WebfeedRSS
Loading

Marc Chagall als bevrijder van de Bijbel

uit de serie "In de clinch met de clerus"

Verbeek, H.

In de serie "In de clinch met de clerus" willen we historische personen voor het voetlicht halen die met hun opvattingen of hun optreden zich afzetten tegen de religieuze / kerkelijke stroming waar ze uit voortkwamen, met hun opvattingen of hun optreden als eenling zwak stonden tegenover de vigerende religieuze / kerkelijke stroming of aanwijsbaar het slachtoffer zijn geworden van het kerkelijke / religieuze establishment. In dit nummer: Marc Chagall door Herman Verbeek.



Rusland
Marc Chagall (1887- 1985) was als mens een balling, als kunstenaar was hij een bevrijder. Hij vluchtte uit de benauwdheid van het joodse getto van zijn geboorte, vluchtte voor het zielloze classicisme van de kunstacademie, vluchtte voor het antisemitisme van het tsarenrijk en van de bolsjewieken, vluchtte voor de nazi's en de Endlösung. Hij werd geboren in Vitebsk in Wit-Rusland, waar hem de dromen van de bijbel waren meegegeven. Het waren de dromen van de mens zelf die hij bevrijdde uit de hermetisch gesloten boeken van de godsdienstige orthodoxie; hij gaf ze terug aan de ziel van leven, op zijn doeken, litho's, etsen, mozaïeken, keramiek, wandtapijten en ramen. Vitebsk lag dicht bij de grens met Litouwen. Driekwart van de 60.000 inwoners was joods, de meesten waren arm. Op 6 juli 1887 werd Mosje Segal geboren, oudste van negen kinderen, in het huisje van zijn vader die haringtonnen sleepte en zijn moeder die een kruidenierswinkeltje dreef. Thuis werden de joodse wetten gehouden en de feesten gevierd, in de synagoge werd de boekrol geciteerd; maar het Oost-Europese chassidisme van de achttiende en negentiende eeuw leefde er niet meer, het was verstard en versteend, zwartgeblakerd door de pogroms. De jonge Marc zocht adem aan de rivier en in zijn fantasieën.
In 1907 brak Marc uit het getto. De advocaat Goldberg in Sint-Petersburg nam hem aan als huisbediende, hij mocht studeren aan de keizerlijke academie maar hield het er nog geen jaar uit omdat je er alleen klassiek mocht leren schilderen. Op de kleine liberale Svanseva-school kreeg hij les van Léon Bakst, daar werd zijn eerste experimentele 'De dode' geëxposeerd. Hij leerde Bella Rosenfeld kennen, een juweliersdochter met wie een kunstenaar van zo'n lage afkomst echter niet kon trouwen.

Parijs
Religieus, artistiek en in zijn relaties was Chagall een thuisloze, toen hij in 1910 in Parijs 'opnieuw werd geboren'. In Parijs was licht, vrijheid, scheppingsdrift. Hij leefde er met moderne schilders als Archipenko, Soutine, Léger, Modigliani. In 1912 werden in de 'Salon des Indépendants' drie doeken geëxposeerd, waaronder 'Golgotha', de eerste kruisiging die hij maakte. Het was voor Chagall de lijdende mens, hij was het zelf. Hij bevrijdde er zich mee van de strengheid van de joodse en de christelijk-orthodoxe wetten van de iconografie.

Revolutie
Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en Chagall via Berlijn naar Vitebsk terugkeerde om toch Bella te huwen, konden zij na de huwelijksvoltrekking niet meer weg. Bella's broer bezorgde hem een baantje op de voorlichtingsdienst van het departement van oorlogsindustrie. Maar in Moskou was het geen leven meer toen de Oktoberrevolutie uitbrak. Chagall kreeg vanuit het Kremlin de opdracht in Vitebsk een kunstacademie te openen: daar zou de vrijheid van de revolutie tot leven komen. Maar de academie werd beheerst door de 'abstracten', zoals El Lissisky en Kasimir Malévich. Chagall verafschuwde dat abstracte, hij vond het zielloos en bloedeloos, dogmatisch en rationalistisch. Hij vluchtte naar Moskou, zocht bescherming in het joodse staatstheater. Het klimaat in Rusland sloeg om; voor moderne kunst, voor joden en voor bijbelse thema's was het in Rusland niet meer veilig. Rode partijkunst moest er komen. In 1922 vluchtte Chagall met Bella en hun dochtertje Ida naar zijn doeken die hij acht jaar eerder had achtergelaten in Berlijn en Parijs.

Bedreigd
In Parijs bleken al zijn schilderijen te zijn verdwenen. Chagall moest opnieuw beginnen. En hij kreeg succes. Tot in 1933, toen Hitler in Berlijn aan de macht kwam, de nazi's in het Museum in Mannheim de eerste doeken van Chagall openbaar verbrandden. In Vilnius werd hij bedreigd bij de opening van het Joods Cultureel Instituut. In 1937 werden uit alle Duitse musea de Chagall-werken verwijderd.
In de winter van 1940-1941 nodigde het Museum of Modern Art in New York Chagall uit met zijn gezin naar New York te komen. Daar zag hij veel balling-kunstenaars terug: Fernand Léger, André Breton, Piet Mondriaan, Pierre Matisse. Chagall schilderde in wanhoop de ene kruisiging na de andere. Niet van de christelijke verlosser, maar van het lijdende volk, de lijdende mens. Op 2 september 1944 verloor hij Bella aan een virusinfectie. Het is joods gebruik om met een dode in huis doeken over de spiegels te hangen, Chagall keerde zijn doeken om en kon negen maanden niet schilderen. In 1949 keerde hij voor veertig jaar terug naar Frankrijk.
Hij ontdekte de glazenierskunst en kreeg de opdracht om twaalf ramen - van de twaalf stammen van Israël - voor de synagoge van de Hadassah-kliniek van de universiteit van Jeruzalem te ontwerpen. Strikt hield Chagall zich aan het beeldverbod van de Tora om geen afbeeldingen van goden of mensen te maken. In 1964 werd hem gevraagd voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York een vredesraam te maken. De joodse gemeenschap in de VS stond zeer wantrouwend tegenover deze opdracht.
Hij werkte onvermoeibaar, tot hij op 28 maart 1985 op hoge leeftijd overleed en werd begraven op het roomse kerkhof van St. Paul de Vence.

