WebfeedRSS
Loading

Opgaan, blinken en verzinken

Onvredepartijen in de Nederlandse politiek

Stellingwerf, D.

Gedurende het jaar 2002 schudde de Nederlandse politiek op zijn grondvesten door de plotselinge opkomst van de 'Lijst Pim Fortuyn' (LPF). Deze behaalde op 15 mei van dat jaar een nog nooit vertoonde verkiezingsoverwinning. Hoe kan een partij (of is het in dit verband beter te spreken van een persoon of een beweging?) in korte tijd de samenleving zo in beweging brengen? Deze 'onvredepartijen', zoals de LPF, krijgen – na een snelle en vaak onstuimige opkomst en een korte periode van bloei – vrijwel zeker te maken met een snel verval. In dit artikel wordt een verklaring gezocht voor zowel dit succes als die snelle neergang.

Er zijn altijd mensen geweest die ontevreden waren over de samenleving waarin zij leefden of over de omstandigheden waarin zij verkeerden. Koen Vossen onderscheidt vier vormen van onvredegevoelens. In de eerste plaats is er ontevredenheid over het verlies van de cultuur waarin mensen zijn grootgebracht. Bij anderen worden onvredegevoelens veroor- zaakt door onbereikbare of onvervulde idealen. Bij een derde groep hangt de onvrede samen met het gevoel achtergesteld en uitgesloten te worden of zelfs uitgestoten te zijn. Op de achtergrond speelt ten slotte vaak een onbestemd gevoel van algemene onvrede. De meeste mensen leggen zich bij de gegeven omstandigheden neer, anderen willen wel wat aan die omstandigheden doen. Zij proberen steun voor hun opvattingen te krijgen. Daarbij is het terrein van de politiek natuurlijk hét forum om de onvrede te ventileren Daar kunnen ook alternatieven in discussie worden gebracht met als mogelijk resultaat dat er iets verandert. In het verleden werden gevoelens van onvrede meestal binnen bestaande politieke partijen gekanaliseerd. Soms werden de (politieke) verschillen van inzicht echter zo groot dat er nieuwe partijen werden opgericht. Veel van de partijen die tot het parlement wisten door te dringen, bleven zich bewegen binnen de bedding van de verzuilde politieke hoofdstromen. Toch zijn er ook altijd partijen geweest die zich buiten die grenzen begaven. Deze 'onvredepartijen' kanaliseerden/verwoordden vaak de onvrede die in de samenleving heerste. Dankzij het stelsel van evenredige vertegenwoordiging kregen kleine(re) partijen in ons land, met een kiesdrempel van ongeveer 50.000 stemmen, kansen in de vertegenwoordigende lichamen door te dringen. Wel liep het aantal partijen die deelnamen aan de verkiezingen fors terug door de invoering van een aantal voorwaarden, zoals de invoering van een waarborgsom en een minimum aantal handtekeningen per kieskring. In Nederland is uiteindelijk een uniek en evenwichtig kiesstelsel tot stand gekomen. Enerzijds kunnen daardoor politieke gelukszoekers en eendagsvliegen niet zómaar binnendringen. Anderzijds wordt het gemotiveerde partijen niet té moeilijk gemaakt om een deel van de bevolking in de politiek te representeren.

Vooroorlogse onvrede
Onvredepartijen ontstaan vrijwel altijd wanneer (delen van) de bevolking tijden van crisis beleven. Zo ontstond de Economische Bond gedurende de slechte economische situatie na de Eerste Wereldoorlog. De Plattelandersbond ontstond in diezelfde tijd als reactie op de bedreiging en achterstelling van het platteland. Gedurende de grote economische crisis in de jaren dertig werd de rol van de Plattelandersbond, als vertolker van de onvrede, overgenomen door de beweging Landbouw en Maatschappij (L en M). Dit was weliswaar geen politieke partij, maar wel een omvangrijke beweging met een relatief grote invloed op de gevestigde politieke partijen. Ook binnen L en M overheerste het gevoel de dupe te zijn van het falende overheidsbeleid en van de partijpolitieke onmacht om de slechte situatie op het platteland te verbeteren. Men had het gevoel dat de landbouwende bevolking werd opgeofferd om andere bevolkingsgroepen een beter bestaan te geven.
Gedurende de periode van economische recessie kwam ook de NSB op, die ook karaktertrekken van een onvredepartij had. Met haar kritiek op de versplinterde partij- politieke situatie, moeizame coalitievorming, trage besluitvorming en haar nadruk op nationale eenheid, ordeherstel en krachtig leiderschap, speelde de NSB in op de onvredegevoelens die bij een belangrijk deel van de bevolking leefden. De plotselinge doorbraak bij de Statenverkiezingen van 1935 toonde het succes aan van deze benadering.
De kritiek op het functioneren van de politiek en de democratie leefde zeker ook binnen de gevestigde politieke partijen. Een deel van het electoraat van de christelijke partijen stond in eerste instantie dan ook niet onwelwillend tegenover de NSB. Na het grote verkiezingssucces in 1935 en naarmate de ware aard van de NSB boven kwam, nam ook de princi-piële bestrijding van de beweging echter vastere vormen aan. Het was mede dankzij het verzuilde politiek-maatschappelijke bestel dat een grote(re) overloop naar de NSB werd voorkomen en dat een deel van de aanhang uit 1935 weer terugkeerde naar de gevestigde partijen. De aanhang van de NSB bestond uiteindelijk vooral uit mensen, die zich bedreigd voelden in hun economische zelfstandigheid en die in geestelijk opzicht geen thuis meer hadden.

