Politiek op school?
Verwey, W.
Staan op de schouders van het voorgeslacht of je laten leiden door de problemen van de dag? Voor historici is dat geen vraag. Voor hen is het eerste vanzelfsprekend. Zij hebben dan ook het voorrecht om zich dagelijks te mogen verdiepen in het erfgoed van ons voorgelacht. Voor doorsnee politici is het ook geen vraag. Zij doen niet anders dan het laatste. De problemen van de dag zijn al ingewikkeld genoeg en waarom zou je je dan nog bezig houden met het verleden? Het verleden betekent immers meestal alleen maar een last?
Staan op de schouders van het voorgeslacht of je laten leiden door de problemen van de dag? Slimme politici zeggen dan natuurlijk dat je het ene zeker moet doen en voor het andere ook beslist oog moet hebben. Dat lijkt me eerlijk gezegd ook wel het beste antwoord, maar dan wel eerst het een en dan het ander. Laten we deze abstracte vraagstelling eens concretiseren aan de hand van het opnieuw opgelaaide debat over de vrijheid van onderwijs. Dit klassieke vrijheidsrecht heeft sinds 1917 (en materieel sinds 1920) na een heftige strijd tussen liberalen en confessionelen een vrijwel ongewijzigde positie in onze Grondwet behouden. Het is daarmee dus beslist geen resultaat van de waan van de dag. Sterker: de vrijheid van onderwijs blijkt al vele decennia lang be stand te zijn tegen de tand des tijds. De vrijheid van onderwijs is wel steeds een aangevochten bezit geweest. Dat heeft verwondingen opgeleverd, maar leidde er nooit toe dat de vrijheid van onderwijs het onderspit moest delven. De maatschappelijke veranderingen in de achter ons liggende eeuw overziende, heeft dat zonder meer veel te zeggen. Ook de politiek is postmodern geworden. Het is nog niet zo heel lang geleden dat een beroep op de vrijheid van onderwijs er toe deed in het politieke debat. Een terechte verwijzing naar artikel 23 van de Grondwet deed eigenlijk alle tegenspraak verstommen. De interpretatie van het Grondwetsartikel was dan ook een gegeven en een overtuigend beroep daarop had gezag. Inmiddels zijn de rollen omgekeerd. De interpretatie van de Grondwet is niet langer een vaststaand gegeven. De wetgever (de regering in samenspraak met de Staten-Generaal) benadrukt tegenwoordig keer op keer dat zij zelf gaat over de interpretatie van de Grondwet. Dat is natuurlijk niet geheel onjuist, maar die interpretatie is wel aan regels gebonden. En de historische interpretatiemethode heeft niets van haar betekenis en recht verloren, zeker als wordt bedacht dat de Grondwet er is om waarborgen te bieden voor de burger ten opzichte van de overheid. De huidige instrumentalisering van de Grondwet doet daaraan helaas veel afbreuk. De waan van de dag kan immers geen waarborg bieden. Mede daarom is het een goede zaak dat toetsing door de rechter aan de Grondwet (de constitutionele toetsing) naar alle waarschijnlijkheid binnen afzienbare tijd mogelijk wordt...
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 16 (2005) No 1
Trefwoorden: Onderwijs, , .
