Transparant 20.1
Themanummer "Rechtvaardige oorlog"
Nummer 20.1 (februari 2009) gaat over de idee van de rechtvaardige oorlog. De artikelen in dit nummer zijn gebaseerd op lezingen die gehouden zijn op het VCH-congres in juni 2008. De bijdragen zijn van de hand van, onder andere, Eimert van Middelkoop (minister van Defensie), Beatrice de Graaf en Koos van Bruggen.
Redactioneel - David Onnekink
Stelt u zich een reiziger voor die over een verlaten weg loopt. Hij draagt een wapen bij zich ter bescherming tegen de wilde dieren. Als christen zal hij dat wapen echter niet gebruiken tegen struikrovers, omdat hij gelooft dat hij in dat geval de andere wang moet toekeren. Bovendien zou hij het gebod om zijn naaste lief te hebben overtreden. Maar stel nu, dat de reiziger getuige is van een overval op een andere reiziger, wat moet hij dan doen? Als hij niet ingrijpt, overtreedt hij immers ook het gebod om zijn naaste, de andere reiziger, lief te hebben. Deze netelige vragen werden gesteld door Ambrosius, bisschop van Milaan (339-397). Ambrosius kwam tot de conclusie dat de reiziger moest ingrijpen. Deed hij dat niet, dan was hij even verantwoordelijk voor het kwaad dat ging geschieden als de struikrover. Het gebod om de andere wang toe te keren was niet op deze situatie van toepassing, omdat de reiziger immers zelf niet bedreigd werd. Ambrosius voegde er aan toe dat de reiziger zo weinig mogelijk geweld zou moeten gebruiken om de struikrover te verjagen. Op deze wijze kerstende de Kerkvader de Romeinse theorie van de rechtvaardige oorlog: er moet een rechtvaardige reden zijn, de intentie van de belligerent moet juist zijn, en de oorlog moet gevochten worden door een legitieme autoriteit. Deze voorwaarden om een oorlog te beginnen staan bekend als het ius ad bellum. Bovendien gaf Ambrosius met zijn pleidooi tot het intomen van geweld een aanzet tot oorlogsrecht, het ius in bello, dat proportionaliteit en onderscheid tussen combatanten en non-combatanten voorschrijft. Deze theorie zou via Augustinus en Thomas van Aquino deel gaan uitmaken van kode christelijke ethiek, die ook door de Reformatoren werd overgenomen. De theorie vormt een kader om vanuit christelijk perspectief na te denken over de soms gespannen verhoudingen tussen verantwoordelijkheid, naastenliefde en streven naar vrede, maar verschaft geen pasklare antwoorden. Zo vond in 2003 een topontmoeting plaats tussen vertegenwoordigers van het Witte Huis en het Vaticaan over de invasie in Irak, die de paus had afgekeurd. Beide partijen verdedigden hun standpunt op basis van diezelfde theorie van de rechtvaardige oorlog. Dat de eeuwenoude theorie nog springlevend is, blijkt ook uit andere recente ontwikkelingen. Zo is gepleit voor het opnemen van het ius post bellum als nieuw element in de theorie: de situatie na de oorlog zou ook in beschouwing moeten worden genomen. Michael Waltzer introduceerde bovendien de term ius ad vim (rechtvaardiging van het gebruik van geweld) in verband met de Amerikaanse beslissing no-fly zones in Irak af te dwingen in de jaren 1990. Hoewel de theorie van de rechtvaardige oorlog paradigmatisch is geweest in de christelijke ethiek, mogen we niet vergeten dat er ook altijd alternatieven zijn geweest. De theorie problematiseert het gebruik van geweld, maar er zijn ook tijden geweest dat het geweld juist verheerlijkt werd (de kruistochten) of principieel werd afgewezen (christelijk pacifisme). De artikelen die u in dit nummer van Transparant vindt, zijn gebaseerd op lezingen gehouden tijdens een conferentie van de VCH op 9 juni 2008, in samenwerking met het het Instituut Geschiedenis (Universiteit Utrecht) en het Centre for Terrorism and Counterterrorism (Universiteit Leiden, Campus Den Haag). Na de openingsrede van VCH-bestuursvoorzitter Beatrice de Graaf vindt u het artikel van minister van Defensie Eimert van Middelkoop, waarin hij ingaat op de betekenis van de theorie van de rechtvaardige oorlog in de huidige militaire praktijk, met name de rol van Nederland in Afghanistan. Jan Hoffenaar analyseert de historische achtergrond van de theorie en overweegt of die nog steeds actuele waarde heeft. Koos van der Bruggen kijkt naar de positie en discussie binnen kerken ten aanzien van de theorie. Ten slotte overweegt Pieter Post vanuit een doperse zienswijze het alternatief van het pacifisme.
Inhoud
Openingswoord Conferentie Vereniging voor Christenhistorici door Beatrice de Graaf De hedendaagse betekenis van het begrip rechtvaardige oorlog voor de mili- taire praktijk door Eimert van Middelkoop De rechtvaardige oorlog in historisch perspectief: de ontwikkeling van concept en praktijk door Jan Hoffenaar Rechtvaardige oorlog: traditie vanuit kerkelijk perspectief door Koos van der Bruggen Christenen en de wapens door Pieter PostTransparant
Jaargang 20 (2009) No 1 - themanummer rechtvaardige oorlog
Trefwoorden: Rechtvaardige oorlog, Oorlogen, .
