te Amersfoort.Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 16 (2005) No 4 - themanummer schoolstrijd
Trefwoorden: Herman Bavinck, Jan Waterink, Onderwijs.
