WebfeedRSS
Loading

De zeventiende-eeuwse renegaat Jan Jansz. van Haarlem

Intermediair tussen christelijke en islamitische wereld

Gelder, M. van

De Opstand (1568-1648) resulteerde niet alleen in het ontstaan van de Nederlandse Republiek als zelfstandige staat, maar genereerde ook onverwachte bondgenootschappen en contacten met niet- christelijke samenlevingen.


Inleiding

De oorlog tegen het katholieke Spanje deed de traditionele grenzen tussen christendom en islam vervagen en maakte toenadering tot islamitische staten mogelijk. Zo stelde Willem van Oranje dat hij in zijn strijd hulp van iedereen zou verwelkomen, zelfs van moslims, terwijl de Geuzen zich bedienden van de leus ‘Liever Turks dan Paaps’. Dit waren in de eerste plaats anti-Spaanse sentimenten, maar deze zorgden er wel voor dat aan het begin van de zeventiende eeuw ruimte ontstond voor concrete politieke allianties met islamitische mediterrane staten. Zo sloot de Republiek in 1610 een bondgenootschap met Marokko en volgden in 1612 en 1622 verdragen met respectievelijk het Ottomaanse Rijk en de Ottomaanse vazalstaat Algiers. Vooral de Neder- lands-Marokkaanse alliantie stelde de Republiek in staat om tijdens het Twaalfjarig Bestand Spanje te blijven bestrijden vanuit de Marokkaanse havens.

Ook op andere vlakken intensiveerde het Nederlandse contact met de zogenaamde Barbarijse Kust: de regio die in de vroegmoderne tijd bestond uit het koninkrijk Marokkko en de Ottomaanse vazalstaten Algiers, Tunis en Tripoli (het huidige Algerije, Tunesië en Libië). Zo deed de opbloei van de Amsterdamse handel ook de commerciële contacten met het Middellandse Zeegebied toenemen, iets wat niet zonder gevaar was. In de mediterrane regio was kaapvaart van oudsher onderdeel van de strijd tussen christelijke en islamitische staten. Van beide kanten joeg men op vijandelijke schepen om deze vervolgens inclusief lading en bemanning als buit te verkopen. Vanaf het moment dat Nederlandse schepen in het laatste ecennium van de zestiende eeuw de Middellandse Zee binnenvoeren, kregen ook zij te maken met dit fenomeen, wat resulteerde in een toenemende hoeveelheid Nederlandse mannen — en een klein aantal vrouwen — in Barbarijse gevangenschap. In theorie konden deze gevangenen worden vrijgekocht, maar in de praktijk sleet het merendeel zijn of haar leven in gevangenschap in de islamitische havensteden of op de Barbarijse galeien. Sommige Nederlanders bekeerden zich tijdens hun verblijf, al dan niet vrijwillig, tot de islam.

Het complete artikel is te lezen in Transparant 19.3 (september 2008) 4-9, een thema- nummer over de Islam en het Westen.



 Laatst gewijzigd: 20-11-09 - Geplaatst: 18-02-09