Archief

Transparant 27.3 (2016) is verschenen

Transparant 27.3 (2016) is verschenen. U kunt dit nummer bestellen via het bestelformulier onderaan deze pagina. Artikelen in dit nummer:

Beslagen spiegel

Ardjan Logmans

Historici willen de waarheid weten. Hoe zag het verleden er écht uit? Daar komt het toch op neer, al wordt dat begrip waarheid natuurlijk niet gebruikt in het debat over de vraag hoe het historisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Veel te lastig. Is de waarheid, dat hoge woord, wel te kennen? Het is als kijken door een beslagen spiegel. De wetenschappelijke onderzoeksmethode, zo veel als mogelijk gebaseerd op redelijke gronden, is als een poetsdoek in de hand van de historicus, die zoveel mogelijk wasem probeert weg te poetsen van de spiegel.

Kort nieuws

Naomi Bikker

“De Goot500 in de negentiende eeuw”

Anton van Renssen

Als de Goot500 – een lijst van mensen die groot en klein onrecht bestrijden – in de negentiende eeuw had bestaan, zou deze bekende namen bevatten van mannen die zich inzetten voor de toenmalige Nederlandse jeugd. Te denken valt aan pastoor Petrus Hesseveld, de vooraanstaande “Nutsfilantroop” Hendrik Suringar, en de orthodox-protestantse predikant Ottho Gerhard Heldring. Wie echter zeker niet zou ontbreken, is de evangelist Johannes van ’t Lindenhout. Hoewel zijn naam in de vergetelheid is geraakt, was hij het die in 1863 een weeshuis stichtte dat in twintig jaar uitgroeide tot de grootste jeugdinstelling van Nederland, met bovendien een wereldwijde reputatie.

Empathie voor religie in het verleden: interview met Fred van Lieburg

Marleen van den Berg en Koos-jan de Jager

Najaar 2015 werd prof. dr. Fred van Lieburg benoemd tot hoogleraar Religiegeschiedenis aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit te Amsterdam. In zijn oratie zette hij uiteen dat religiegeschiedenis relevanter is dan ooit en daarom academische aandacht verdient. Transparant spreekt met deze bevlogen historicus over zijn kijk op religie, geschiedenis en wetenschap.

Column: Elie Wiesel

Bettine Siertsema

Afgelopen zomer overleed Elie Wiesel, wereldwijd de bekendste overlevende van de Holocaust. Zijn indrukwekkende autobiografische novelle Nacht is een klassieker in het genre van de Holocaustliteratuur en moet in verkoopcijfers waarschijnlijk alleen het dagboek van Anne Frank voor laten gaan.

Open Brief was kerkelijk dynamiet in een achterhaald conflict

Drs. Johan Schaeffer

Het is vijftig jaar geleden dat de Open Brief verscheen in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv). De Open Brief werd op Hervormingsdag 31 oktober 1966 door een aantal vrijgemaakt-gereformeerden gepubliceerd als steunbetuiging aan de Tehuisgemeente te Groningen en als statement van wat een gereformeerde kerk zou moeten zijn. Deze brief leidde tot een scheuring en de oprichting van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). Inmiddels worden er weer veel gesprekken gevoerd tussen beide kerkverbanden.

“Kolonialisme en slavernij zijn bouwstenen Nederlandse samenleving”

Jeffry Pondaag

Waar haalt Nederland het recht vandaan om een gebied dat 18.000 kilometer verderop ligt als Nederlands bezit te beschouwen? Als Indonesiër, die sinds 1969 in Nederland woont, heb ik mij daar altijd over verbaasd. Ik ben geen historicus, maar slechts een eenvoudige cementarbeider. Al van jongs af aan interesseer ik mij voor geschiedenis. In 2005 leidde dit tot de oprichting van het Comité Nederlandse Ereschulden, oftewel de stichting K.U.K.B. Het doel van dit comité is om slachtoffers van het Nederlands kolonialisme, zowel Indonesiërs als Nederlandse dienstweigeraars, een gezicht te geven.

“Onderzoek en herdenk het koloniale verleden samen”

Gert Oostindie

Er is over de Nederlandse koloniale geschiedenis in “Indië” van alles te zeggen, en zeker ook goeds – ook al passen de uitgangspunten van onze aanwezigheid daar niet in een hedendaags perspectief. In de twintigste eeuw werd het Nederlandse beleid gedreven door een mix van hard-boiled economisch en geopolitiek eigenbelang en een oprechte wil de bewoners van de archipel verder te brengen.

Oorsprong mensenrechten ligt in katholieke reformatie

Mark Joosse

Onder christenen leeft de misvatting dat het denken over mensenrechten ontstond tijdens de seculiere verlichting. Toch heeft het huidige internationale recht een christelijke oorsprong in de katholieke reformatie van de zestiende eeuw. De balans die hier te vinden is tussen objectief en subjectief recht kan nuttig zijn in de moderne omgang van christenen met het mensenrecht.

Recensie: lokale kerkgeschiedenis

Koos-jan de Jager

Pieter Hoogenraad, Zes eeuwen Hilversummers en hun kerken 1416-2016, Hilversum: Verloren, 2016; € 19,00, 319 blz., ISBN 978 90 8704 582 1.
P.W. van Lunteren, Hervormd Arnhem. Ontwikkeling van een gemeenschap 1816-1998, Velp: Jansen & de Feijter, 2016; € 19,50, 354 blz., ISBN 978 90 8178 516 7

Recensie: om het behoud van protestants Nederland

Johan van de Worp

Henk Tijssen, Biografie van C.A. Lingbeek, dominee en politicus, Utrecht: Uitgeverij Kok, 2016; € 24,99, 320 blz., ISBN 978 94 0190 761 3.

Recensie: biografie van een controversieel predikant.

Michiel van Diggelen

Eugene P. Heideman, Hendrik P. Scholte. The Historical Series of the Reformed Church in America in cooperation with the Van Raalte Institute no. 84, Grand Rapids/Cambridge: Eerdmans, 2015; 278 blz., € 31,99, ISBN 978 08 0287 352 1

Vitrine

Gerard Raven


Nummer 27.3 bestellen

 

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha

Bossenbroek werd gegrepen door de Boerenoorlog

“Bossenbroek slaagt er ogenschijnlijk moeiteloos in de lezer te verplaatsen naar een andere tijd. Dat maakt De Boerenoorlog bijna tot een epos.” Dat oordeelde de jury die De Boerenoorlog bekroonde met de Libris Geschiedenis Prijs. Martin Bossenbroek, auteur van historische werken als Holland op zijn breedst en De Meelstreep, heeft in 2013 dit nieuwe boek geschreven. Daarin gaat hij in op de cruciale Nederlandse rol in de Boerenoorlog. In zijn boek staan drie personen centraal: de Nederlandse jurist Willem Leyds, de Engelse oorlogsverslaggever Winston Churchill en de Boerencommando Deneys Reitz. Transparant ging in gesprek met Bossenbroek, onder meer over de Nederlandse rol in die oorlog, de wijze waarop de Boeren orthodox geloof en een oorlog met moderne middelen combineerden en de rol die de oorlogsherinnering speelt in het huidige Zuid-Afrika.

Geert Schipaanboord

Het boek De Boerenoorlog van Martin Bossenbroek. Beeld Transparant

De fascinatie van Bossenbroek voor Zuid-Afrika en de Boerenoorlog ontstond tijdens eerder onderzoek. “Ik vind Zuid-Afrika een intrigerend land. Mijn eerdere werk Holland op zijn breedst is een verslag van het ontluikend nationalisme in Nederland en de betekenis daarin van Indië en Zuid-Afrika. Daarbij stuitte ik op de fascinerende persoon Willem Leyds, een net gepromoveerde veelbelovende jurist, die een sleutelrol speelde in Transvaal en intensief betrokken was bij de aanloop tot deze oorlog. Daarna heb ik het onderwerp een tijd laten liggen, omdat ik directeur ben geweest van de Koninklijke Bibliotheek.”

De Boerenoorlog is meeslepend geschreven. Bossenbroek: “Ik wil een episch verhaal vertellen en deze oorlog heeft voldoende spanning in zich. Het is mijn doel mensen van vlees en bloed dicht bij hedendaagse lezers brengen. Deze oorlog heeft zo veel teweeggebracht voor Zuid-Afrika en is nog steeds van groot belangom het land te begrijpen. Bij het vertellen van dit epische verhaal heb ik me op geen enkele manier geremd gevoeld in mijn professionele verantwoordelijkheid om als historicus zorgvuldig bronnen te interpreteren en het werk van vakgenoten te gebruiken. Omwille van de leesbaarheid heb ik er echter voor gekozen in het boek niet met vakgenoten het debat aan te gaan. Toen ik geschiedenis studeerde, heb ik het bijvak dramaturgie gekozen. Het vertellen van het verhaal ligt me het best. In elk volgend boek wil ik dit ook doen. Ik ben erg gecharmeerd van statistisch onderzoek en ik maak daar ook gebruik van, maar dat is niet zo interessant om te lezen.”

In de inleiding schetst Bossenbroek dat zijn analyse van de Nederlandse rol in dit conflict de voornaamste bijdrage van dit boek is aan de bestaande literatuur. In Nederland aanwezige bronnen, zoals het archief van de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Spoorwegmaatschappij en het archief-Leyds in het Nationaal Archief in Den Haag, hebben hem daarbij geholpen. Dat zijn boek als een bijdrage aan de internationale literatuur wordt gezien, blijkt uit het verschijnen van het boek in Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

“Vooral in de aanloop naar het conflict is de Nederlandse rol cruciaal. De spoorwegmaatschappij die met behulp van Nederlandse bankiers wordt opgericht, speelde een doorslaggevende rol in het vervoer van grondstoffen uit de Boerenrepubliek Transvaal en zorgde ervoor dat ongezien moderne Mausers (moderne wapens van Duitse makelij, red.) konden worden ingevoerd. Deze spoorwegverbinding ging naar de kust van Portugees Mozambique, was mede aangelegd met Duits kapitaal en onttrok zich daarmee aan Britse controle. Deze spoorlijn was economisch zeer rendabel: 85 procent van de winst ging naar de staat. De lijn was een belangrijke reden voor de Britten om de Boeren aan te vallen. De Nederlandse rol in de aanleg van die spoorlijn en het belang van die spoorlijn voor de Boerenoorlog is een belangrijke missing link in verschenen publicaties.”