Naoorlogse onvrede
Na de periode van wederopbouw kwam de maatschappelijke onvrede in de jaren zestig weer aan de oppervlakte. De kritiek richtte zich toen op de verstarde politieke verhoudingen, op het gebrek aan vrijheid en op de regentenmentaliteit die volgens velen binnen de gevestigde politieke partijen heerste. Vanaf deze periode werden de scheuren in de levensbeschouwelijke fundamenten van het politiek-maatschappelijke bestel steeds meer zichtbaar. Vanwege de secularisering van de samenleving kwam een groot aantal confessionele maatschappelijke organisaties in een proces van deconfessionalisering en ontzuiling terecht. Ook de niet- confessionele zuilen ondervonden de gevolgen van dit ontzuilingproces. Onder invloed van deze ontwikkelingen ontstond gedurende de jaren zestig een aantal nieuwe politieke partijen. De meeste van deze nieuwe partijen bleven zich baseren op een samenhangende visie op staat en maatschappij en een daarop gebaseerd politiek programma. Ook de nieuwe partij D'66, die radicaal wilde breken met het verzuilde partijpolitieke systeem en zelfs het einde hiervan beoogde, bepleitte dit op basis van een belijnde visie op staat en maatschappij.

Boeren-partij
Eén partij liet zich gedurende de jaren zestig bij uitstek kennen als een onvredepartij: de Boeren-partij (BP). Hoewel deze partij zich als christelijke partij afficheerde, bleek dit een vlag te zijn die de lading niet dekte. De BP verwees naar haar christelijke karakter wanneer het haar uitkwam.

De boerenopstand in Hollandscheveld ('63) - TV Drenthe





Binnen de BP speelde het thema levensbeschouwing in feite een marginale rol. Dat gold ook voor het beginselprogramma en het verkiezingsprogramma. Uit kiezersonderzoek bleek dat een zeer groot deel van de BP-kiezers onkerkelijk of kerkelijk niet meelevend was. De partij speelde vooral in op de onvrede in de samenleving.
Ook de BP vond haar oorsprong op het platteland. Evenals in de crisisjaren kwam de culturele betekenis van het platteland begin jaren zestig steeds meer onder druk te staan. De boer verwerd tot een klein radertje binnen het geheel van een steeds grootschaliger wordende Europese landbouwpolitiek. Ten gevolge daarvan werden de gevoelens op het platteland beheerst door onzekerheid,vervreemding, desillusie, frustratie en daardoor veroorzaakt onbehagen. Veel boeren voelden zich gemarginaliseerd. De kritiek van de BP richtte zich vooral op de verregaande staatsbemoeienis, op de bureaucratisering van het overheids- apparaat en op de volgens haar daarmee gepaard gaande verspilling van gemeenschapsgeld. De BP zag deze kritiek belichaamd in het Landbouwschap, dat ze zag als een overbodige intermediaire organisatie waarvan de bestuurssamenstelling werd bepaald door de verzuilde landbouw- en werknemersorganisaties. De BP en haar partijleider Hendrik Koekoek hadden in het Landbouwschap een doelwit gevonden waarop de in de agrarische sector levende onvrede zich kon concentreren.

Personalia

Drs. Dick Stellingwerf was van 1994 tot 2002 lid van de Tweede Kamer voor RPF en ChristenUnie. Hij studeerde eind 2004 aan de Universiteit Utrecht af als politiek historicus. Zijn onderzoek droeg de titel: " 'Opgaan, blinken en verzinken.' Onvredepartijen in de Neder-landse politiek."

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 11-03-09 - Geplaatst: 28-02-09