WebfeedRSS
Loading

A.W.F. Idenburg: een ‘ethicus’ binnen antirevolutionaire kaders

Hooiveld, G.

In het najaar van 1918 began de nationalistische heweging in Nederlands-Indië die luidruchtig om meer invloed van de inheemse bevolking op het bestuur van de kolonie te eisen. Hierdoor ontstond onrust. Die onrust bracht de hoogste ambtenaar van het Nederlands bestuur, gouverneur J.P. van graaf Limburg Stirum, tot het maken van een strategische stap naar voren. Op 18 november 1918 werd namens hem een verklaring afgelegd, waarin hij een verruiming van de bevoegdheden van de zogenoemde Volksraad aankondigde. Deze pas opgerichte Volksraad was een soort pseudo- parlement voor de koloniale onderdanen...

De politiek baas van Van Limburg Stierum, de minister van Koloniën A.W.F. Idenburg, had geen begrip voor de inhoud van de verklaring. In een brief aan zijn hoogste ambtenaar in Nederlands-Indië van 11 december 1918 schreef hij dat het op dit moment politiek onjuist was om sterk aan te dringen op uitbreiding van de bevoegdheden van de Volksraad. Volgens Idenburg moest de democratische ontwikkeling in Nederlands-Indië geleidelijk en van onder-af gebeuren. Een Volksraad met meer bevoegdheden zou naar zijn mening pas het sluitstuk van deze ontwikkeling zijn.

In het vervolg van dit artikel verklaart Hooiveld de wijzigende opvattingen van Idenburg ten aanzien van de nationalistische beweging in Nederlands-Indië.

Het complete artikel kunt u lezen in

Transparant 19.1 (januari 2008) 4-11.


 Laatst gewijzigd: 20-11-09 - Geplaatst: 18-02-09