Martin Bossenbroek. Beeld Jos Uljee

Daarnaast is de grote rol van Willem Leyds nauwelijks terug te vinden in Engelstalige literatuur. Bossenbroek: “Zowel publicitair als diplomatiek speelde Leyds een grote rol, eerst in Transvaal en later als diplomatiek vertegenwoordiger van de Boeren in Europa. Als diplomaat lukte het hem niet de tsaar ervan teovertuigen de Boeren militair te steunen, maar dat stond op voorhand niet vast. De Britten namen hem zo serieus dat ze op Duitsland druk zetten hem de deur te wijzen. Daarnaast was Leyds cruciaal voor de bankiers die investeerden in de Zuid-Afrikaanse spoorwegmaatschappij. Hij trad niet op de voorgrond, en was daarom voor de publieke beeldvorming in Nederland over de Boerenoorlog van veel minder belang. Daardoor is hij in de geschiedschrijving buiten beeld geraakt.” Een van de vragen die het boek oproept, is waarom de jonge, veelbelovende en pas gepromoveerde Willem Leyds zich stortte in een politiek avontuur zonder weerga: hij werd de rechterhand van Paul Kruger terwijl hij qua levensbeschouwing ver van de Boeren afstond.

Bossenbroek vindt hem een tegenstrijdig figuur. “De situatie van de Boeren appelleerde aan Leyds’ rechtsgevoel, zodanig dat hij tot zijn dood in 1940 zich wijdde aan de zaak van de Boeren, terwijl hij na het tekenen van de vrede tussen de Boeren en de Britten elders, bijvoorbeeld als hoogleraar in Leiden, aan de slag had kunnen gaan. Tegelijkertijd onderscheidde hij zich van de Boeren door een verfijnde smaak. Hij past niet in een hokje, dat maakt hem voor mij als historicus interessant. Hij trad niet op de voorgrond, maar trok wel aan de touwtjes. Door zijn persoonlijke band met Paul Kruger kon hij dit combineren.”

Winston Churchill in zijn rol als oorlogsverslaggever is de hoofdpersoon van het tweede deel van Bossenbroeks werk. “Voor de Britten is de rol van Churchill als verslaggever een bekend verhaal. De voorkeur van de meeste Britse schrijvers gaat uit naar het vertellen van zijn avontuurlijke verhalen. En inderdaad, zijn verhalen zijn ook spectaculair.

Zonder twijfel stortte hij zich in de strijd zonder één schrammetje op te lopen. Al zijn arrogantie en onuitstaanbaarheid en tegelijkertijd charisma werden toen al herkend. Maar er is ook een andere kant: Churchill kreeg steeds meer begrip voor beweegredenen van de Boeren. En toen hij terugkeerde in Groot-Brittannië had hij kritiek op het beleid van de conservatieve regering. Met zijn begrip voor de Boeren was hij een behoorlijke uitzondering. Churchill maakt indruk op me omdat hij niet star is in zijn standpunten en zijn mening vormt door wat hij meemaakt. Verder stelde het correspondentschap Churchill in staat om zijn politieke carrière te beginnen. Door het geven van lezingen en de ontvangst van royalty’s op publicaties verdiende hij al snel het tienvoudige van een ministerssalaris.”

Churchill kreeg steeds meer begrip voor beweegredenen van de Boeren. En toen hij terugkeerde in Groot-Brittannië had hij kritiek op het beleid van de conservatieve regering. Met zijn begrip voor de Boeren was hij een behoorlijke uitzondering. Beeld Wikimedia

De Boerenoorlog was een moderne oorlog, uitgevochten door diepgelovige boeren. Leverde dat geen spanning op en hoe gingen orthodox geloof en gebruik van moderne middelen samen? Bossenbroek: “Het ultieme spanningsveld trad op door het geld dat aan het delven van goud werd verdiend. Johannesburg, de stad die ontstond door goudwinning, werd door Kruger duivelsstad genoemd. Hij moet er oprecht van gewalgd hebben. Maar van het geld zal hij geen afkeer hebben gehad, het was een middel om het diepgevoelde verlangen naar onafhankelijkheid te realiseren. Dat diepgeworteld geloof is kenmerkend, al wees het niet altijd dezelfde richting uit.

Sommige Boeren bleven tot het einde doorvechten, de Bittereinders. Andere Boeren wilden stoppen. De strijdwijze van de Boeren was in essentie defensief, ze wilden een plek om hun traditionele levenswijze voort te kunnen zetten. Het is fascinerend dat ze de oorlog zo lang hebben volgehouden, terwijl ze over essentiële vragen zoals of je in isolement je kracht moet zoeken, zo verdeeld waren.”

De term gereformeerde jihad, een term die door Niels Posthumus in een recensie over zijn boek wordt gebruikt,[note]Niels Posthumus, De boerenoorlog en de Jihad, www.debuitenlandredactie.nl, 4 november 2013[/note] is dan ook niet terecht. Volgens Bossenbroek is een essentieel verschil dat een heilige oorlog per definitie offensief is en op bekering is gericht. “Dat ideaal misten de Boeren ten enenmale. Ze wilden met rust gelaten worden. Deze term is een misplaatste analogie, de enige overeenkomst is het contrast tussen een anti-moderne levensstijl en het inzetten van moderne middelen.”

De Boerenoorlog werkt door tot op de dag van vandaag. Bossenbroek: “Er zijn veel meer landen waarin minderheden wonen. In Zuid-Afrika is een kleine groep dominant geworden vanaf de zeventiende eeuw. Je kunt daarom niet volhouden dat deze groep niet in Zuid-Afrika hoort, zoals in radicale kringenvan het huidige ANC wel te horen is. De jongerenbeweging van het ANC wil Zuid-Afrika ‘hervormen’ zoals Mugabe dat in Zimbabwe heeft gedaan. Het ANC heeft de fundamentele verbetering voor zwarte bevolking niet waar kunnen maken. Het is zeer de vraag op welke manier groepen vreedzaam kunnen samenleven in het huidige Zuid-Afrika. Mandela was een volstrekt wonder, maar zijn opvolgers, met name de huidige president Jacob Zuma, wordt zelfs door zijn eigen achterban niet serieus genomen. Hij doet er alles aan te blijven zitten en dat is funest. Omdat het ANC geen fundamentele oplossingen voor sociaaleconomische ongelijkheid heeft gevonden, zoekt de partij andere manieren zich te legitimeren. Ze begint een gevecht om de geschiedenis: wie kan zijn oudste rechten doen gelden? Dat gevecht, dat zich bijvoorbeeld uit in het veranderen van straatnaamborden, is een heilloze weg. Ook nieuwe immigranten die vanuit andere delen van Afrika binnenkomen worden niet echt hartelijk ontvangen. Zuid-Afrika is een prachtig land met een ingewikkelde geschiedenis en onzekere toekomst.”


PERSONALIA

Geert Schipaanboord. Beeld Transparant

Geert Schipaanboord studeerde geschiedenis en politicologie aan de Universiteit Leiden. Hij werkt als beleidsmedewerker bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en is raadslid van de CDA-fractie in Leiderdorp.


Dit artikel verscheen in Transparant van mei 2014 (nr. 25.2).

De bril van de biograaf

Toen ik vorig jaar de recensies van mijn biografie over de theoloog en dichter Jacob Revius (1586-1658)  op een rij zette, viel me één ding op. Bijna alle recensenten hadden het over de vraag hoe gereformeerd de bril van de biograaf is. Doet ze aan verheerlijking van het gereformeerde verleden? Kan ze afstand bewaren, ondanks haar betrokken houding? Lukt het haar om empathie en eerlijkheid samen te laten gaan?

Enny de Bruijn

Voor Revius worden mensenlevens geduid in het licht van een theologisch bepaald wereldbeeld, waarin de processen van bekering en heiliging invloed uitoefenen op identiteit en levensgang van een persoon, en waarin uiteindelijk een absoluut waarheidsgetrouw, goddelijk oordeel over ieder mensenleven wordt uitgesproken. Onherkenbaar voor veel 21e-eeuwers, maar niet voor iemand die het christelijke perspectief met Revius deelt. Beeld Transparant

Dat recensenten zulke vragen stellen, komt waarschijnlijk allereerst door de omschrijving van de auteur (‘werkt als cultuurredacteur bij het Reformatorisch Dagblad’) op de achterflap van het boek, maar ook door het verslag van de promotieplechtigheid op de website refdag.nl. Zelfs lezers die de auteur ondanks haar RD-baan het voordeel van de twijfel geven, kunnen niet anders dan bange vermoedens koesteren nadat ze dat verslag hebben gelezen. Het begint zo: “Schreef Enny de Bruijn met haar proefschrift een gereformeerde biografie van Revius? Daar lijkt het op, stelt een opponent tijdens de promotieplechtigheid van De Bruijn, dinsdag in Utrecht.” En verderop: “De biograaf heeft zich teveel vereenzelvigd met Jacob Revius (1586-1658), zo blijft prof. dr. J. W. Renders uit Groningen aanhouden. Hij onderbouwt dat met Revius’ strijdschriften tegen de Rooms-Katholieke Kerk. Daarbij zou De Bruijn niet alleen de paus de antichrist noemen, maar ook Hitler.”[1]

Zo wil je niet in het nieuws komen, zelfs niet als christenhistoricus. Zeker niet als je, zoals ik, het bijna tot doel van je boek gemaakt hebt om te bewijzen dat je als gereformeerde biograaf ondanks je gekleurde bril níét bevooroordeeld hoeft te zijn. Maar de combinatie van biografiehoogleraar Hans Renders die een zo prikkelend mogelijke vraag wil stellen, een journalist die een zo spannend mogelijk verslag wil schrijven en een krant die graag de aandacht trekt met de tegenstelling christendom-wereld – allemaal volstrekt begrijpelijk vanuit ieders eigen rol –, maakt dat de nuance buiten het gezichtsveld van het publiek verdwijnt.

Gelukkig laten de recensenten zich vervolgens niet sturen door de allereerste beeldvorming. De meesten komen tot de conclusie dat het alleszins meevalt met de gereformeerde missie van de biograaf. De enige die niet overtuigd is, is Paul Abels (in het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis) die “soms een gebrek aan kritische en analytische distantie van de auteur tot de hoofdpersoon constateerde”. Maar daartegenover staat bijvoorbeeld Martine van Ittersum in BGMN (“Although De Bruijn sympathizes with Revius, she is not blind to the failings of her hero”), of Jurgen Pieters in Ons Erfdeel (“Al snel wordt duidelijk dat De Bruijn in dit boek zeer verstandig met haar betrokken houding is omgegaan. Deze biografie is geen apologie geworden, en zeker ook geen hagiografie, maar een genuanceerd en overtuigend portret”). Of Hans Renders in Vrij Nederland – jawel, dezelfde als de kritische vraagsteller – die het boek beschrijft als “aan de verzuiling ontsnapt”.[2]

In het genre dat de Amerikaanse biograaf Carl Rollyson low biography noemt, is het duidelijkst sprake van zichtbaar gekleurde levensbeschrijving.[3] Het doel van low biography ligt immers niet in een kritische, genuanceerde en feitelijk beargumenteerde beschrijving van gebeurtenissen en personen, maar in het presenteren van ideaalbeelden. Denk aan de populaire maar weinig degelijk onderbouwde biografieën van prinsessen, sporthelden of filmsterren. Geen kritische nuancering, maar bevestiging is het parool. Op religieus gebied kent het genre zijn eigen variant: de stichtelijke biografie van dominees, heiligen en andere vromen uit de volkscultuur, waarin het niet gaat om wetenschappelijke betrouwbaarheid en controleerbaarheid, maar om het opwekken tot vroomheid en het versterken van de eigen identiteit.

