De Amerikaanse strijders van de Apocalyps
Graaff, B. de
Herhaaldelijk nemen geseculariseerde West-Europeanen met verbazing kennis van opiniecijfers betreffende religiositeit in de Verenigde Staten: 87 procent van de Amerikanen zegt nooit te twijfelen aan het bestaan van God; 85 procent noemt religie 'zeer of vrij belangrijk'; 74 procent gelooft dat Satan bestaat; en 61 procent meent dat religie een antwoord biedt op bijna alle huidige problemen. Dat sterke geloof betreft ook de eindtijd. Maar liefst 36 procent van de Amerikanen is ervan overtuigd dat de apocalyptische Openbaring naar Johannes letterlijk moet worden opgevat en 17 procent verwacht dat de eindtijd tijdens hun eigen leven zal beginnen.
Het sterke geloof in de eindtijd schept een klimaat waarin degenen die menen God 'een handje te moeten helpen' bij het naderbij brengen van de eindtijd of bij het winnen van de laatste strijd tussen de rijken van God en Satan veel aanhang vinden voor hun ideeën. Hoewel zulke stromingen vrijwel altijd hebben bestaan in Amerika sinds de kolonisatie vanuit Europa, is de huidige verschijningsvorm ervan sterk bepaald door twee historische gebeurtenissen uit het recente verleden: de strijd in Vietnam en het eind van de Koude Oorlog met de daarop volgende globalisering.
Zoals na elke oorlog waren er ook na de strijd in Vietnam veteranen die moeite hadden met een terugkeer naar de geordende samenleving. Zij trokken zich terug in de uitgestrekte, bijna onbewoonde gebieden van bijvoorbeeld Montana of Oregon. De voor Amerika ongunstige afloop van de oorlog droeg bij tot afkeer van het politieke establishment, dat in de ogen van veteranen zijn eigen militairen in de steek had gelaten. In dit klimaat ontstonden de zogeheten milities en groepen van survivalists die zich vaak op een religieuze inspiratie beriepen. De rolmodellen waren echter niet uitsluitend ontleend aan de Bijbel. Zo identificeerden veel militieleden zich met de figuur van Rambo, die zijn oorsprong vond in de in 1972 verschenen roman First Blood van David Morell. Bekender dan het boek werd de gelijknamige film die tien jaar later verscheen als eersteling van de Rambo-triologie. Daarin is Rambo, gespeeld door Sylvester Stallone, een eenzame Vietnam-veteraan die beschikt over een uitgebreid scala aan overlevingstechnieken. Het element van de ondankbaarheid van de Amerikaanse overheid, die tegen de veteraan lijkt samen te spannen, is duidelijk aanwezig in de film. Wanneer een lokale sheriff hem dwarszit, vaagt Rambo vrijwel een complete stad weg. Gritz Het roman- en filmpersonage Rambo was op zijn beurt gemodelleerd naar de levensechte James 'Bo' Gritz. Hoewel kolonel Gritz, een Vietnamveteraan met tientallen dapperheids-onderscheidingen zelf nooit tot een militie had behoord, gold hij als 'the godfather of the militias' en was hij rolmodel voor veel militieleden. Gritz leidde in Montana een leefgemeenschap met de veelzeggende naam 'Almost Heaven'. Hij verzorgde daar zogeheten SPIKE-trainingen (Specially Prepared Individuals for Key Events), die door vele duizenden militieleden werden gevolgd. Hij voerde veelvuldig het woord tijdens bijeenkomsten van zogeheten Christian Identity-groeperingen. Meer nog dan de Rambo-boeken en -films vormt de roman The Turner Diaries, die William Pierce in 1978 publiceerde onder het pseudoniem Andrew MacDonald, de 'Bijbel' van de milities. Het boek beschrijft een reeks gebeurtenissen in de toekomst, die begint met een revolutie van blanke racisten in 1991, die vervolgens tot een 'all-out war' tussen de rassen leidt en ten slotte tot een wereldwijde nucleaire brand. In de roman ontketent een terroristische groep met de naam The Order een niets ontziende moordcampagne tegen overheidsdienaren en prominente joden. Zij kaapt vliegtuigen, vergiftigt waterreservoirs en pleegt bomaanslagen op overheidsgebouwen. Ten slotte weten leden van The Order het Amerikaanse nucleaire wapenarsenaal in handen te krijgen, waarmee zij verscheidene Amerikaanse steden van de aardbodem vagen om vervolgens de wapens in te zetten tegen doelen in de Sovjet-Unie en Israël. Diverse organisaties en personen hebben de daden van de ficieve Order inmiddels geprobeerd te verwezenlijken, waaronder een organisatie die zich ook daadwerkelijk The Order noemde en Timothy McVeigh, de man die in 1995 verantwoordelijk was voor de bomaanslag op een federaal overheidsgebouw in Oklahoma, waarbij 168 doden vielen.
