Symbolen worden tot cimbalen
Geschiedenis als groeiende gelijktijdigheid
Mackay, E.
Een vrouw komt bij de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung en vertelt hem dat ze gedroomd heeft van een scarabee; terwijl ze dit vertelt, vliegt dit kevertje het raam van de kamer van Jung binnen en landt op zijn bureau. Dit is het beroemdste voorbeeld van synchroniciteit; het gelijktijdig optreden van samenhangende gebeurtenissen, zonder dat er sprake is van een normaal oorzakelijk verband. Het genoemde voorval is zo opmerkelijk dat er wellicht een verband moet bestaan. De vraag is: welk verband?
Nu is dit een voorbeeld uit de psychologie, maar cultuurhistorisch is dit fenomeen van synchroniciteit ook van betekenis. Je kunt dan aan bijzondere samenlopen van omstandigden denken, maar ook aan het gelijktijdig optreden van een nieuwe tijdgeest of ‘geest der eeuw’ (Da Costa!), van nieuwe cultuurhistorische ‘sjablonen’ of ‘symbolen’ – Renaissance, Romantiek – die een wonderlijke gelijkvormige structuur bezitten, soms zelfs zonder dat er sprake is van directe beïnvloeding. Zijn deze sjablonen slechts reconstructies achteraf
van historici of zeggen ze echt iets over de geschiedenis?
Symbolen worden tot cimbalen
Al vanaf mijn middelbare-schooltijd zit de poëzie van Gerrit Achterberg in mijn reistas en dat zal zo zijn tot Voorbij de Iaatste stad. Niet dat het leuk is om Achterberg te lezen. Achterberg is de schaduw achter de berg. En niet alleen achter zijn berg. Wij allen bergen die schaduwzijde en duisternis in ons en Achterbergs naam is in dit licht taal en teken voor dit
heelal.
In Achterbergs cynische, harde, barmhartige gedicht ‘De werkster’ gaat het over een vrouw die heel haar leven de vloeren van de dominee, de dokter en de frik stofvrij maakt. Die veger en dat blik zijn de concrete dingen die in haar hele geschiedenis de levenstekenen zijn. Ze drukken haar geschiedenis uit. Maar haar geschiedenis stopt niet bij de dood. Zij gaat van lijden tot heerlijkheid in Gods hemelse werkelijkheid. En haar werken volgen met haar:
‘God zal haar eenmaal op zijn bodem vinden, gaande de gouden straten naar zijn troon, al slaande met de stoffer op het blik’.In Gods oog – misschien niet in het oog van de dominee, de dokter en de frik – worden in de hemel veger en blik muziekinstrumenten. De voetveeg wordt een violist. ‘Symbolen worden tot cimbalen’. Dat geldt ook voor de dichter zelf, voor het aangezicht van God. Voor de ‘Koopman in oudroest’ wordt een pistool een paukenstok.
In de levensgeschiedenis van ieder mens zijn en worden concrete dingen of gebeurtenissen de symbolen. De schoenen in het beroemde schilderij van Van Gogh drukken een heel leven van moeizarne arbeid uit. De griendwerkers in de Biesbosch waren zelf op het einde van hun leven zo krom als een hoepel. Je droeg allemaal je bijnaam en die drukte iets van je uit (meestal een gebrek). Onder het oude Israël was de naam zelf een teken die het wezen uitdrukte. Dat de naam iets betekent is zelf ook weer een symbool: voor die hele cultuur of tijdsperiode. Momenteel geven velen hun kinderen namen zonder de bedoeling het wezen uit te drukken. Dat ze dat doen is zelf weer betekenisvol: ‘Deejay’ en ‘Vanessa’ betekenen wel degelijk iets!
Het complete artikel vindt u in Transparant 17.1 (januari 2006) 15-17.
Personalia
Dr. E. Mackay is cultuurfilosoof en als docent cultuurgeschiedenis verbonden aan Hoge- school Driestar-Educatief. Hij promoveerde een aantal jaren geleden op een geschied- filosofische studie onder de titel Geschiedenis bij de bron. Een onderzoek naar de verhouding van christelijk geloof en historische werkelijkheid in geschiedwetenschap, wijsbegeerte en theologie.
Jaargang 17 (2006) No 1 - themanummer 'Het Kwaad'
Trefwoorden: Geschiedfilosofie, Cultuurgeschiedenis, Literatuur (jeugd-).
