Relevant:
Loading

Transparant 19.2

Themanummer "Zending"

Precies 200 jaar geleden, op 1 januari 1808, trad in de Verenigde Staten een wet in werking die de import op slaven verbood. Het jaar daarvoor hadden de Britten de slavenhandel ook al afgeschaft. Het succes van de abolitionisten in Groot-Brittannié was in belangrijke mate te danken aan een actieve groep evangelischen, die zich hiervoor al een aantal jaren sterk had gemaakt. Diezelfde evangelischen onderhielden vaak nauwe banden met zendingsorganisaties, die vanaf de jaren 1790 begonnen op te komen. Voor de meesten van hen bestond er weinig verschil tussen de humanitaire taak en de zendingsopdracht: in beide gevallen was het van belang dat fatsoenlijke burgers en christenen hun verantwoordelijkheid namen in het wereldrijk dat de Britten hadden gevestigd.


Redactioneel - David Onnekink

De oorzaken van deze ontwikkelingen zijn waarschijnlijk terug te voeren op de Anglo-Amerikaanse pendant van het piëtisme, de 'Great Awakening', een beweging die vanaf het midden van de achttiende eeuw de gelovigen opriep tot een godvruchtiger leven waarin eigen verantwoordelijkheid een belangrijke rol speelde. Daarnaast zouden Verlichtingsideeën over gelijkheid en vrijheid met name de abolitionisten in de kaart spelen. ]uist in die periode gingen de Britten anders tegen hun enorme rijk aankijken; met de Amerikaanse onafhankelijkheid was de periode van het 'Second Empire' aangebroken, waarin ze zich in feite steeds intensiever met hun koloniën gingen bezighouden. Moesten de gekoloniseerde volken eigenlijk niet beschaafd en bekeerd worden? Bestond daar eigenlijk wel een essentieel onderscheid tussen? Soms probeerden de koloniale machten zendelingen te weren omdat ze vreesden dat ze voor onrust konden zorgen, maar soms meenden ze juist dat zendelingen een waardevolle rol konden spelen in het westerse 'beschavingsoffensief'.

Ook zendelingen hadden een ambivalente rol ten aanzien van de koloniale machten: enerzijds waren ze er vaak van afhankelijk vanwege de bescherming en steun die ze konden bieden, anderzijds raakten ze soms in conflict met de wereldlijke overheden in hun streven het Koninkrijk Gods te verbreiden. Waar vroeger historici benadrukten hoe ‘de bijbel en vlag’ meestal hand in hand gingen in de ondervverping van de niet-westerse volken, bestaat er nu veel meer aandacht voor de complexiteit van de verhouding tussen zendelingen en koloniale overheid, alsmede voor de interactieve relatie tussen zendelingen en de cultuur die ze aantroffen. De doelstelling van dit themanummer is om die complexiteit in kaart te brengen door middel van 4 casestudies.

Martha Frederiks bestudeert in het openingsartikel de relatie tussen de Britse overheid en de methodistische zending in Gambia, en concludeert dat hun samenwerking in bepaalde opzichten juist zeer gunstig uitpakte voor met name de bevrijde slaven.
Harry Knipschild merkt op dat in China de zendelingen, terecht of niet, werden geassocieerd met de verfoeide Britse koloniale macht. Het negatieve beeld dat de Chinezen hadden van het christendom werd bovendien versterkt door de diepe onenigheid tussen zendelingen en missionarissen.
Gerrit de Graaf bestudeert de culturele interactie tussen Nederlandse gereformeerde zendelingen en de bevolking van Papoea, en merkt op dat het beschavingsoffensief daar weliswaar positieve resultaten opleverde, maar dat de puristische zendelingen soms te weinig oog hadden voor de specifieke culturele context waarin ze werkten.
Ook Astrid van den Broek kijkt naar de culturele interactie tussen zendelingen en inheemsen, waarbij ze ingaat op de situatie in zuidelijk Afrika. Hoewel zendelingen uitgingen van een 'bijbels egalitarisme' in hun ontmoeting met inheemse stammen, lieten zij zich in de praktijk juist vaak leiden door gevoelens van culturele superioriteit, en viel beschaving en bekering vaak samen.

Al met al geven deze artikelen een caleidoscopisch beeld van de complexe relatie tussen kolonialisme en zending, waarover het laatste woord nog lang niet gezegd is.
Ook opgenomen in dit nummer is een reactie van Frank Ankersmit op het artikel van Ewald Mackay (in Transparant 19.1), over de rol en aard van historische sensatie. Als redactie meenden wij dit fascinerende en belangwekkende debat een ruime plaats te moeten toebedelen, en wij wensen u veel leesplezier toe.


 Laatst gewijzigd: 25-02-09 - Geplaatst: 25-02-09