WebfeedRSS
Loading

Relevante bundel over de betrekkingen tussen Amsterdam en New York

Recensie

Koops, E.

n.a.v. G. Harinck en H. Krabbendam (red.), Amsterdam – New York: Transatlantic Relations and Urban Identities since 1653 (Amsterdam: VU University Press, 2005). European Contributions to American Studies; 199 pag. €29,90.

Het begin van de geschiedenis van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Nederland kan terug- gevoerd worden tot september 1609, toen de Engelse zeevaarder Henry Hudson met het schip ‘De Halve Maen’ de oostkust van Amerika in zicht kreeg. Het doel van zijn missie, uitgevoerd in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), was het ontdekken en in kaart brengen van de mysterieuze waterweg naar Azië, maar de Engelse kapitein kon zijn eigen grootse verwachtingen noch die van zijn opdrachtgevers waarmaken. Gedesillusioneerd keerde Hudson naar Europa terug. Het was waarschijnlijk zijn eergevoel dat hem belette zijn schip af te meren in Amsterdam, de thuishaven van zijn werkgever, en in plaats daarvan ging hij naar het plaatsje Dorthmouth in Engeland. Op miraculeuze wijze belandde het scheepsjournaal, via de bemiddeling van een Nederlands contactpersoon in Engeland, alsnog in handen van de VOC. Toen de Amsterdamse handelslieden Hudsons reisverslag onder ogen kregen, was hun belangstelling voor het gebied dat beschreven werd als ‘Manna-hata’ (Manhattan) meteen gewekt, doordat er diverse naar geld riekende woorden in stonden zoals ‘vellen’, ‘pelterijen’, ‘maerters’ en ‘vossen’. In de jaren die volgden, stichtten de Nederlanders, met dank aan het pionierswerk van Hudson, de levendige handelskolonie Nieuw-Nederland. Het centrum van deze kolonie kreeg de naam Nieuw-Amsterdam en was gesitueerd op het huidige grondgebied van Manhattan, een eiland dat destijds, in 1626, voor een partij goederen ter waarde van 60 gulden opgekocht werd van een lokale indianenstam. Niemand kon nog bevroeden dat dit gebied in de eeuwen die volgden het kloppende hart van de wereld zou worden.

Het zijn de overzeese relaties tussen dit plaatsje Nieuw-Amsterdam, en haar oudere Nederlandse naamgenoot Amsterdam, die op een veelkleurige wijze beschreven worden in Amsterdam – New York. Transatlantic Relations and Urban Identities Since 1653, een bundel van de historici George Harinck en Hans Krabbendam. Het boek is het uitvloeisel van een symposium dat in 2003 georganiseerd werd ter gelegenheid van het 350-jarig bestaan van het gerechtshof in Nieuw-Amsterdam. Het gerechtshof werd gesticht op 2 februari 1653 en markeert het begin van het zelfbestuur van de stad. De redacteuren Harinck en Krabbendam hebben bij de selectie van de artikelen geput uit de diverse internationale contacten die zij onderhouden. Het resultaat is een lezenswaardige verzameling artikelen die de politieke, commerciële, religieuze en cultureel-intellectuele uitwisseling tussen beide steden onder de aandacht van de lezer brengt. Het is niet alleen de diversiteit, maar ook de actualiteit van de bundel die het bestaan ervan rechtvaardigt: het boek vindt aansluiting bij het New Netherland Project (www.nnp.org), dat in de jaren zeventig startte en recentelijk groeistuipen begint te vertonen, het sluit aan bij de populaire thematiek van het transnationalisme, dat zich concentreert op de wederkerige contacten tussen overzeese landverhuizers en de achterblijvers in het moederland, en vraagt tenslotte aandacht voor de religieuze en intellectuele contacten tussen New York en Amsterdam, twee thema’s die voorheen onderbelicht zijn gebleven.

Op reis met Henry Hudson (via diens logboek, 1609)



Drie artikelen hebben een religieus getint onderwerp. Allereerst schrijft de historicus Joyce Goodfriend over het religieuze pluralisme in het achttiende-eeuwse New York. Zij betoogt dat de religieuze vrijheid aanvankelijk beperkt was en dat er zeker geen sprake was van godsdienstvrijheid. Het waren vooral katholieken, Hernhutters en vrijdenkers die in de achttiende eeuw achtergesteld werden. Het tweede artikel is van de hand van Dirk Mouw, die analyseert hoe de Dutch Reformed Church haar predikanten beriep. Mouw concludeert dat de New Yorkse kerk het rekruteringsproces van predikanten graag zoveel mogelijk zelf regelde, maar tegelijkertijd wilde handelen naar de kerkorde en de kerkpraktijk van haar Nederlandse tegenhanger. In de derde plaats levert Robin Leaver een bijdrage aan de religieuze thematiek. Zijn artikel neemt ons mee naar de zangpraktijk in de achttiende-eeuwse Dutch Reformed Church en drukt een ieder die wel eens klaagt over te lange kerkdiensten met de neus op de feiten. Een dienst in New York duurde pas lang! De preek nam gemiddeld anderhalf uur in beslag en werd, om op adem te komen, door tussenzang onderbroken. Het metrische zingen ging extreem langzaam, een halve noot per seconde, en elk couplet werd eerst voorgelezen door een ‘voorzanger’. Volgens Leaver nam het zingen van alle coupletten van Psalm 42 meer dan vijftien minuten in beslag. Pas in de jaren 1720 werd het eerste orgel in New York geďntroduceerd, tot die tijd zong het kerkvolk a-capella.

De overige artikelen in de bundel Amsterdam – New York geven onder meer een analyse van het politieke document van 2 februari 1653 (Jaap Jacobs), een visueel portret van Amsterdam in de zeventiende eeuw (Boudewijn Bakker), de Engels-Nederlandse verhoudingen in New York (Claudia Schnurmann), de beeldvorming van Amerikaanse reizigers over Nederland aan het eind van de negentiende eeuw (George Harinck) en het consulschap in Amsterdam en New York in de negentiende en twintigste eeuw (Hans Krabbendam). Geconcludeerd kan worden dat beide laatstgenoemde redacteuren een lezenswaardige en relevante bundel afgeleverd hebben. Voor mensen die wat minder diep in de materie zitten, is het echter wel raadzaam eerst het overzichtswerk van Russell Shorto, The Island at the Center of the World (2004), te lezen.

 Website van het New Netherland Project


 Laatst gewijzigd: 20-11-09 - Geplaatst: 24-04-06