WebfeedRSS
Loading

Tussen ratio en geloof

Betrokkenheid van de Republiek bij het eerste deel van de Dertigjarige Oorlog, 1618-1629

Hemert, L. van

Tegelijk met het tweede deel van de Nederlandse opstand was het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie verwikkeld in de Dertigjarige Oorlog. De Republiek speelde in deze oorlog een actieve rol. De eerste jaren van de betrokkenheid werden gekenmerkt door de voor de vroegmoderne godsdienstoorlogen typerende vermenging van politieke en religieuze motieven.

Officieel behoorden de Nederlanden tot het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Sinds 1548 hadden zij een status aparte en behoorden aan de Spaanse Habsburgers toe. In het Rijk was er een voortdurend spel om de macht gaande tussen de keizer en zijn onderdanen. In de zestiende eeuw raakte deze machtsstrijd verweven met de godsdienstige tegenstellingen in het Rijk. Drie keurvorsten, van de Palts, Brandenburg en Saksen, werden protestants, net als vele minder belangrijke vorsten. Met de godsdienstvrede van Augsburg in 1555 werd dit probleem opgelost met het principe van 'cuius regio, eius religio': het geloof van de vorst was bepalend voor diens gehele territorium. Een halve eeuw later werkte dit principe niet meer. De spanningen tussen katholieken en protestanten, en zelfs tussen lutheranen en calvinisten, liepen steeds verder op. In het Rijk vreesde men dat er net als in Frankrijk en de Nederlanden spoedig een godsdienstoorlog zou uitbreken.

Hoewel de Republiek alleen officieel nog deel uitmaakte van het Rijk bestonden er intensieve contacten. Allereerst dreef de Republiek veel handel met het Rijk. De rivierhandel was van groot belang en er waren goede contacten met de Hanzesteden. Ten tweede onderhielden de stadhouder en de Staten-Generaal nauwe contacten met een aantal vooraanstaande protestanten in het Rijk. Naast de directe familie van de stadhouder, de Nassaus, ging het om de keurvorsten van de Palts en Brandenburg en de landgraaf van Hessen.

Ook vanuit strategisch oogpunt was de Republiek op het Rijk betrokken. Zij wilde haar oostgrens verder versterken en voorkomen dat Spanje daar meer invloed kreeg. Een uitgelezen kans hiervoor ontstond toen de kinderloze hertog van Gulik in 1609 overleed. De Republiek nam deel aan een internationale coalitie die de meeste erflanden in 1610 bezette. Vier jaar later stond de Republiek er alleen voor en verloor een aanzienlijk deel van de bezette territoria.

Beide oorlogen verhoogden de spanning in het Rijk. Zowel de katholieken, in de Liga, als de protestanten, in de Unie, organiseerden zich in bondgenootschappen om hun positie te handhaven. Beide zochten steun in het buitenland. De Republiek en Engeland sloten in 1613 een defensieve alliantie met de Unie, terwijl de Liga steun kreeg van Spanje. In de volgende jaren nam het conflict tussen de remonstranten en contraremonstranten de aandacht van de Republiek steeds meer in beslag. Bovendien had Oldenbarnevelt de meeste invloed op de buitenlandse politiek. Hij concentreerde zich vooral op de handelsbelangen van de Republiek. Van door godsdienst gemotiveerde allianties moest hij weinig hebben.

De Boheemse opstand

Op 23 mei 1618 werden twee van de Habsburgerse stadhouders van Bohemen uit een van de ramen van de Praagse burcht gegooid. Hiermee kwamen de spanningen tussen de Boheemse standen en de Habsburgers tot uitbarsting. De standen verklaarden de opstand aan de Habsburgers. In de volgende weken verstuurden zij brieven naar mogelijke bondgenoten waarin de situatie werd uitgelegd. De Staten-Generaal behandelden de brief pas eind augustus. De standen maanden niet tot spoed, maar belangrijker was dat Maurits er in juli en augustus in slaagde om de machtsstrijd met Oldenbarnevelt in zijn voordeel te beslissen. Voor de buitenlandse politiek betekende dit een koerswijziging. Maurits wilde in tegenstelling tot de raadpensionaris de Habsburgers waar mogelijk afbreuk doen. Ook had hij geen bezwaar tegen allianties op godsdienstige basis. De Staten-Generaal lieten weten sympathiek tegenover de opstand te staan, maar de Bohemers moesten allereerst van de Unie hulp verwachten.

De Habsburgers traden slagvaardiger op dan de protestanten. De keizer ontving forse steun van Spanje en bracht daarmee een flink leger op de been. De standen stuurden hierop dringendere verzoeken om hulp. De Staten-Generaal gaven daar pas aandacht aan toen het proces tegen Oldenbarnevelt was afgerond. Met het naderende einde van het Bestand in hun achterhoofd was het aantrekkelijk wanneer de Habsburgers hun aandacht moesten besteden aan een opstand in hun erflanden. De Republiek durfde echter nog niet alleen hulp te geven en probeerde de Engelse koning Jacobus tot steun te bewegen. Wel hadden de Staten-Generaal al in het najaar van 1618 verlof verleend aan soldaten om in Boheemse dienst te treden.

Personalia

Lammert van Hemert (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en studeerde af op de betrokkenheid van de Republiek bij de Dertigjarige Oorlog. Vanaf de zomer gaat hij de verkorte opleiding voor docent geschiedenis volgen.

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 22-05-09 - Geplaatst: 07-08-06