WebfeedRSS
Loading

"Hof en Handel: Aziatische vorsten en de VOC, 1620- 1720"

Recensie

Groesen, M. van

n.a.v. Elisabeth Locher-Scholten en Peter Rietbergen (red.), Hof en handel: Aziatische vorsten en de VOC, 1620-1720 [feestbundel voor Prof. dr. Jurrien van Goor] (KITLV Uitgeverij, Leiden 2004), 349 blz.

Feestbundels, ter ere van een gerenommeerd wetenschapper die een respectabele leeftijd heeft bereikt, zijn doorgaans verplichte nummers voor alle lezers behalve de gefêteerde. De artikelen van vrienden en collega’s hebben weinig samenhang, zijn vaak vrij summier, en de boeken maken hierdoor meestal een zeer heterogene indruk.

Het recent verschenen Hof en handel: Aziatische vorsten en de VOC, 1620-1720 vormt hierop een opvallende uitzondering. Jurrien van Goor, sinds jaar en dag werkend aan de vroegmoderne Nederlandse expansie in Azië, mocht vorig jaar deze bundel in ontvangst nemen, waarvan reeds uit de titel blijkt dat alle auteurs zich hebben geschikt in thematische eenheid. Een elegie voor de scheidend hoogleraar koloniale geschiedenis in Utrecht, inclusief diens complete wetenschappelijke bibliografie geeft aan dat het hier wel degelijk een liber amicorum betreft.

De titel van het boek is bovendien enigszins misleidend. Hoewel de indruk wordt gewekt dat hier de handelsbetrekkingen in een periode van honderd jaar aan de orde komen, blijkt de meerderheid van de twaalf bijdrages zich te richten op de periode kort vóór en kort na 1700. De samenstellers zijn dan ook te prijzen om hun strenge redigerende hand, die ongetwijfeld deze inhoudelijke en chronologische eenheid mogelijk heeft gemaakt. Elk artikel behandelt één wingewest – of gewenst wingewest – van de Compagnie, waarbij alleen Mataram, zonder opgaaf van reden, ontbreekt, China slechts zeer summier wordt behandeld, en Japan pas op verzoek van de uitgever is toegevoegd.

De verscheidenheid van de gewesten en de verschillende politieke situaties waarmee de VOC in Azië te maken kreeg, komt niettemin goed tot uiting in de bundel. Elke regio vereiste een specifieke handelswijze van de Compagniedienaren, bepaald door de macht van de lokale elite en door de aard van het aldaar te winnen product, en het boek als geheel vormt zo een mooi palet van allianties en strubbelingen. Met krachtige lokale vorsten trachtte de VOC contracten af te sluiten die de wederzijdse afhankelijkheid van beide partijen weerspiegelden, maar niet zelden waren de Nederlanders overgeleverd aan de plaatselijke eisen en gebruiken, bijvoorbeeld in Japan en in de relatie met de Groot-Mogols in Noord-India. Dergelijke contracten werden ook afgesloten met kleinere vorstendommen, maar suggereerden hier vaak enkel op papier samenwerking, omdat er in praktijk sprake was van onderwerping van de lokale regeringen aan de verlangens van de Compagnie. Het monopolie op kruidnagelen, nootmuskaat en foelie, bijvoorbeeld, was te belangrijk voor de VOC om zich te plooien naar de wensen van de Ambonese machthebbers. De Compagnie vestigde zich met militaire middelen in de archipel, en werd noodgedwongen een landsheer met onderdanen. De koopman, in de woorden van Van Goor, werd koning.

De aandacht voor deze thema's maakt de bundel helaas wel enigszins eenzijdig. Politiek voert de boventoon, en sommige hoofdstukken waarin de terminologie en de structuur van het plaatselijke staatsapparaat veel uitleg vergt, sprankelen geen moment. Juist de artikelen die iets losser met het onderwerp van de bundel omgaan, zoals van Hugo s'Jacob over de informatievoorziening van een VOC-magistraat in Cochin, of van Peter Rietbergen over de pracht en praal tijdens de moeizame audiënties in Japan, zijn het aantrekkelijkst. Daarentegen worden de religie en zeker de cultuur van de betreffende Aziatische hoven in de meeste bijdrages nauwelijks behandeld. Dat is jammer, omdat recente tentoonstellingen, zoals "De Nederlandse ontmoeting met Azië, 1600-1950" (Rijksmuseum 2002), hebben laten zien hoe aantrekkelijk en hoe divers de culturele contacten en de visuele weerspiegeling daarvan kunnen zijn. Dit had wellicht kunnen worden ondervangen door aantrekkelijk beeldmateriaal op te nemen, maar de illustraties in het boek zijn afkomstig uit een beperkt aantal standaardwerken, en daarnaast kwalitatief en technisch een teleurstelling. Een andere keuze van de redactie die in het oog springt is die voor het behoud van de tweetaligheid in het register. De afwisseling van Engels- en Nederlandstalige stukken leidt zo tot de knullige situatie dat een lezer met belangstelling voor de Filippijnen zowel bij de F als bij de P van 'Philippines' paginanummers moet achterhalen, allesbehalve een voorbeeld van gebruiksvriendelijkheid.

En dat terwijl dit boek inhoudelijk wel aanleiding biedt om veel ter hand te worden genomen. De meeste stukken zijn helder en goed leesbaar, en bieden aanknopingspunten voor historici en studenten om iets op te steken over de regionale geschiedenis van Azië, gezien door de ogen van de VOC.


 Laatst gewijzigd: 31-03-09 - Geplaatst: 21-08-06