Maar wie denkt dat een gekleurd perspectief in high biography (waar kritische vragen en gedegen onderzoek voorop staan)  niet voorkomt, hoeft slechts te kijken naar de oogst van de laatste jaren. Nog altijd is Calvijn soms de verlichte hervormer, soms de nimmer lachende boeteprediker die zijn volgelingen in een ijzeren keurslijf dwong. Nog altijd is Theodorus van der Groe soms de bewonderde oudvader, de laatste onder de profeten, soms een narcistische figuur met grootheidswanen. En nog altijd is Lidwina van Schiedam soms de heilige met bijzondere ervaringen, soms een van de vroegst gedocumenteerde voorbeelden van hysterie.

Trouwens, het verschijnsel blijft zeker niet beperkt tot biografen, en ook niet tot christenen. Neem de socialistische geschiedschrijving, of, actueler, de manier waarop prominente historici, met Jonathan Israel als boegbeeld, de verlichting en figuren als Spinoza beschrijven. Het indrukwekkende beeld dat zij oproepen van een gevecht tussen ‘moderniteit’ (tolerantie en secularisatie) en ‘traditie’ (religieuze intolerantie en puriteinse praktijken) kan niet los gezien worden van de eigen ‘verlichte’ idealen en opvattingen over vooruitgang in de geschiedenis.

In feite hebben we het hier over de persoonlijke affiniteit die bij historici eigenlijk altijd een belangrijke rol speelt. Zelfs de ‘strikt-wetenschappelijke’, kwantitatieve benadering van het verleden kwam, beweert Frits van Oostrom, ooit op uit sociaal engagement: de afkeer van elites en de behoefte om de anonieme massa stem te geven. En “een al lang tot statig standaardwerk verheven boek als Ernst Robert Curtius’ Europäische Literatur und lateinisches Mittelalter begon destijds al evenzeer met wetenschappelijke projectie: de behoefte namelijk om een dam op te werpen tegen de barbarij van het nazisme, die Curtius ertoe dreef de culturele eenheid van het avondland te demonstreren”.[4]

Natuurlijk is geschiedschrijving altijd subjectief, en natuurlijk is dat in een ‘onmethodisch’ genre als de biografie nog sterker het geval dan in andere genres. Het maakt zelfs al uit of de biograaf man of vrouw is: vrouwen blijken gemiddeld genomen andere en meer details te geven over kinderen en kleding, mannen over intellectualia en seks.[5] En dan hebben we het nog niet eens over de manier waarop je als biograaf teksten interpreteert, selecties maakt, verbanden legt of patronen probeert te ontdekken. Eigenlijk is het hoogst opmerkelijk, signaleert biografe Paula Backscheider, dat in een tijd waarin zo veel bekend is over verborgen verleiders en mogelijkheden tot manipulatie van berichten, de manipulatieve mogelijkheden van de biograaf totaal niet kritisch worden beschouwd. Recensies hebben het zelden over die invloed – en dat terwijl biografen wél onze beeldvorming en waardering van historische figuren bepalen.[6]

Vanuit die gedachte valt het dus eigenlijk zeer toe te juichen dat de recensenten van de Reviusbiografie de vraag naar de ‘gereformeerde bril’ van de biograaf stellen. Al is het misschien nóg nodiger dat dat bij niet-gereformeerde biografen gebeurt, omdat juist de gekleurde bril van een vertegenwoordiger van de levensbeschouwelijke mainstream voor de meeste lezers onzichtbaar is.

Enny de Bruijn. Beeld ennydebruijn.nl

Dát je als biograaf een zekere betrokkenheid ervaart bij je onderwerp, spreekt dus vanzelf. Ook als je nog een stapje verder gaat, en affiniteit hebt met de idealen van de gebiografeerde persoon of in dezelfde traditie staat, is dat helemaal niet zo uitzonderlijk. Denk aan Elsbeth Etty over Henriette Roland Holst, Steven Nadler over Spinoza, Marja Vuijsje over Joke Smit, Piet Calis over Vondel, Michel van der Plas over Godfried Bomans, enzovoort. Geen biografie zonder betrokkenheid, positief of negatief. Het gaat er maar om in hoeverre je je daarvan bewust bent, daar kritisch mee omgaat en dat welbewust inzet.

Affiniteit heeft veel voordelen. In mijn geval: ik deel met Revius het perspectief van de gereformeerde traditie, wat het inlevingsvermogen vergroot en extra gevoelig maakt voor de problemen die binnen die traditie een rol spelen. En daarbij doel ik niet alleen op de discussies tussen remonstranten en contraremonstranten, maar ook op de ervaring van geloven, van bidden, van proberen Gods stem te verstaan en daarnaar te handelen – de religieuze emotie die vreemd en onherkenbaar is voor veel lezers, en dus uitleg behoeft. Zoals Willem Frijhoff schrijft: “Any serious biographer will inevitably become personally involved in a narrative about someone who had undergone a spiritual or mystical experience. Without the necessary empathy, such experiences cannot be taken seriously and properly analyzed.”[7]

Of neem zoiets fundamenteels als de vraag naar persoonlijke identiteit. In onze westerse samenleving van ná Darwin, Nietzsche en Freud geloven we daar niet meer in en dus stellen we ook geen waarheidsvragen meer over mensen – we buigen ons liever over vragen rond beeldvorming en constructie, rond zelfbeeld, receptie, image-building, self-fashioning en personal myth. Maar voor Revius en zijn tijdgenoten heeft de persoonlijke identiteit een vaste kern – de door God geschapen, onsterfelijke ziel – en mensenlevens worden geduid in het licht van een theologisch bepaald wereldbeeld, waarin de processen van bekering en heiliging invloed uitoefenen op identiteit en levensgang van een persoon, en waarin uiteindelijk een absoluut waarheidsgetrouw, goddelijk oordeel over ieder mensenleven wordt uitgesproken. Onherkenbaar voor veel 21e-eeuwers, maar niet voor iemand die het christelijke perspectief met Revius deelt.[8]

Toch ligt daar tegelijk ook de valkuil: de wereld waarin Revius leeft is ver en vreemd, en het spreekt niet vanzelf dat hij met dezelfde woorden ook dezelfde dingen bedoelt als christenen van vandaag. Daarom moet ik niet proberen de afstand van vier eeuwen weg te poetsen, en me inspannen om zo veel mogelijk van zijn wereld te weten te komen – die heel anders is dan de mijne. Maar wat nóg belangrijker is: een goede biografie is alleen mogelijk als ik ook van buiten naar de gereformeerde traditie kan kijken en verschillende perspectieven kan toelaten. Niet alleen van Revius zelf, maar ook van zijn geestverwanten en tegenstanders, van tijdgenoten en van latere onderzoekers. Identiteit heeft immers niet alleen te maken met wat iemand van zichzelf denkt, maar ook met wat anderen – vriend én vijand – van hem denken.[9]

Daarom geloof ik niet dat alleen een geestverwant een goede biografie van een historische figuur kan schrijven: de geestverwant zal zich moeten inspannen om afstand te nemen van de held en zich in te leven in de critici, de niet-geestverwant moet zich inspannen om zich in te leven in de held en afstand te nemen van de critici.[10] Een van de mooiste voorbeelden daarvan is wat mij betreft Willem Frijhoff met zijn biografie van Evert Willemsz – ondanks bezwaren die je tegen de omvang van dat boek kunt hebben. Hij erkent zelf dat er een grote afstand bestaat tussen zijn eigen “rather lighthearted and ritually rich Catholic upbringing” en “the sober and often somber spirituality of orthodox Calvinism” van zijn held.[11] Maar hij heeft er zijn uiterste best voor gedaan om iemand die niet in alle opzichten zijn geestverwant is, toch zo goed mogelijk in diens eigen kader te vatten en serieus te nemen.

Het resultaat staat of valt dus niet met de bril van de biograaf, maar met de manier waarop hij zijn werk uitvoert. Daar zit ook het verschil tussen high biography en low biography: niet in het perspectief, maar in de breedte en diepte van het onderzoek, en in de wil tot begrijpen en inleven.[12]

Niettemin, als Bart-Jan Spruyt in Elsevier schrijft dat “zo’n betrokkenheid blijkbaar nodig is om alles te zien en alles te begrijpen en de eenheid in een vroeger leven te herstellen”, en Aleid Truijens in De Volkskrant dat “je ineens voelt dat Revius voor de schrijfster een levend persoon is” – dan zie je in gedachten sommige professionele historici hun wenkbrauwen fronsen.[13] De persoonlijke toon die aantrekkelijk is voor het bredere publiek roept bij hen juist argwaan op. Dat komt doordat zij vaak een ander idee hebben over nut en noodzaak van de biografie dan ‘gewone’ lezers.

Enny de Bruijn promoveerde in 2013 op een biografie over Jacob Revius. Beeld Transparant

Nog altijd vinden veel historici dat een biografie pas waardevol kan zijn als de beschreven persoon model staat voor een grotere groep, als hij of zij representatief is qua ideeën en ervaringen. Maar die opvatting is eigenlijk een beetje achterhaald: de laatste jaren is er immers sprake van een groeiende belangstelling voor het biografische, het persoonlijke en unieke in de geschiedenis. Geschiedschrijvers spreken zelfs van een biographical turn, en verklaren dat door te wijzen op het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, waardoor narratieve geschiedschrijving, microhistory en biografie terugkeren. Er zou zelfs een samenhang kunnen zijn met de val van het communisme en de bijbehorende nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, initiatief en individualisme.[14]

Intussen zijn literatuurhistorici (zoals ik) vanouds altijd al gewend om voor het persoonlijke, het unieke, het afwijkende en het uitzonderlijke te gaan, in plaats van te zoeken naar representativiteit en objectiviteit. Door van de buitenkant naar groepen mensen te kijken, kom je er immers nooit achter hoe de binnenkant eruitziet, hoe mensen op een bepaalde plaats in een bepaalde tijd hun gevoelens, ervaringen en gedrag betekenis geven. Zulke vragen kun je slechts vanuit het individu benaderen. Dat is precies waarom ik denk dat de Reviusbiografie geen ‘gereformeerde biografie’ is, in de zin van ‘verdediging van een bepaalde traditie’. Het gaat er mij niet om de algemene gereformeerde idealen – van vroeger of nu – te illustreren aan de hand van Revius’ leven, het gaat om Revius’ leven, dat interessant wordt zodra het begint af te wijken van de te verwachten idealen.

