‘Fold your hand and walk away’
De oorzaken van de Amerikaanse interventie in Vietnam
Maar, R. van der
In de nacht van 6 op 7 februari 1965 voerden Vietcong-strijders een verrassingsaanval uit op een Amerikaanse helikopterbasis in Pleiku in Zuid-Vietnam. Er vielen acht doden en 126 gewonden. Het was niet de eerste aanslag van de Vietcong op een Amerikaanse basis, maar deze keer loog de reactie er niet om. De aanslag was aanleiding voor een langdurige en grootschalige bombar- dementencampagne op Noord-Vietnam en de komst van duizenden Amerikaanse soldaten naar Zuid-Vietnam. In 1968 bevonden zich een half miljoen Amerikaanse soldaten in dit land.
De gevolgen van de Amerikaanse interventie waren verstrekkend. Volgens officiële (en onbetrouwbare) cijfers zijn in totaal ongeveer anderhalf miljoen soldaten en Vietnamese burgers om het leven gekomen en minstens zoveel gewonden gevallen. Grote delen van Vietnam en ook van de buurlanden Laos en Cambodja waren verwoest. In de Verenigde Staten leidde de oorlog, die zo'n 58.000 Amerikaanse soldaten het leven had gekost, tot een diepe maatschappelijke verdeeldheid en een ongekend cynisme over de oprechtheid van de Amerikaanse regering. De reacties op de Amerikaanse interventie in Irak laten zien dat dit cynisme nog niet is verdwenen.Wat betreft de gevolgen voor de internationale verhoudingen, kan worden gezegd dat de VS hun reputatie verspeelden in andere gebieden in de wereld, zoals in Europa, maar ook in de niet-westerse wereld. 'Vietnam nam het beeld van een wijs Amerika weg', heeft oud-minister Max van der Stoel in dit verband ooit gezegd.
Dat de Amerikaanse interventie in Vietnam op zijn minst een foute beslissing was, daarover bestaat nauwelijks nog twijfel. Onlangs zei één van de architecten van de oorlog, oud-minister van Defensie Robert McNamara, in de documentaire The Fog of War dat zijn land er nooit aan had moeten beginnen. 'We were wrong, terribly wrong', schreef hij ook in zijn memoires. Maar hoe kon het dan toch zover komen?
Koude Oorlog en dekolonisatie
Vanaf het moment dat de eerste bommen op Noord-Vietnam vielen, hebben journalisten, opiniemakers, historici en politici zich beziggehouden met de vraag wat de oorzaken waren van de Amerikaanse militaire interventie in Vietnam. Sommige verdedigden de officiële visie van de Amerikaanse regering dat de VS een bondgenoot, Zuid-Vietnam, hielp tegen de agressie van een buurland. Bovendien zou 'verlies' van Zuid-Vietnam ten koste zou gaan van de geloofwaardigheid van de VS en aanleiding zou zijn voor verdere communistische expansie in de wereld, vooral in Zuidoost-Azië (de dominotheorie). Anderen waren veel kritischer en zochten de vooral oorzaken in Amerika zelf, waar in de jaren vijftig en zestig een dwingend anticommunisme heerste. Politici konden hieraan niet voorbijgaan en stimuleerden de afkeer van het communisme ook om de gunst van de kiezer te winnen. Neo-marxisten presenteerden een nog negatiever beeld: zij meenden dat de verdediging van Zuid-Vietnam paste in het imperialistische streven van de VS naar een mondiaal stelsel van kapitalisme.
Het is begrijpelijk dat er verdeeldheid heerst over de achtergronden van de Amerikaanse interventie in Vietnam. De geschiedschrijving van de oorlog staat nog in haar kinderschoenen. Bovendien was de vijftien jaar durende aanloop naar de Amerikaanse interventie in Vietnam een complex proces, dat zich op veel manieren laat interpreteren Al is het alleen maar omdat niet alleen de Verenigde Staten en Noord- en Zuid-Vietnam, maar ook veel andere landen, zoals China en Groot-Brittannië, hierbij betrokken waren. Het is een geschiedenis van ideologische tegenstellingen, geheime agenda's, politieke intrige en (botsende) ego's. Daar komt bij dat het historisch debat lange tijd vertroebeld werd door moralisme en rancune. Vooral in de jaren zeventig vonden velen het Amerikaanse optreden in Vietnam immoreel en een logische consequentie van het arrogante idealisme en kortzichtige anticommunisme van de Amerikaanse leiders. Later klommen bijvoorbeeld gefrustreerde militairen in de pen om te betogen dat de oorlog gewonnen had kunnen worden als er maar een andere strategie was gevolgd.
De aanleiding van het conflict is tamelijk helder. Wie de aanloop naar de Amerikaanse interventie wil begrijpen, moet teruggaan naar de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog. De kern van het ontstaan van het conflict ligt in twee wereldwijde processen die zich in de eerste jaren na 1945 voordeden: de Koude Oorlog en de dekolonisatie van Azië. In het kleine Vietnam botsten deze processen met elkaar. De aanleiding van de Amerikaanse betrokkenheid in het gebied was een oorlog tussen voormalig kolonisator Frankrijk en de Vietminh, dat oorspronkelijk een samenwerkingsverband was tussen verschillende verzetsbewegingen tegen de Japanse bezetting. De Vietminh stond onder leiding van de communist en nationalist Ho Chi Minh, die na de Japanse capitulatie op 2 september 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen.
Vietnam-protest o.l.v. Martin L. King (18 april 1967)
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 15 (2004) No 4
Trefwoorden: Amerikaanse geschiedenis, Vietnam, Oorlogen.
