WebfeedRSS
Loading

Van de Stille Zuidzee tot de ‘Frankfurter Buchmesse’

Beeldvorming in het Journael van Willem Schouten en de reiscollectie De Bry (1618–1619)

Groesen, M. van

De reis rond de wereld die admiraal Jacob le Maire en schipper Willem Cornelisz Schouten maakten tussen 1614 en 1617 is blijven voortleven als een vermetele – en mislukte – poging van een Amsterdamse koopman om via een route 'om de West' het specerijenmonopolie van de machtige Verenigde Oost-Indische Compagnie te doorbreken.

Maar dezelfde reis was tegelijk ook aanleiding voor uitgevers in de Republiek en elders in Europa om de nieuws- gierige thuisblijvers te voorzien van nieuwe in- formatie over onbekende inheemse bewoners en hun vreemde gebruiken. Sommige uitgevers, zoals de familie De Bry uit Oppenheim in de Palts, deden hun uiterste best om het reisverslag dat Willem Schouten op zee bijhield zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor hun lezers. Het gevolg was echter wel dat het beeld van de Nieuwe Wereld in de uitgave van de familie De Bry danig verschilde van het originele beeld in het relaas van Willem Schouten.

Bij haar oprichting in 1602 kreeg de VOC het monopolie op de handel in Aziatische wateren, te bereiken langs hetzij Kaap de Goede Hoop, hetzij de Straat van Magelhaes. Niet iedereen kon zich echter vinden in deze commerciële alleenheerschappij van de Compagnie. De Hollanders Willem Schouten en Jacob le Maire deden ongeveer vijftien jaar later een poging dit monopolie letterlijk te omzeilen, door Azie via een onbekende en dus niet in het octrooi van 1602 beschreven route te bereiken. Langs plaatsen aan de zuidpunt van Zuid-Amerika, die ondeiweg Straat le Maire en Kaap Hoorn werden gedoopt, bereikte de vloot heelhuids de Molukken. Eenmaal in Batavia nam Jan Pietersz Coen echter onverbiddelijk alle handelswaar van de expeditie in beslag: volgens hem zouden Le Maire en Schouten toch het octrooi van de VOC hebben geschonden.

Na terugkeer van de bemanning in de Republiek volgden verschillende rechtszaken elkaar in hoog tempo op. Isaac le Maire, de geldschieter van de onderneming en vader van de onderweg overleden Jacob le Maire, streed niet alleen tegen het onrecht dat de VOC hem in zijn ogen had aangedaan, maar ook tegen de opdringerige uitgever Willem Jansz Blaeu, die zonder zijn toestemming een verslag van de expeditie wilde publiceren. Ondanks deze inspanningen van Isaac le Maire en de tegenwerking van de Staten van Holland verscheen in 1618 toch het Journael, ofte beschryvinghe van de wonderlijcke reyse, ghedaen door Willem Cornelisz Schouten van Hoorn, in de jaren 1615, 1616 en 1617, uitgegeven door Blaeu in Amsterdam. Het relaas van Schouten bevatte, tot afgrijzen van Le Maire, gevoelige informatie zoals routekaarten van de tocht. Pas enkele jaren later verscheen een tweede, 'officiële' versie van het verslag, gebaseerd op het logboek van Jacob le Maire en voor publicatie bewerkt door zijn vader.

Internationale aandacht

Het verslag van Schouten had evenwel ook andere uitgevers geattendeerd op het spectaculaire karakter van de reis. Eén van de geïnteresseerde uitgevers was Johan Theodore de Bry uit het Duitse Oppenheim. Samen met zijn vader Theodore (†1598) en zijn broer Johan Israel de Bry (†1609) had deze uitgever en kopergraveur vanaf 1590 grote foliodelen met tientallen reisverslagen op de markt gebracht. De India Occidentalis of America-serie bracht reizen naar de Nieuwe Wereld bijeen, terwijl de India Orientalis-serie journalen van expedities naar Afrika en Azië bevatte. Alle 25 delen van de reiscollectie De Bry verschenen in Duitse en Latijnse vertalingen, eerst in Frankfurt en vanaf 1609 in Oppenheim onder de beschermende patronage van Frederik V van de Palts, de latere Winterkoning.

De collectie was vooral aantrekkelijk vanwege de grote hoeveelheid kopergravures die erin waren opgenomen. Waar mogelijk baseerden de De Bry’s zich hiervoor op illustraties in de originele gedrukte verslagen, maar geregeld – bijvoorbeeld wanneer er geen authentiek beeldmateriaal beschikbaar was – ontwierpen zij op eigen houtje geschikte gravures.

Het Journael van Willem Schouten werd opgenomen in deel XI van de America-serie, en verscheen in Duitse en Latijnse vertaling in 1619, slechts één jaar na de perikelen rondom de publicatie van Blaeu in Amsterdam, en precies op tijd voor de drukbezochte Frankfurtse boekenmarkt in september van dat jaar. Hier verkocht Johan Theodore de Bry, in navolging van zijn vader, de delen van de collectie aan belangstellenden die het oorspronkelijke verslag niet hadden kunnen bemachtigen, of eenvoudigweg niet konden lezen omdat het in het Nederlands was geschreven. Vooral de Latijnse delen van de collectie De Bry zijn terug te vinden in de privébibliotheken van lezers van diverse pluimage, onder wie de schilder Pieter Paul Rubens, de filosoof John Locke, de geschiedschrijver Caspar Barlaeus en de vooraanstaande Romeinse kardinaal-nipote Francesco Barberini. Zo verwierven reisver- slagen zoals het Journael van Schouten dankzij de collectie De Bry een internationale reputatie.

Personalia Michiel van Groesen

Michiel van Groesen (1975) studeerde Nederlands en Geschiedenis in Groningen en aan University College London. In 2007 hoopt hij te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over de reiscollectie van De Bry (1590-1634).

 Download het complete artikel (Pdf)

 Download het complete artikel (Word)


 Laatst gewijzigd: 26-05-09 - Geplaatst: 29-03-06