Ik wilde Revius’ unieke en individuele levensverhaal niet laten opgaan in de context, of slechts laten dienen om bepaalde ideeën en idealen over een tijdperk of een traditie te onderstrepen. Levensverhalen zijn immers niet zozeer interessant vanwege hun exemplarische karakter. Te vaak worden ze slechts gebruikt om een ideologisch verhaal of een theorie te bevestigen – of het nu gaat om confessioneel gekleurde geschiedschrijving of om geschiedschrijving van vrouwen, homo’s, kleurlingen, slachtoffers van geweld, arbeiders en andere underdogs.[15] Een biografie is juist bij uitstek geschikt om dominante geschiedvisies te relativeren of te nuanceren, dankzij het feit dat de hoofdpersoon níét representatief hoeft te zijn.

Revius’ persoon en werk lenen zich op het eerste gezicht bij uitstek om het gereformeerde perspectief op de contemporaine cultuur te laten zien, en ook, andersom, de gereformeerde poging tot beïnvloeding van die cultuur. Maar uiteindelijk dienen zijn teksten niet slechts om de geschiedenis te illustreren.[16] Het zou hem tekortdoen wanneer hij alleen maar als voortreffelijk representant van zijn tijd, van het gereformeerde gedachtegoed of van een bepaalde theologische of literaire traditie beschouwd zou worden. Misschien lijkt hij, op het eerste gezicht, in bepaalde hokjes te passen, maar wie scherp kijkt, ontdekt uiteindelijk dat die hokjes niet in alle opzichten voldoen.


PERSONALIA

Dr. Enny de Bruijn (1968) is journalist en auteur. Ze promoveerde in 2012 op een biografie over Jacob Revius (1586-1658). Ze studeerde Nederlands aan de universiteit van Utrecht, was daarna docent in het voortgezet onderwijs en is momenteel cultuurredacteur bij het Reformatorisch Dagblad.


Dit artikel verscheen in november 2013 in Transparant (nr. 24.4)


Noten:

[1] Zie www.refdag.nl/kerkplein/kerknieuws/dr_de_bruijn_theologie_bepaalt_humanisme_bij_revius_1_642583. In de papieren versie van het Reformatorisch Dagblad van 9 mei 2012 zijn deze zinnen overigens gewijzigd en gezakt naar halverwege het verslag. Vgl. de bewuste zinsnede uit de biografie: “Zoals Hitler voor diverse geschiedschrijvers van de twintigste eeuw een symbool is van het kwaad, een moreel ijkpunt, zo is de paus dat voor veel protestantse geschiedschrijvers van de zestiende en zeventiende eeuw.” (E. de Bruijn, Eerst de waarheid, dan de vrede (Zoetermeer, 2012) 334).

[2] Zie voor een overzicht van recensies, met links en bronvermeldingen: ennydebruijn.nl/boeken-2/eerst-de-waarheid-dan-de-vrede-2012.

[3] H. Renders, De zeven hoofdzonden van de biografie, (Amsterdam, 2008) 17.

[4] F. van Oostrom, Aanvaard dit werk (Amsterdam, 1992) 284.

[5] J. Linders, ‘De stem van de biograaf’, Biografie Bulletin 11-3 (2001) 178.

[6] J. Linders, ‘De stem van de biograaf’, 175.

[7] W. Frijhoff, ‘The improbable biography’, in: V.R. Berghahn & S. Lässig (eds.), Biography between Structure and Agency, (New York, 2008) 228.

[8] Vgl. R. Smith, ‘Self-reflection and the self’, in: Roy Porter (ed.), Rewriting the Self (New York/Londen, 1997) 50: ‘Most modern people, when they use the category of the ‘person’ (…) ignore the theological dimension. This is badly ahistorical when projected back on to the seventeenth century. There was an extensive medieval and early modern literature that discussed the nature of the person in terms of the individual rational and immortal substance or soul.’ Vgl. ook W. van Bunge, ‘De integratie van leven en werk. Het onderwerp van de intellectuele biografie.’ Biografie Bulletin 16 (2006), 32.

[9] De Bruijn, Eerst de waarheid, 16-17, 30-34.

[10] Vgl. de discussie rond de Kuyperbiografie van Jeroen Koch (A. Th. van Deursen, ‘Kuyper in de taal van een libertijns pamflet’, Reformatorisch Dagblad (17 mei 2006); W. Berkelaar, ‘Polemist voor eigen parochie’, De Academische Boekengids 58 (september 2006) 9-12).

[11] Frijhoff, ‘The improbable biography’, 229.

[12] Renders, De zeven hoofdzonden, 17

[13] B.J. Spruyt, ‘Hartstochtelijke dominee’, Elsevier 68.19 (12 mei 2012) 67; A. Truijens, ‘Monument voor refo Revius’, De Volkskrant (7 juli 2012), Boeken 7.

[14] S. Lässig, ‘Introduction’ en I. Kershaw, ‘Biography and the historian’, in: Berghahn & Lässig (eds.), Biography between Structure, 3-7, 31-32.

[15] Renders, De zeven hoofdzonden, 45; Van Bunge, ‘De integratie van leven en werk’ p. 33; J. Fontijn, Broeders in bedrog (Amsterdam, 1997) 77; H. Renders, ‘Biograaf, stap uit dat leven’ Vrij Nederland (12 maart 2011) 57. Vgl. ook P. van Rooden, ‘Nut en nadeel van de biografie’, Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 15 (1989), 72-73.

[16] Vgl. C. Gallagher & S. Greenblatt, Practicing New Historicism (Chicago/Londen, 2000) 16-17.

“Duister overwint niet door moordpartij in 1944”

Een boek schrijven is moeilijk. Maar een boek over de Tweede Wereldoorlog schrijven is de overtreffende trap daarvan. Historicus en docent Constant van den Heuvel (46) merkte dat zijn boek Het kruis op de berg. De fusillade van 20 november 1944 tussen Rhenen en Veenendaal (uitgeverij Matrijs, Utrecht), over de moord op zes verzetsmensen, door zijn ziel is gegaan. “Deze zes mannen, “Todeskandidate” uit de gevangenissen Weteringschans in Amsterdam en Wolvenplein in Utrecht, zijn bruut mishandeld. Vervolgens kwamen ze op 20 november 1944 voor het vuurpeloton te staan, onderaan de berg, langs de weg van Veenendaal naar Elst. Ik heb door mijn bronnen meer gruwelijks gelezen en gehoord dan in het boek staat. Normaal moet je als historicus kritisch afstand houden tot je onderwerp. Maar hier kon dat niet altijd. Deze gebeurtenissen schieten door je dekking heen.”

Jan Grisnich en Ardjan Logmans

Constant van den Heuvel, schrijver van het boek Het kruis op de berg, met de Bijbel van ds. Ader. Beeld Peter Siebe, EO

Constant van den Heuvel, schrijver van het boek Het kruis op de berg, met de Bijbel van ds. Ader. Beeld Peter Siebe, EO

Van den Heuvel ondersteunt zijn verhaal met brede armgebaren. In zijn prachtige hoekhuis in Veenendaal nodigt de bank in de woonkamer tot onderuitzakken. Maar Van den Heuvel kan dat niet. In zijn enthousiasme en betrokkenheid kan hij niet anders vertellen dan op het puntje van de bank. Vaak neemt hij een lange aanloop tot zijn antwoord. Geen probleem voor deze woordenwaterval, zoals hij zichzelf noemt. Net voordat je als interviewer wilt ingrijpen, smeedt hij alle zojuist vertelde details met enkele slotzinnen aaneen tot een antwoord.

Nog elke dag krijgt Van den Heuvel mails binnen naar aanleiding van de publicatie van zijn boek, in mei van dit jaar. Als represaille werden de zes zonder vorm van proces neergeschoten. “Door mijn onderzoek kreeg ik toegang tot netwerken van hoogbejaarde Nederlanders, Joodse Nederlanders, Indische Nederlanders, en geprofessionaliseerde onderzoekers zoals wetenschappers van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Allen hadden wat met de zes personen. Bovendien ontdekte ik rondom de zes nieuw oorlogsmateriaal, zoals de bevrijdingspoging van kamp Westerbork in 1944. Dat lokt weer nieuw onderzoek uit.” (Zie kader).

De fascinatie voor de oorlog draagt Van den Heuvel al van kindsbeen af bij zich. Hij bevroeg zijn ouders en grootouders erover. Maar omdat hij de verhalen uitde tweede hand hoorde, bleef de oorlog voor hem op afstand. Totdat zijn vader hem tijdens een ritje in de auto attendeerde op een kruis langs de weg, net buiten Veenendaal. “Daar zijn in de oorlog mensen vermoord,” wees hij. “Opeens werd de geschiedenis tastbaar en kon ik de verhalen verbinden aan een concrete plek. Dat heeft me niet meer losgelaten.”

Om de zoveel tijd kruiste het monument zijn weg, wat ertoe leidde dat Van den Heuvel op onderzoek uitging. Als eerste vond hij informatie over de hervormde predikant Bas Ader. Over zijn leven verscheen in 1947 Een Groninger pastorie in de storm. En een van de gemeenteleden van de Christelijke Gereformeerde Pniëlkerk, waar hij toen kerkte, had belijdeniscatechisatie van hem gehad. Ook Philip de Leeuw was vindbaar. Diens weduwe, Betty Bausch-Polak (inmiddels 96 jaar) schreef in 2004 een boekje over haar vermoorde echtgenoot. “Zij was het die als het ware uit de geschiedenis mijn leven en mijn onderzoek binnenstapte. Dat deed ze door me te mailen, haar archief uit te lenen en me in contact te brengen met mensen rond het verzet in de oorlog.” Ze spreekt inmiddels regelmatig in Veenendaal, na het eerste contact in 2012 per e-mail:

“Ondanks mijn hoge leeftijd, bijna 93, treed ik nog steeds op, in het bijzonder voor jongeren, scholieren, studenten om over die tijd te spreken en over de gevolgen van discriminatie. Het geeft mij veel voldoening, want de interesse en de openheid van jongeren is iedere keer verbazingwekkend en ontroerend (…). Van 14 april tot 7 mei as ben ik in Nederland en ik ben bereid naar uw school te komen om er zelf over te vertellen. De Meidagen breng ik altijd in Nederland door om de herdenkingen bij te wonen.”

Over de beoogde doelgroep van het boek blijft Van den Heuvel wat vaag. Hij geeft aan dat er niet één bepaalde doelgroep is, maar dat er meerdere zijn. Door het wetenschappelijke bronnenonderzoek is het boek voor collega-historici interessant, schat hij in. Inwoners uit Veenendaal en het omliggende gebied lezen in het boek meer over het verhaal achter het monument op de Veenendaalse berg. En scholieren leren meer over hun regionale geschiedenis, zodat het verleden voor hen tastbaar wordt. “Ik schreef het ook voor de nabestaanden, zodat hun geschiedenis is geboekstaafd. Zo interviewde ik Wilma Meissner-Gerlach, zij was destijds als tiener koerierster in het verzet. Ze zei: “het is nog altijd een trauma voor me.” Anderen zagen de zwarte auto’s met de soldaten en de zes gevangenen wegrijden naar het Schupse Bos; hebben de mannen zien uitstappen, hoorden de schoten, vervolgens de genadeschoten en hebben soms ook nog de verminkte lichamen gezien. Maar vooral waren er veel dingen niet duidelijk voor de nabestaanden. Veel vragen bleven decennia onopgelost. Ik hoop dat dit boek verhelderend en therapeutisch werkt.”

