De Franse godsdienstoorlogen en de uitdaging voor partijdige geschiedenis
Trim, D.
Hoe moeten historici omgaan met een periode van oorlog en wreedheid in de naam van godsdienst, zoals de Franse godsdienstoorlogan? Hoe moeten zij dit op een eerlijke en in een oecumenische geest doen, en recht doen aan de verplichtingen van zowel het christelijk geloof als die van de academische historische professie?
Ik maakte voor het eerst kennis met de Franse godsdienstoorlogen (1562-1598, of wellicht 1562-1629) als jongen, en mijn visie op deze conflicten werd gevormd door twee tamelijk verschillende vormende invloeden. Ik was enthousiast over krijgsgeschiedenis en hield ervan om oorlogsspellen te doen met soldaatjes, en de boeken die ik tegenkwam over de guerres de religion waren in het algemeen geschreven voor liefhebbers van krijgsgeschiedenis en spellen. In dergelijke werken werden alleen de grote veldslagen en belegeringen behandeld, en er werd weinig gezegd over de bredere context van de gevechtshandelingen of het meer algemene endemische geweld in het Frankrijk van de late zestiende eeuw. Voor mij gingen de godsdienstoorlogen niet over debatten over religieuze tolerantie, maar meer over de waarde van de tactiek van Hendrik van Navarra om arkebussiers en cavalerie te combineren, en zijn vaardigheden in het gebruik van artillerie. Dit waren de tekenen van een 'groot aanvoerder', die de 'eeuwige principes' van de oorlogsvoering herkende. De oorlogen gingen ook niet over slachtingen van onschuldigen, maar de wanhopige charges van de dappere aristocratische cavalerie: bij Dreux (1562[3]), waar ze bijna allemaal witte kleden aan hadden; bij Coutras in 1587, waar de psalmzingende Hugenoten een enorme katholieke overmacht verpletterden, die ten onrechte meende dat ze dankzij hun numerieke overmacht wel zouden winnen; en bij Ivry in 1590, waar Hendrik van Navarra de ondergang afwendde door een persoonlijke charge in te zetten en zijn aristocratische ridders aanspoorde zijn witte pluimen te volgen 'om de weg naar victorie en eer te vinden' [trouverez au chemin de la victoire et de l’honneur].
Maar er was ook een tweede invloed. Ik ben geboren als een Zevendedags Adventist en ben als zodanig nog steeds actief. Dit is een conservatieve, evangelische, protestantse kerk, opgericht in Noord-Amerika in het midden van de negentiende eeuw, en wordt nog steeds gekarakteriseerd door een traditionele protestantse visie op de geschiedenis van de Reformatie. In de geschiedenisboeken die ik als kind en adolescent las, was het algemeen duidelijk dat de protestanten gelijk hadden en de katholieken niet. Maar er was nog een andere, specifieke invloed op mijn denken over de Reformatie in Frankrijk. De historicus Walter C. Utt, een Zevendedags Adventist, verwerkte zijn zeer gedetailleerde onderzoek naar de Hugenoten tijdens de regering van Lodewijk XIV niet in wetenschappelijke monografieën, maar schreef twee (zorg- vuldig accurate) historische romans voor adolescenten en oudere kinderen. Ze gaven een levendig beeld van de Franse gereformeerde wereld gedurende de tweede helft van de jaren 1680, toen religieuze vrijheid in Frankrijk op het punt stond vernietigd te worden. Deze boeken waren erg populair (en ik vraag me nog steeds af of de benadering van Utt niet de juiste is geweest! Hij bereikte in ieder geval een veel groter publiek dan ik ooit deed in mijn geannoteerde wetenschappelijke publicaties). Ik groeide op met het lezen van de romans van Utt (en gelijksoortige boeken van schrijvers die minder vaardig waren als schrijvers of historici), waardoor de Revocatie van het Edict van Nantes al op zeer jonge leeftijd een herkenbare gebeurtenis was voor mij. Maar een ander gevolg hiervan was ook dat de Hugenoten duidelijk de Helden waren, en de katholieken de Slechteriken.
Utts boeken speelden decennia na het einde van de godsdienstoorlogen, maar vanwege die boeken identificeerde ik instinctief de Hugenoten als de 'goeden', en ze beïnvloedden daarom noodzakelijkerwijs de manier waarop ik de vroegere periode beschouwde. Het was dus niet alleen de heroïek en het drama van de slagen van de Hugenoten die tot mijn verbeelding spraken, maar ook het feit dat klaarblijkelijk de goede hunt won! Toen ik voor het eerst las dat de cavalerie van de Prins van Condé bij Dreux gekleed was in het wit (waarschijnlijk pijen over hun metalen harnassen), leek dat alleen maar toepasselijk.
Dr. D.J.B. Trim is Fellow of the Royal Historical Society, en universitair docent geschiedenis aan Newbold College in Engeland. Hij is de auteur van ondere andere The Chivalric Ethos and the Development of Military Professionalism (Brill, 2003) en Cross, Crown and Community: Religion, Government and Culture in Early-Modern England, 1400-1800. (Peter Lang, 2004).
Download het complete artikel (Pdf)
Download het complete artikel (Word)
Jaargang 17 (2006) No 3 - themanummer godsdienstoorlogen
Trefwoorden: Frankrijk, Godsdienstoorlogen, Hugenoten.
