WebfeedRSS
Loading

Dood aan de ketter!

De moord op Hendrik IV en religieuze orde in vroeg- modern Frankrijk

Linden, D. van der

In Parijs bleef anno 1610 weinig geheim voor reporter avant la lettre Pierre de l’Estoile, en zeker geen koningsmoord. De dagboekauteur zwierf dagelijks door de hoofdstad om geruchten op te vangen en pamfletten te kopen, dus het wekt weinig verwondering dat hij nog dezelfde dag op de hoogte was van de aanslag op koning Hendrik IV.

“Vrijdag de veertiende mei, omstreeks vier uur in de namiddag, toen de koning zich in zijn koets bevond zonder lijfwachten,” zo schreef L’Estoile in zijn dagboek, "werd hij ongelukkigerwijs vermoord door een kwaadwillige en wanhopige boosdoener genaamd François Ravaillac, geboren in Angoulême.” De moord was een ongelukkig toeval, zo legde L’Estoile uit. Die middag had Hendrik onverwachts besloten zijn minister van Financiën Sully op te zoeken in het Arsenaal, maar had het Louvre verlaten met slechts een paar edelen aan zijn zijde – lijfwachten achtte de koning onnodig. In de smalle Rue de la Ferronnerie raakte zijn koets echter vast in een verkeersopstopping; een wagen volgeladen met wijntonnen en een hooiwagen blokkeerde de doorgang. Terwijl een van de edelen probeerde de weg vrij te inaken, klauterde plots een man de koets binnen en stak Hendrik in de borst. Nog voordat het gezelschap het Louvre weer wist te bereiken, was de vorst aan zijn verwondingen bezweken.


Het complete artikel kunt u lezen in Transparant 19.1 (februari 2008) 12-17.



 Laatst gewijzigd: 18-02-09 - Geplaatst: 18-02-09