Aan de persoonlijke verwerking van het boek is Van den Heuvel nog niet toegekomen. Tijdens zijn onderzoek sliep hij soms slecht. Toen hij zich bezighield met het lot van het peutertje Bas Jan Ader, werd hij emotioneel.

“De kleine Bas Jan heeft landwachters op zijn kamertje moeten dulden, de dreiging gevoeld en maakt een overhaaste vlucht mee, waarbij hij in twee dagen in vier verschillende bedjes slaapt. Kinderen kunnen om minder hun leven lang belast blijven. Hoe het ook zij, op een nieuw logeeradres, komt het er allemaal uit. Mentaal en fysiek: ‘Moete na huis toe, Mamma, moete na huis toe.’ Het mannetje begint vervolgens te braken en alles zit eronder. Mamma verschoont alles. ‘In Mamma’s bed. Ik ben Mamma’s lieve diertje.’”

“Dat raakte me, omdat ik zelf een dochtertje heb van drie jaar. Ik zag haar opeens in diezelfde situatie geplaatst. Voor mijzelf heb ik nog geen tijd gehad het onderzoek te verwerken, om al dat onrecht, geweld en de dood te laten landen in mijn leven en er ook een persoonlijk geloofsantwoord op te vinden. Het lijkt wel een beetje op Job. Zijn vrouw en zijn vrienden begonnen over God, maar hijzelf kon dat nog niet. Wel was het schrijven van het boek natuurlijk ook voor mijzelf goed, na alle bronnen met verschrikkingen te hebben doorgenomen.”

U hebt zowel slachtoffers als daders met naam en toenaam genoemd. Past dat wel?

Bas-Jan Ader en zijn moeder. Beeld Uitgeverij Matrijs

Bas-Jan Ader en zijn moeder. Beeld Uitgeverij Matrijs

“Ik vind dat de nabestaanden van de slachtoffers zeventig jaar na dato alles mogen weten. Dat is geen ‘naming and shaming’. Tenslotte komen de namen toch boven water. Ze hebben recht op maximale openheid en ik hoop dat daarvan een helende werking uitgaat. Bovendien noemt de Bijbel mensen ook met naam en toenaam, ook al levert dat imagoschade op. Daarbij is het ook voor de nabestaanden van de daders beter. Zij leven min of meer in de slagschaduw van de oorlogsmisdaden van hun ouders. Dan kun je je alleen verstoppen. En dat hoeft niet. Ik heb letterlijk in het voorwoord geschreven dat de nabestaanden van de slachtoffers deze kinderen niets kwalijk nemen. Hopelijk stimuleert het boek om een ander mens te zijn.”

U bent in het boek begaan met de zes slachtoffers. Botst dat niet met de neutrale houding van de historicus?

“In de bronnen lees ik waarom deze mensen en anderen zich verzet hebben tegen de nazi’s. De bronnen geven weer hoe ze soms twijfelden aan hun eigen veiligheid en aan die van hun gezinsleden. Toch hielpen ze anderen die hen nodig hadden. Soms ontdek ik en détail hoe ze werden gemarteld en zichzelf opofferden voor anderen. Tegelijkertijd zie ik de wandaden van de nazi’s en pro-Duitse Nederlanders. Neem SD-man Co van Joolen, die zeer vijandig stond tegenover het christelijk geloof. Van Joolen roofde de bezittingen van anderen, liet toe dat een Christusbeeld kapot werd gegooid en spotte openlijk met God.”

“Van Joolen had zich ook al eens in het hart laten kijken in brieven aan zijn broer. Zo doet hij in februari 1943 verslag van een kerkdienst, die hij als provocateur bijwoonde. Aan zijn broer Jaap schrijft hij: ‘Heb 7 psalmen gegild en daverende preek (…). Voel me nu schoon en zondenvrij en een broeder in den Heere.’ Schijnbaar botsen er in dit hele drama ook andere krachten.”

Wat bedoelt u met die laatste zin?

“Ik heb vroeger binnen de Vereniging van Christen-Historici veel nagedacht over de hand van God in de geschiedenis. Voorzichtig probeer ik met die laatste zin daarnaar te verwijzen.”

Is een historicus wel bij machte de hand van God te ontwaren?

“Ik geloof in goddelijke leiding, maar in het waarnemen ervan geloof ik dat we slechts lichtflitsen kunnen zien, waardoor we eventjes meer zien dan ons eigen beperkte blikveld. Van de hervormde predikant en historicus ds. Cock Blenk heb ik geleerd om niet zozeer God direct te zoeken in de geschiedenis, maar naar getuigenissen over Hem. “Ga eerst maar eens zoeken hoe historische personen God hebben ervaren,” zei hij.”

En hoe werkte u dat uit in uw boek?

De moord op de zes mannen wordt jaarlijks herdacht. Beeld Uitgeverij Matrijs

De moord op de zes mannen wordt jaarlijks herdacht. Beeld Uitgeverij Matrijs

“Als dominee Ader of zijn vrouw schrijven dat ze God hebben ervaren, dan laat ik dat staan. Ik schrijf niet: Ader had veel steun aan zijn religieuze denkbeelden. Nee, hij had steun aan God. Daar ging het Ader om. Ik kan niet tegen besmuikt praten over God. En ook niet tegen het wegpoetsen van zulke geloofsopvattingen in het historisch onderzoek. Alsof geloof geen motief kan zijn voor het handelen van mensen. Te lang had het geloof in de geschiedwetenschap die status van onbetrouwbaarheid. En ja, lezers mogen weten dat ook ik in die God geloof. Als iemand iets goeds over Hem te melden had, heb ik dat met vreugde doorgegeven.”

Vormt u het verhaal dan naar uw eigen geloofsopvattingen?

“Nee, absoluut niet. Want het meest indrukwekkende verhaal heb ik laten lopen. Er zijn twee bronnen die melden dat dominee Ader het Onze Vader heeft uitgesproken, vlak voordat het moordpeloton zijn werk zou doen. Maar wie van deze personen heeft het gebed echt gezien of gehoord? Omstanders stonden op afstand. Het verhaal zou me geweldig van pas zijn gekomen. Ik had het een indrukwekkend geloofsgetuigenis gevonden. Maar ik kan het niet hardmaken. Daarom heb ik slechts in een noot vermeld dat dit verhaal de ronde doet. Het is ook de taak van een christelijke historicus, en natuurlijk van elke historicus, om zuiver met de bronnen om te gaan.”

Hebt u voor de volledigheid ook de innerlijke verwerking door Joodse en niet-christelijke slachtoffers en nabestaanden opgenomen?

“Daar zijn helaas geen bronnen van. Wat ik niet weet, kan ik niet melden. En psychologiseren wil ik niet. Noch van de Joodse Philip de Leeuw, noch van de anderen heb ik zoiets gevonden. Ik weet wel dat Crébas in Nieuw-Beerta, een kennis van Ader, het er geweldig moeilijk mee heeft gehad. En Pauline Broekema laat dat ook zien in haar boek Het Boschhuis, over de geschiedenis van de familie van slachtoffer Pieter ter Beek. Dat was een christelijke familie en Broekema heeft oog voor hun vragen en worstelingen. Bij anderen merkte ik een enorme zwijgzaamheid. Nabestaanden van Victor van den Bergh gingen uit wraak op zoek naar de daders. Misschien is dat ook een diepe drijfveer geweest. Ik heb de slachtoffers en de omstanders niet christelijker gemaakt dan ze waren. Bij de jaarlijkse herdenking wordt daarom ook niet gebeden. Dat lijkt op het claimen van de gebeurtenissen en van de nabestaanden, die vaak niets meer met het geloof hebben.”

Soms geeft u inkleuring aan de gebeurtenissen, bijvoorbeeld door de prijs van het verraad te vergelijken met de dertig zilverlingen bij de arrestatie van Jezus.

Het in 2015 verschenen boek van Van den Heuvel. Beeld Uitgeverij Matrijs

Het in 2015 verschenen boek van Van den Heuvel. Beeld Uitgeverij Matrijs

“Je proeft hier en daar mijn bitterheid, mijn pijn. Dan heb ik die woorden, soms ook bittere humor, nodig. Ik ben een historicus, maar ook een mens. Dat laatste moet je niet weglaten. Soms loop je ook tegen heel bijzondere dingen aan. Binnen de vierkante kilometer, waar de zes zijn gefusilleerd, is het Juliana Ziekenhuis verrezen, inmiddels opgegaan in Ziekenhuis Gelderse Vallei, waar ik ben geboren. De plek van hun dood werd daarmee voor mij en veel anderen een plek van leven.”

“Het is alsof de bemoedigende woorden van 21 november 1944 aan de toen al overleden predikant Bas Ader een profetie hebben bevat: ‘God heeft de hoop dus nog niet opgegeven. Daar Hij steeds maar weer kinderen geboren laat worden. Laten wij dien hoop dan ook steeds blijven hanteren.’ (…) Merkwaardig… ik wilde iets weten over de dood van zes anderen en dwars daar doorheen kom ik uit bij mijn eigen geboorte. En bij de geboorte van heel veel mensen om mij heen. ‘Een moord kan nooit het laatste woord zijn, is nooit het einde, eerder het begin.’ Na de herfst, de lente. Na de dood, het leven. Na de nacht, de dag. Na gevangenschap, Exodus. Na Golgotha, toch Pasen. Na het requiem, toch de juichtoon. ‘Laten wij dien hoop dan ook steeds blijven hanteren’, schrijft die zekere Joop de dag na de fusillade. Hij had gelijk. Nog altijd.”

“Dat briefje aan Ader heeft hem nooit meer bereikt, want op 20 november stierf hij. Eigenlijk is het daarmee geschreven voor ons. Hier heb je zo’n getuigenis hoe iemand God ervaart en daardoor bemoedigd wordt. Het is ragfijn. Als je het briefje te feitelijk onderzoekt, maak je het heilige kapot. Ik beschouw het als een bemoediging dat God het verkeerde omdraait in iets nieuws. Als je vraagt wat de boodschap van het boek is, dan is het dit: de dood, het duister, het demonische heeft niet het laatste woord. Toch niet.”