Branch Davidians
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw groeide de militiebeweging sterk. Vooral op het door een landbouwcrisis geteisterde platteland ontstonden toen groepen als Posse Comitatus, The Order en the Covenant, the Sword and the Arm of the Lord (CSA). De Posse legde een sterke nadruk op overlevingstactieken. Deze zogeheten survivalists bereidden zich voor op een ineenstorting van de maatschappelijke orde. Zij legden voorraden voedsel, water en andere benodigdheden aan. Ook sloegen zij wapens op en begonnen zich te oefenen in het gebruik daarvan om hun bezittingen en hun levens te kunnen verdedigen als het erop aankwam. De milities zijn dan ook sterk tegen elke poging van de overheid tot inperking van het wapenbezit in de VS. Dit standpunt bleek het belangrijkste bij de rekrutering van nieuwe leden. Meer in het algemeen was de militiebeweging sterk gekant tegen elk optreden van de federale overheid. De beweging kreeg dan ook flink de wind in de zeilen toen de federale overheid enkele malen trachtte op te treden tegen wapenopslagplaatsen van milities. Dat leidde tot belegeringen, waarbij het meerdere keren tot schietpartijen kwam. Toen daarbij slachtoffers vielen aan de kant van de survivalists, had de beweging haar eerste martelaren. Omdat het overheidsoptreden achteraf meermaals incorrect bleek te zijn geweest, sterkte dat de militiebeweging in haar opvatting dat de overheid haar macht misbruikte ten nadele van 'the people'. Het bekendste voorbeeld van zo'n botsing vond plaats in het voorjaar van 1993 in Waco, Texas. Een geloofsgemeenschap, die zichzelf de Branch Davidians noemde en geleid werd door Vernon Howell, alias David Koresh, meende te leven in het einde der tijden. Het oordeel zou volgens hen plaatsvinden in maart 1993. Koresh zelf was ervan overtuigd dat hij een profeet was, die door God was uitverkoren om de ondergang van 'Babylon' in te leiden. Nadat zijn groep een wapenverzameling had aangelegd, trok zij zich terug in een nederzetting in Waco, Texas. De groep werd echter omsingeld door federale agenten. Bij een eerste confrontatie op 28 februari 1993 kwamen vier agenten om en raakten er vijftien gewond. Na een belegering van 51 dagen vielen federale agenten op 19 april opnieuw aan. Daarbij vatte het gebouw waarin de Branch Davidians verbleven vlam en vonden 75 leden van de groep de dood.
Pas zes jaar na dato gaf een van de betrokken agenten toe dat de middelen die de over- heidsagenten hadden ingezet tot de brand hadden geleid. Het was voor de milities het zoveelste bewijs dat de overheid zich schuldig maakte aan machtsmisbruik en samenzwoer tegen 'the people'. Een van de mensen die daar al snel van overtuigd waren geraakt was Timothy McVeigh, die Waco bezocht tijdens de belegering en er daarna herhaaldelijk terugkeerde. Precies twee jaar na de noodlottige ontknoping in Waco pleegde hij zijn aanslag op het federale overheidsgebouw in Oklahoma. Wraakneming voor 'Waco' was zijn belangrijkste motief.
'Dominee' David Koresh vanuit The Branch Davidian
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Psychologische analyse van David Koresh
Materiaal (boek & songs) van Koresh
Jaargang 15 (2004) No 4
Trefwoorden: Amerikaanse geschiedenis, Apocalyps, David Koresh.