Bevrijder
De schets van zijn leven maakt duidelijk hoe Chagall telkens weer balling werd en asiel moest zoeken. Hij voelde zich in het Oost-Europese joodse getto niet thuis. In het Rusland van de tsaar en van de bolsjewieken wist hij zich niet veilig. Hij ontkwam aan de nazi's toen die al zijn doeken verbrandden. Hij gehoorzaamde aan geen enkele schildersschool of -theorie. In dat laatste ligt de oorsprong van zijn unieke eigen scheppingskracht, die tegelijk wortelt in de oudste tradities van het menselijk verbeelden. Chagall zag hoe elk dogmatisme - religieus, ideologisch, politiek, artistiek - voert tot geweld, tot dood, tot steriliteit. Hij aanvaardde geen leerstelligheid, ook de joods-orthodoxe niet. Voor hem was alle taal van religie en kunst beeldspraak. Alle voorstellingsvermogen speelt zich af in de vrijheid van de geest. Dat herkende hij als kind al spontaan, zuiver en intuïtief in de joodse en Russische vertelkunst. De scheppende verbeelding leeft van de droom en verdraagt geen enkel keurslijf. Het heilige is niet in de tempel, niet in de leer, niet in het boek, het is overal. De vonk van de geest woont in het gewone, wordt gewekt in het alledaagse.
Als schilder liet Chagall zich door alle bronnen en stromingen inspireren. Hij beproefde stijlen en wees ze af. Hij hoefde geen analyse, hij leefde bij symbolen; hij zocht geen metafysica, hij zag metaforen. Zo was hij ook een beter lezer en verstaander van de Tora dan menige rabbijn, theoloog en exegeet. Hij geloofde zijn eigen fantasie die hij terugvond in de vertellingen van oude en nieuwe klassieken, waaronder bijzonder de bijbel waarin hij van jongsaf thuis was. De bijbel was voor hem het grote boek van de poëzie.

Conflict
Conflicten met de joodse leerstelligheden waren onvermijdelijk. De schilder zondigde tegen het absoluut en dwingend beeldverbod. Hij die de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis, verdraagt geen enkel beeld, van geen god en van geen mens. Leeuwen en lammeren mag je schilderen, adelaars en duiven, wijngaarden en korenvelden, kandelaars en visschotels, maar geen god, geen godmens en geen mens. De Tora weet te goed hoe dat leidt tot zelfvergoddelijking, tot verafgoding van gouden kalveren, tot het bouwen van eigen babels.
Maar dat erkend en aanvaard hebbend en zijn werk daarvoor nimmer lenend, begonnen de visioenen voor Chagall pas goed te leven. Leeft niet alle geest van fantasie? Zijn woorden zelf geen beelden? Zo schilderde, etste, tekende en boetseerde Chagall zonder enige schroom of belemmering de verhalen van de bijbel, van Genesis tot de Apocalyps. In alle verhalen ligt de beleving van liefde en de boodschap van de rechtschapenheid. Alleen in vrijheid komen zij tot leven, nooit in dogmatische raamwerken, de tralies om de ziel. Chagall kende maar één stelligheid: in liefde liggen alle beloften besloten. Daarmee was hij leerling van de grote joodse leraar Hillel uit de tijd van Jezus, aan wie door schriftgeleerden werd gevraagd: 'Kunt gij op één been de hele bijbel verklaren?' Hillel stond op één been en sprak: 'Heb de ander lief als uzelf. De rest is commentaar.'

Chagall bevrijdde de bijbel uit handen en hoofden van leerstelligheid en onfeilbaarheid. Hij gaf de bijbelse verhalen terug aan de mensen. Pascal en Chagall zagen hetzelfde: het leven ontstaat niet uit theorie, maar uit poëzie. De kunstenaar ziet het leven zoals het zichzelf schept. Chagall zei het zo: 'Het leven speelt het zelf voor. Zien is met het geziene vervloeien. De vrouw schildert de vrouw, de vis de vis, de boekrol de boekrol, de liefde de liefde, de droom de droom.'


Personalia
Dr. H. Verbeek (1936) is pastor in Groningen. Als voorzitter van de 'Stichting Folkingestraat Synagoge' aldaar organiseerde hij meerdere Chagall-exposities en schreef meerdere Chagall-publicaties.

Literatuur
Marc Chagall, Mijn leven (Utrecht 2002).
Marc Chagall, Chagall by Chagall (Londen 1979).
Jacob Baal-Teshuva, Marc Chagall 1887-1985 (Keulen 1998)
Sidney Alexander, Marc Chagall (New York 1978), Duitse vertaling München 1984.


 Laatst gewijzigd: 09-03-09 - Geplaatst: 28-02-09