PERSONALIA

Constant van den Heuvel (1969) haalde zijn doctoraal Geschiedenis en eerstegraads bevoegdheid aan de R.U. Utrecht. In de periode 1996-2003 gaf hij les aan de Christelijke Scholengemeenschap Prins Maurits in Middelharnis en Stellendam. Sinds 2003 is hij docent geschiedenis en staatsinrichting aan het Ichthus College in Veenendaal. Hij was bestuurslid van de VCH met de portefeuille Onderwijs en schreef regelmatig voor Transparant. Op de site www.hetkruisopdeberg.nl geeft hij actuele informatie omtrent zijn onderzoek en het monument.


Dit interview verscheen in het septembernummer van Transparant (nr. 26.3).

Transparant 27.2 (2016) is verschenen

Beeld Transparant

Beeld Transparant

Transparant 27.2 (2016) is verschenen. U kunt dit nummer bestellen via het bestelformulier onderaan deze pagina. Artikelen in dit nummer:

Vakantie

Ardjan Logmans

Buiten hagelt het. Een loodgrijze lucht schuift steeds verder voor het blauw en verdringt de zonnestralen. De pas ontloken bladeren aan de bomen krijgen het zwaar te verduren met de striemende neerslag en het koude weer. Toch is het op het moment van schrijven al eind april. Dit weer doet verlangen naar de zomer en de vakantie. De meesten van ons zullen al hebben bedacht waar ze naartoe zullen gaan. Wordt het uit in Nederland, is een huisje geboekt in Limburg of op Texel, of trekken we de grens over? Ruim honderd jaar geleden reisde Abraham Kuyper naar Amerika. Hij hield er zijn beroemde Stonelezingen en legde allerlei contacten om zijn geloof en politieke idealen te verspreiden. George Harinck vertelt er alles over in dit nummer.

Kort nieuws

Christiaan Veldman

Vrede van Rijswijk was een katholiek onderonsje

Wout Troost

De Franse koning Lodewijk XIV moest alle gebieden die hij zich sinds de Vrede van Nijmegen (1678-79) buiten de Elzas had toegeëigend, teruggeven aan keizer Leopold I en het Duitse rijk. Dat beloofde hij in het vierde artikel van de Vrede van Rijswijk van 30 oktober 1697. In stukken van de Palts, die bij de Westfaalse Vrede van 1648 als protestants gebied was erkend, had Lodewijk XIV het katholicisme ingevoerd en het vierde artikel bepaalde dat die gebieden rooms-katholiek zouden blijven. De Duitse protestanten waren hierover zeer verontwaardigd, omdat deze regeling in strijd was met de Westfaalse Vrede. Ook stadhouderkoning Willem III verweet zijn katholieke bondgenoot Leopold dat hij deze afspraak met Lodewijk XIV had gemaakt in het belang van het katholicisme. Hoe was die overeenkomst tot stand gekomen?

Column: God uit Nederland

Remco van Mulligen

Daar waren ze weer, de sociologen met hun tienjaarlijkse tabellen die al een halve eeuw hetzelfde beeld laten zien: het christendom verkeert in een diepe crisis. Heel het christendom? Uit het onlangs verschenen rapport God in Nederland, 1966-2016 lijken we te mogen concluderen dat één klein bolwerk moedig standhoudt: de 4,2 procent “kleine protestantse kerken”. Deze groep is niet vergrijsd, zit nog regelmatig in de kerk en die kerk voorziet ook duidelijk in een spirituele behoefte. Daarin onderscheiden de kleine protestanten zich duidelijk van de grote katholieke en protestantse volkskerken.

Harinck: Kuyper leert christen omgaan met andere overtuigingen

Inge Schipper en Ardjan Logmans

Vrijwel vergeten lijkt Abraham Kuyper in Nederland. Zijn boeken zijn slechts voer voor historici. Maar in de Verenigde Staten staat hij volop in de belangstelling, stelt historicus prof. dr. George Harinck. De gereformeerde leider (1837-1920) schreef over kerk en religie in de seculariserende samenleving van Nederland rond 1900. Een dergelijk proces voltrekt zich nu in Amerika. Het tij is inmiddels in Nederland gekeerd. Deze maand verschijnt zelfs een tweede televisieserie over de antirevolutionaire politicus, gepresenteerd door Harinck. Hij legt uit hoe Kuyper de aandacht kan vasthouden van een gemêleerd publiek.

Frederik Slomp: van boerenzoon tot verzetspredikant

Bert Jan Hartman

Een van de bekendste verzetsmensen van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog was de gereformeerde predikant Fredrik Slomp (1898-1978), beter bekend als Frits de Zwerver. Samen met Helena Kuipers-Rietberg uit Winterswijk was hij verantwoordelijk voor de oprichting van de grootste verzetsorganisatie van Nederland, de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Onder zijn schuilnaam trok hij het hele land door om mensen te inspireren tot verzet tegen de nazi’s. In dit artikel wil ik ingaan op Slomps afkomst en zijn jonge jaren. Daarbij wil ik de vraag beantwoorden in hoeverre deze van invloed zijn geweest op zijn werk als predikant tijdens de bezettingsjaren 1940-1945.

Literaire ontmoetingen met Luther

C. Houtman

Het Lutherjaar 2017 nadert. Blijkens de informatie op www.refo500.nl zal de herdenking van 500 jaar Hervorming in Nederland niet ongemerkt voorbijgaan. Hoewel het jubileum mij niet direct bezighoudt, werd ik er zo nu en dan indirect bij bepaald via de onderwerpen waarin ik mij verdiepte. Ik werd met Maarten Luther (1483-1536) geconfronteerd, niet van heel dichtbij, maar in de gestalten waarin hij figureert in de literatuur. Van deze ontmoetingen met hem in de afgelopen tijd doe ik verslag. Doorgaans kort, maar uitvoerig in het geval dat ik een voor mij onbekende Luther tegenkwam, de man die in de zestiende-eeuwse ‘klassenstrijd’ de verkeerde kant koos.

Hete Hangijzers: eigen schuld?

Hans Krabbendam

“Het fenomeen Donald Trump is gênant, en het directe resultaat van de koers van de Republikeinse Partij tijdens de afgelopen decennia.” Deze stelling beweert dat de kandidatuur van Donald Trump beschamend is voor de Republikeinse Partij, maar dat ze deze onverkwikkelijke situatie aan zichzelf te danken heeft. Dit zou de logische en onontkoombare uitkomst zijn van een beleid dat de partij al enkele tientallen jaren uitoefent. Eigen schuld … Is dat terecht?

Rubriek: Superdocent

Pieter Prins

Recensie

Jan Grisnich

Aant-Jelle Soepboer en Richard Zuiderveld, Vet oud! Legendarisch Uithoorn: Karakter Uitgevers, 2015; 180 blz., € 19,95, ISBN 978 90 4521 002 5.

Recensie

Arjan Nobel

Geoffrey Parker, Filips ll. Onmachtig koning, Amsterdam: Veen Media, 2015; 675 blz., € 34,99, ISBN 978 90 8571 499 6.

Recensie

Koos-jan de Jager

Frans Verhagen, Toen de katholieken Nederland veroverden. Charles Ruijs de Beerenbrouck 1873-1936, Amsterdam: Boom, 2015; € 29,90, 405 blz., ISBN 978 90 8953 657 0.

Boekenlint

Naomi Bikker

Henk van Osch, Kardinaal De Jong. Heldhaftig en behoudend, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2016; 360 blz., € 24,90, ISBN 978 90 8953 937 3.

Johan Huizinga, Mijn weg tot de historie & Gebeden, bezorgd door Anton van der Lem, Nijmegen: Vantilt, 2016; 160 blz., € 19,50, ISBN 978 94 6004 278 2.

Hans Bouttelier, Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015; 239 blz., € 22,50, ISBN 978 90 8953 621 1.

Vitrine

Gerard Raven


Nummer 27.2 bestellen

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha

Transparant 27.1 (2016) is verschenen

Transparant 27.1 (2016) is verschenen. U kunt dit nummer bestellen via het bestelformulier onderaan deze pagina. Artikelen in dit nummer:

Transparant 27.1. Bron Transparant

Transparant 27.1. Bron Transparant

Maatschappelijke bagage

Ardjan Logmans

Het vak geschiedenis op de middelbare school bruist. Het staat in de spotlights. Hoe krijgen we het verleden in de hoofden van leerlingen? Kan dat op een functionele wijze? Moet het vak misschien samenvallen met maatschappijleer of aardrijkskunde in een thematisch vak mens en maatschappij, zoals in oktober werd betoogd door Platform Onderwijs2032? Kunnen we saaie jaartallen schrappen? Gaat het slechts om het aanleren van historisch denken, zodat leerlingen als vanzelf goede vragen stellen over het verleden en zo de weg vinden naar zinvolle antwoorden?

Kort nieuws

Christiaan Veldman

“Meneer, gaat u nog vertellen?”

Naomi Bikker en Jan Grisnich

Niet veel mensen hebben het in zich om gemiddeld eens per twee jaar een historische roman te schrijven. Al helemaal niet in combinatie met een drukke baan in het onderwijs. Henk Koesveld draait er zijn hand echter niet meer voor om. Sinds de publicatie van zijn eerste boek Rowan zijn er al veel titels verschenen. Zijn boeken hebben twee dingen gemeen: er is gedegen (historisch) onderzoek voor verricht en ze zijn met flair geschreven.

Column: CAESAR WAS HERE of: beschaving wordt in bloed gedoopt

Mart van der Hiele

Het werd groot in het nieuws gebracht, afgelopen december: Caesar was here! Julius in hoogsteigen persoon, in ons koude kikkerlandje – en hoe! De vondsten bij het Noord-Brabantse Maren-Kessel liegen er niet om: doorboorde hersenpannen, verbrijzelde kakementen en afgehouwen ledematen, voor de gelegenheid glimmend gepoetst en van ondertiteling voorzien door ADHD-professor Herman Pleij, brachten de gruwelijkheden die zich destijds bij ons hebben afgespeeld, schokkend dichtbij.

Historisch bewijs voor het bestaan van Jezus

Gertram Schaeffer

In een eerder artikel is betoogd dat niet-christelijke bronnen geen bewijs leveren voor het historisch bestaan van Jezus.1 Zij gaan terug op christelijke overleveringen aangaande hem en vormen geen onafhankelijk bewijs voor het historisch bestaan van Jezus. Maar hoe zit het met de teksten van christelijke schrijvers in de eerste eeuwen na Christus? Vormen die historisch bewijs voor zijn bestaan?

De erfenis van Aalders

Ds. P.J. Stam

Op 25 december 2005 overleed ‘dominee’ doctor Willem Aalders. Een erudiete, veelbelezen, fijnzinnige, hoogbegaafde en invloedrijke orthodox-protestantse theoloog en schrijver. Hij was geliefd en geprezen, maar werd ook tegengewerkt en bekritiseerd. Hij had een soortgelijk karakter als van een van zijn leidslieden, Herman Friedrich Kohlbrugge. Onbuigzaam. Overtuigd. Sterk en krachtig. Welke kern in zijn theologie is tien jaar na zijn dood van belang om te weten?

