WebfeedRSS
Loading

De jaren vijftig als transformatiejaren

Vos-Arwert, J.L.

De jaren vijftig worden vaak betiteld als saai en ouderwets. Het volgende decennium daarentegen wordt vaak een tijd van vernieuwing en bevrijding genoemd. In dit artikel wil ik nagaan of die tegenstelling wel klopt. Zijn de jaren vijftig wel ouderwets en zonder vernieuwing? Wilde men alles bij het oude laten?
Met de jaren vijftig bedoel ik de jaren 1945-1960. De jaren direct na de Tweede Wereldoorlog neem ik hierbij mee, die vijf jaar zijn 'puinruimjaren' geweest met de eerste stappen naar herstel en wederopbouw. We willen in dit artikel eerst kort zowel de jaren zestig als de jaren vijftig schetsen en daarna onze vraagstelling beantwoorden.




De jaren zestig

De jaren zestig waren jaren die zich kenmerkten door een sterke welvaartsstijging. De lonen gingen steeds verder omhoog, zodat de mensen zich steeds meer konden permitteren. Het harde werken van voorgaande jaren kon plaats maken voor kortere werkdagen en een kortere werkweek. De huisvader hoefde op zaterdag niet meer te werken. Ook het loonzakje verdween. Er kwam een bank- of girorekening voor in de plaats. Het inwonen bij vader en moeder als pasgetrouwd stel vond steeds minder plaats. Voor steeds meer mensen kwamen er woningen beschikbaar. Nieuwe woonwijken werden uit de grond gestampt: rijtjeswoningen met doorzonkamers of nieuwe flats met ruime appartementen met allerlei voorzieningen dicht bij de hand. Een bekend voorbeeld is de Bijlmer in Amsterdam. Een nieuwe kijk op wonen, goede verbindingen naar de oude stad, en op wijkniveau winkels en scholen. Bij steeds meer mensen kwam er een auto voor de deur staan zodat men op een gemakkelijke manier op pad kon gaan. De vakanties gingen naar steeds verdere oorden, niet meer alleen naar Zandvoort aan Zee of de Veluwe, maar ook Europa in. Of nog verder, naar familie die naar Canada, Amerika of Australië was geëmigreerd.

Door de ontdekking van het Groningse aardgas was de steenkolenkachel op zijn retour ten gunste van de gaskachel en de centrale verwarming. Het leven leek gemakkelijker te worden. De gezinnen werden kleiner door 'de pil', waardoor het werk van de huismoeder minder omvangrijk werd. Huishoudelijke apparaten, zoals wasmachines, waren gemeengoed geworden, zodat het werk thuis een stuk gemakkelijker werd. Moeder hoefde niet meer te 'sloven'.
Nederland veranderde ook wat betreft de samenstelling van de bevolking. In ons land kwamen steeds meer immigranten, afkomstig uit diverse landen, te wonen. Naast overzeese rijksgenoten uit Suriname en de Antillen die in ons land een betere toekomst zochten, kwamen ook buitenlandse werknemers uit de landen rondom de Middellandse Zee als 'gastarbeider' hier wonen en werken. Eerst betrof het vooral Spanjaarden en Italianen, na 1965 kwamen de eerste niet-Europese werknemers, zoals Turken en Marokkanen. Daar regering en werkgevers verwachtten dat deze mensen tijdelijk in ons land zouden zijn, werd aan integratie niet gedacht. Maar na een verblijf van twee jaren mochten de vrouwen overkomen en werden er gezinnen gesticht.
De politiek veranderde door de opkomst van nieuwe partijen in de Nederlandse politiek die geen banden hadden met de traditionele richtingen als het liberalisme, socialisme, katholisme en protestantisme. Zo liet D'66 een totaal ander geluid horen en werd de PPR opgericht vanuit tegenstellingen binnen de KVP. De radicalen binnen de partij scheidden zich af en vormden de nieuwe partij van politieke radicalen in 1968.
De jaren vijftig leken afgedaan. Weg met de knellende banden van de vier zuilen, waar de voormannen het voor het zeggen leken te hebben. Weg met de soberheid en de aloude gezagsverhoudingen. De jongeren in hun eigen cultuur hadden steeds minder een boodschap aan het gezag van de politie. In de jaren zestig gingen de jongeren steeds meer de straat op om te demonstreren tegen de oorlogen, tegen de discriminatie van de zwarten in Amerika of tegen de atoombom. Rellen werden niet geschuwd en aandacht van de media zoals de krant en de tv was welkom. Een groepje jongeren noemden zich Provo omdat provoceren hun manier was om hun onvrede met de wereld duidelijk te maken. Hoewel het een klein groepje op zich was, stond het wel voor verzet tegen het gezag, orde en traditie. De studenten lieten van zich horen, aan de universiteiten groeide de onrust. De universiteit moest naar hun mening maatschappijkritischer worden en er moest meer inspraak komen. Door middel van acties zoals bezettingen, probeerden ze hun doel te bereiken. De bezetting van het Maagdenhuis is het bekendste voorbeeld.

Polygoonjournaal (1960)


Personalia Janneke Vos-Arwert

Janneke Vos-Arwert studeerde van 1981-1985 geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en studeert momenteel Algemene Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit Nederland.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 16-04-11 - Geplaatst: 04-09-07