Archeologie in de klas. Tijdvak 1: De tijd van jagers en boeren

Christiaan Veldman

Veel lezers van Transparant zijn geschiedenisdocent. Daarom biedt de nieuwe onderwijsrubriek De tien tijdvakken praktische lesideeën en inhoudelijke verdieping. De rubriek heeft dezelfde indeling als het Nederlandse geschiedenisonderwijs: de tien tijdvakken en de bijbehorende vijftig vensters.

Rubriek: Superdocent

Dieke Heijboer-Paul

In deze rubriek maak je kennis met de beste christelijke docenten geschiedenis in het voortgezet onderwijs.

Hete Hangijzers

Antisemitisme is uitzonderlijker dan andere vormen van vreemdelingenhaat of racisme, betoogt Chris Quispel in zijn nieuwste boek. Waarom en hoe heeft Jodenhaat de West-Europese geschiedenis zo diepgaand beïnvloed? Daarover gaan Chris Quispel en Bart Wallet met elkaar in debat.

Jodenhaat is nauw verbonden met geschiedenis Europa

Chris Quispel

De geschiedenis van het antisemitisme behoort tot het terrein van de geschiedenis van etnische conflicten en van racisme. Maar de geschiedenis van het antisemitisme is tegelijkertijd uitzonderlijk. Van alle vormen van vreemdelingenhaat heeft het verreweg de langste geschiedenis. Al in de begintijd van het christendom keerden christelijke leiders en theologen zich in felle bewoordingen tegen de Joden, die zij schuld aan de kruisiging van Christus verweten. In de Europese geschiedenis is die beschuldiging eigenlijk nooit meer verdwenen.

Dilemma’s rond het antisemitisme

Bart Wallet

Al enige decennia wordt aan de Leidse universiteit een speciaal vak antisemitisme gegeven. Vele lichtingen geschiedenisstudenten hebben op deze manier kennisgemaakt met het fenomeen van Jodenhaat in de loop der eeuwen: van de oudheid via de middeleeuwen naar de Shoah en het hedendaagse antisemitisme. Maar zij zullen zich ook zeker hebben gebogen over antisemitisme als historiografisch probleem. Want bestaat er wel zoiets als een eeuwenoud antisemitisme, of is het veeleer een steeds nieuw opduikend fenomeen? Is het niet eigenlijk pas in de negentiende eeuw ontstaan? Kan er wel over eeuwenlange continuïteit gesproken worden zonder het historische karakter van het begrip geweld aan te doen? Het zijn lastige en belangrijke vragen. Daarom is het goed dat Chris Quispel zijn collegestof nu voor een breder publiek heeft uitgewerkt.

Recensie

Koos-jan de Jager

Paul Gillaerts e.a. (red.), De Bijbel in de Lage Landen. Elf eeuwen van vertalen, Heerenveen: Royal Jongbloed, 2015; 976 blz., € 49,95, ISBN 978 90 8525 039 5.

Recensie

Johan van de Worp

Anton van de Sande, Prins Frederik der Nederlanden, 1797-1881. Gentleman naast de troon, Nijmegen: Vantilt Uitgeverij, 2015; 352 blz., € 32,50, ISBN 978 94 6004 122 8.

Recensie

Ardjan Logmans

R. Aerts, C. van Baalen, J. Oddens, D. Smit en H. te Velde (red.), In dit Huis. Twee eeuwen Tweede Kamer, Amsterdam: Boom, 2015; 520 blz., € 34,90, ISBN 978 90 8953 199 5.

Boekenlint

Naomi Bikker

John Exalto en Gert van Klinken (red.), De protestantse onderwijzer. Geschiedenis van een dienstbaar beroep (1800- 1920). Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme na 1800 23, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 2015; 170 blz., € 18,90, ISBN 978 90 2114 394 1.

Huub de Kruijf, Van Beeldenstorm tot stedenstorm. Ooggetuigen van de Tachtigjarige Oorlog 1555-1581, Nijmegen: Vantilt, 2016; 256 blz., € 19,95, ISBN 978 94 6004 259 1.

Charlotte Brand, Gevallen op het Binnenhof. Afgetreden ministers en staatssecretarissen 1918-1966, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2016; 368 blz., € 24,90, ISBN 978 90 8953 311 1.

Vitrine

Gerard Raven


 

Nummer 27.1 bestellen

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha

Transparant 26.4 (2015) is verschenen

Transparant 26.4 (2015) is verschenen. U kunt dit nummer bestellen via het bestelformulier onderaan deze pagina. Artikelen in dit nummer:

Transparant 26.4. Bron Transparant

Transparant 26.4. Bron Transparant

Hoe zal ik U ontvangen?

Ardjan Logmans

Advent is begonnen en over niet al te lange tijd vieren we kerst. Natuurlijk zal weer de discussie losbarsten of de boodschap van Jezus’ komst op aarde niet ten onder gaat in kerstballen, kaarsjesoptochten en dennenbomen. Wie de kerstbrieven van Dietrich Bonhoeffer leest, te vinden in Bruidsbrieven uit de cel, komt desondanks de ontroerende kracht van rituelen en geschenken tegen. Tegelijk schreef de Nederlandse predikant J.J. Buskes in 1969 ferm: “Wat zou het een zegen zijn, als we eens kerstfeest vierden in het voorjaar zonder al die oppervlakkige romantiek en die goedkope rommel van 25 december, een heel eind weg uit de buurt van de natuursymbolen, die voor de moderne mens toch ook al niets meer betekenen. Dan zou het eindelijk niet meer zijn, wat het welhaast altijd op 25 december is: ‘Wat zal ik weer ontvangen?’, maar wat het toch moet en mag zijn: ‘Hoe zal ik U ontvangen?’”

Kort nieuws

Christiaan Veldman

Historicus Fik Meijer vindt Jezus een bijzonder mens

Ardjan Logmans

Een historicus die een boek schrijft over Jezus. Dat is een waagstuk. Maar Fik Meijer durfde dat aan, getuige zijn onlangs uitgekomen boek Jezus en de vijfde evangelist. Jezus was wel een historisch figuur, betoogt Meijer, maar in wonderen of de opstanding gelooft de schrijver niet. Ondanks die horizontale insteek staan hele passages niet eens zo ver van de Bijbel af.

Column: “Geleefde religie”

Hugo den Boer

Enige maanden geleden verscheen het rapport van de KNAW Verkenningscommissie Theologie en Religiestudies onder de titel Klaar om te wenden… In veel opzichten een mooi rapport, maar mijn gedachten bleven haken bij het thema dat de commissie voorstelt voor een overkoepelend onderzoeksprogramma: ‘Geleefde religie’. “Niet de geloofsleer, maar de verschijningsvormen van de beleefde en geleefde religie en/of spiritualiteit, institutioneel en individueel, vormen het uitgangspunt van het onderzoek.” Dat is een fundamentele keuze, dus goed om bij stil te staan.

Bezorgde schrijvers en onbezorgde brieven, interview met dr. David van der Linden

Christiaan Veldman

Een kist gevuld met 2600 nooit bezorgde brieven, waarvan 600 nog altijd verzegeld. “Zeshonderd nooit gelezen, gesloten historische brieven! Een surrealistische ervaring. Dat had ik nog nooit gezien”, aldus de Groningse historicus David van der Linden. Samen met Nadine Akkerman (Universiteit Leiden / NIAS) leidt Van der Linden het internationale onderzoeksteam Signed, Sealed & Undelivered dat de brieven zal onderzoeken. De meeste brieven in de kist komen uit Frankrijk. Transparant sprak met Van der Linden over dit baanbrekende project, en over de onzekerheden van hugenoten in Nederland aan het einde van de zeventiende eeuw.

Waar de dijken braken

Christiaan Veldman

Als Koos Hage terug is in zijn geboortedorp op het eiland Tholen wil hij nog altijd “even op d’n diek kieke”. Tegenwoordig is niet meer te zien waar het stroomgat zich in 1953 bevond, waardoor Tholen onder water kwam te staan. Na de Watersnoodramp van 1 februari 1953 werden de dijken hersteld en werd het landschap van Zuidwest-Nederland grotendeels heringericht. Aan die vergetelheid maakt de Atlas van de watersnood 1953 – Waar de dijken braken een einde.

Historisch bewijs voor het bestaan van Jezus?

Gertram Schaeffer

In het Redactioneel van Transparant 26.1 besprak voormalig hoofdredacteur David Onnekink de mening van de Nijkerkse predikant Edward van der Kaaij, dat Jezus nooit bestaan heeft. Terecht wees Onnekink erop, dat Van der Kaaij staat in een lange traditie van mensen, die het bestaan van Jezus loochenen en niets nieuws heeft beweerd. Historicus Fik Meijer neemt een tussenpositie in, blijkt uit het interview in dit nummer. Welk bewijs is er voor het bestaan van Jezus?

Column: Stop! Ga terug!

Jan Grisnich

Een mijlpaal! Zo kan het proefschrift van dr. R. Toes, dat handelt over het reformatorisch onderwijs en de onderwijsvernieuwingen, worden omschreven. Naast een mijlpaal is het ook een waarschuwingsbord. Een stopgaterugbord negeren bij snelwegen is levensgevaarlijk. Dat geldt ook voor dit geschreven bord.

Een rationele disputatie of een reformatorische provocatie?

Koos-jan de Jager

Op 29 januari 1523 opende de burgemeester van Zürich, Markus Röist, een belangrijke vergadering. In deze vergadering ging reformator Huldrych Zwingli, ten overstaan van de stadsvergadering, een dispuut aan met Johann Fabri, theoloog en afgevaardigde van de bisschop van Konstanz. Op het eerste gezicht lijkt dit debat een rationele gedachte-uitwisseling, op basis waarvan het stadsbestuur partij kiest voor een van beide kanten. Bij nadere studie van de inhoud en de achtergrond van het debat rijst echter een ander beeld.

Recensie

David Onnekink

Anton van der Lem, De Opstand in de Nederlanden 1568-1648. De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld, Nijmegen: Vantilt, 2014; 252 blz., €19,95, ISBN 978 94 6004 192 1.

Recensie

Christiaan Veldman

Jan Wim Buisman (ed.), Verlichting in Nederland 1650-1850. Vrede tussen rede en religie? Nijmegen: Vantilt, 2013; 280 blz., €22,50, ISBN 978 94 6004 150 1.

Recensie

Ardjan Logmans

P. van Dam, J. Kennedy & F. Wielenga (red.), Achter de zuilen. Op zoek naar religie in naoorlogs Nederland, Amsterdam: Amsterdam University Press, 2014; 456 blz., €29,95, ISBN 978 90 8964 680 4.

Boekenlint

Naomi Bikker

Jan B. Kuipers, De Beeldenstorm. Van oproer tot opstand in de Nederlanden, 1566, Zutphen: Uitgeverij Walburg Pers, 2015; 176 blz., €29,95, ISBN 978 94 6249 030 7.

Gert Oostindie, Soldaat in Indonesië 1945-1950. Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, Amsterdam: Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker, 2015; 384 blz., €29,95, ISBN 978 90 3514 349 4.

Henk te Velde, Sprekende politiek. Redenaars en hun publiek in de parlementaire gouden eeuw, Amsterdam: Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker, 2015; 336 blz., €29,95, ISBN 978 90 3514 399 9.

Vitrine

Gerard Raven


 

Nummer 26.4 bestellen

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha

Transparant 26.3 (2015) is verschenen

Transparant 26.3 (2015) is verschenen. U kunt dit nummer bestellen via het bestelformulier onderaan deze pagina. Artikelen in dit nummer:

Transparant_26.3_coverRedactioneel

Ardjan Logmans

Als u in de afgelopen vakantieperiode het nieuws had gemist rondom vluchtelingen die in wankele bootjes een beter leven zochten in Europa, dan schudde bij thuiskomst dit beeld u vast wakker. Het gaat om die foto van dat Syrische jongetje aan de vloedlijn van de kust van Bodrum. Dit was geen vakantiefoto genomen aan de Turkse rivièra maar het beeld van de trieste dood van een onschuldige peuter. Wie denkt niet even aan zichzelf, aan een kind of kleinkind?

Kort nieuws

Christiaan Veldman

“Duister overwint niet door moordpartij in 1944”

Jan Grisnich en Ardjan Logmans

Een boek schrijven is moeilijk. Maar een boek over de Tweede Wereldoorlog schrijven is de overtreffende trap daarvan. Historicus en docent Constant van den Heuvel (46) merkte dat zijn boek Het kruis op de berg. De fusillade van 20 november 1944 tussen Rhenen en Veenendaal (uitgeverij Matrijs, Utrecht), over de moord op zes verzetsmensen, door zijn ziel is gegaan. “Deze zes mannen, “Todeskandidate” uit de gevangenissen Weteringschans in Amsterdam en Wolvenplein in Utrecht, zijn bruut mishandeld. Vervolgens kwamen ze op 20 november 1944 voor het vuurpeloton te staan, onderaan de berg, langs de weg van Veenendaal naar Elst. Ik heb door mijn bronnen meer gruwelijks gelezen en gehoord dan in het boek staat. Normaal moet je als historicus kritisch afstand houden tot je onderwerp. Maar hier kon dat niet altijd. Deze gebeurtenissen schieten door je dekking heen.”

Column: Hoe ouder, hoe beter

David Onnekink

“Moordenaar of populaire koning: u beslist!” De bezoekers van het museum, gewijd aan Richard III (1452-1485) in York, mogen zelf een oordeel vellen over de man die zijn twee neefjes in de Tower zou hebben laten vermoorden. In 1998 studeerde ik vroegmoderne geschiedenis in York en bezocht ik het museum. Ik was meteen verkocht. Wie maakt zich nu zo druk over iets wat vijfhonderd jaar geleden is gebeurd? Dat getuigt van een passie voor geschiedenis. Voor oudere geschiedenis.

Bijbelverkoop steeg al vóór de Reformatie

Suzan Folkerts

In de decennia voorafgaande aan de protestantse en katholieke reformaties van de zestiende eeuw circuleerden er talrijke Bijbelvertalingen in handschrift en druk in de Nederlanden. Deze middeleeuwse Bijbelvertalingen en -uitgaven in druk hebben nog niet de belangstelling genoten die zij verdienen. Als representanten van een periode waarin grote veranderingen op sociaal, religieus en politiek gebied plaatsvonden, zijn zij belangrijke bronnen voor onderzoek naar religieuze cultuur in de Nederlanden. Daarbij is sprake van vernieuwing en reformatie, maar ook van continuïteit.

De Slag bij Waterloo in recente literatuur

Enne Koops

Historische mijlpalen en herdenkingen zorgen vaak voor een stroom aan frisse literatuur. Dat is ook het geval bij de herdenking van tweehonderd jaar Slag bij Waterloo. Deze bijdrage geeft een beknopt overzicht van zes belangrijke recent verschenen geschiedenisboeken over de beroemde slag die in 1815 het lot van Napoleon bezegelde.

Terugkeer naar de huisgemeenten?

Gertram Schaeffer

De ChristenUnie stelt voor kerkbouw tegen te gaan en verzoekt christengemeenschappen leeggelopen kerkgebouwen te benutten.1 Binnen de PKN is men bezorgd over de leegloop van kerken. Er is een enquête verspreid met als doel te achterhalen hoe men de kerk aantrekkelijker kan maken.2 Katholieken beraden zich of zij het voorbeeld van de PKN moeten volgen.3 Is het einde van de kerk in zicht? Misschien. Maar dat betekent nog niet het einde van de gemeente!

Column: Grenzeloze generatie(s)

Jan Grisnich

De scholen zijn weer begonnen! U zult ongetwijfeld lange slierten jongeren voorbij hebben zien fi etsen. In colonne, oordopjes in, smartphones in de hand. De afl eiding van dergelijk instrumentarium varieert per type persoon, evenals het tempo van de fi etsgroep, dat wordt bepaald door een niet-klassieke-muziek-luisterende kopgroep.

Hete Hangijzers

Kerken en kerkleden hebben, ondanks hun morele boodschap voor de samenleving, hun rol in het verzet in de Tweede Wereldoorlog onvoldoende waargemaakt. Dat stelt historicus Jan Bank in zijn eerder dit jaar verschenen boek God in de oorlog. Bank beschrijft de receptie van zijn boek en drie historici reageren op het werk.

Bank: Kerk worstelde met haar nationale betekenis

Jan Bank

Kort gezegd: hoewel het boek God in de oorlog. De rol van de Kerk in Europa, 1939-1945 een neerslag is van Europees historisch onderzoek, overheerst in de Nederlandse reacties en recensies de aandacht voor het betoog over de kerken in Nederland. Men blijft dicht bij huis.

Boek nodigt uit zelf conclusies te trekken

Gert van Klinken

Met God in de Oorlog heeft Jan Bank een uiterst nuttig werk geschreven, dat oorspronkelijk in het Engels verscheen en nu ook in het Nederlands op de markt is gekomen. De ondertitel lijkt iets te ruim bemeten. Het gaat hier niet om heel Europa, maar om het deel van het continent dat in de Tweede Wereldoorlog korter of langer onder de heerschappij van het nationaalsocialisme kwam. Ook zo is de opzet breed en veelomvattend. Bank bespreekt niet alleen de kerkgeschiedenis in West-Europa. Uitgebreid komen ook Rusland, de Baltische staten, de Oekraïne, Griekenland en Polen aan bod.

Verzet katholieken had historische achtergrond

Theo Salemink en Marcel Poorthuis

Na de Tweede Wereldoorlog had Nederland wel wat anders te doen dan nadenken over de Jodenvervolging. Een vroeg monument in de buurt van de Portugese synagoge benadrukt de dankbaarheid van de Joden jegens de Nederlandse staat, een en ander uitgevoerd in sociaal-realistische stijl. Het zou tot begin zestiger jaren duren voor er werkelijk bezinning op gang kwam. Drie factoren speelden daarbij een rol: de vele televisie-uitzendingen over De Bezetting door Lou de Jong, het proces tegen Eichmann in Jeruzalem, en – wat de rol van paus Pius XII betreft – het volstrekt onhistorische toneelstuk van Hochhuth Der Stellvertreter.

Recensie

Johan van de Worp

Pieter Slaman, Staat van de student. Tweehonderd jaar politieke geschiedenis van studiefinanciering in Nederland, Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015; 352 blz., €29,90, ISBN 978 90 8953 575 7.

Recensie

John Exalto

E.G. Bosma, Oude waarheid en nieuwe orde. Bevindelijk gereformeerden en nationaalsocialisme 1920-1950, Apeldoorn: Labarum Academic, 2015; € 34,95; 759 blz.; ISBN 978 94 6278 224 2.

Recensie

David Onnekink

Jan A. B. Jongeneel, Nederlandse zendingsgeschiedenis. Ontmoeting van protestantse christenen met andere godsdiensten en geloven (1601-1917), Zoetermeer: Boekencentrum, 2015; 366 blz.; € 39,90; ISBN 978 90 2397 018 7.

Boekenlint

Vitrine

Gerard Raven


 

Nummer 26.3 bestellen

Uw voor- en achternaam (verplicht)

Straat + huisnummer (verplicht)

Postcode (verplicht)

Woonplaats (verplicht)

Uw email (verplicht)

Uw telefoonnummer (verplicht)

Vul de jaargang en het nummer in van het tijdschrift Transparant dat u wilt ontvangen (bijvoorbeeld 26.4 of 27.1).

Ik wil graag dit nummer van Transparant bestellen tegen een geringe vergoeding. Stuur me per e-mail een bevestiging met betalingsinstructies. Vervolgens krijg ik het nummer toegestuurd.

Voer de gegevens hieronder in, zodat we spam kunnen uitschakelen.
captcha

Recensie: McGinn, De Antichrist

De geschiedenis van de Antichrist, die merkwaardige combinatie van laatste vijand, pseudo-Christus en grootste verleider, heeft een ingrijpende ontwikkeling meegemaakt in de tweeduizend jaar van haar bestaan. De Amerikaan Bernard McGinn, historicus en deskundige op het gebied van de apocalyptiek, beschrijft de ontwikkeling van deze semi-historische figuur ten tijde van de joodse apocalyptiek, de vroegere christelijke kerk, de Middeleeuwen en Reformatie, om ten aanzien van de tijd van de Verlichting te concluderen dat de Antichrist aan gezag begint in te boeten.

Bron Transparant

Bron Transparant

Vooral in de tijd van de Hervorming wordt de paus allerwegen als de Antichrist gezien. Maar nadat de Antichrist ‘verdeeld’ raakt tussen hervormers, rooms-katholieken en puriteinen – in de periode van 1500 tot 1660 – raakt de Antichrist in de periode van 1660 tot 1900 in verval. De geldigheid van het geloof in zo iets als het ultieme kwaad was vanuit de optiek van de Verlichting ondenkbaar. McGinn zegt dat de werkelijkheid van de Antichrist steeds problematischer werd, maar het christendom heeft zelf door haar verlichte opvattingen de weg voor dit verval voorbereid. De meeste achttiende en negentiende-eeuwse opvattingen van de Antichrist zijn slechts dode herhalingen van eens levende symbolen. In onze tijd is men meer geïnteresseerd in functionele (literaire) beschrijving van de Antichrist.

Een vooroordeel blijkt in de inleiding wanneer gezegd wordt dat te veel mensen nog geloven in een letterlijke antichrist wiens komst nabij is. McGinn signaleert dit bij de fundamentalisten. Hij bepleit een weg die de christelijke eschatologie serieus neemt maar niet letterlijk opvat. Dat strijdt mijns inziens met het historische karakter van de Schrift, ook aangaande zijn profetieën. De antichrist-legende kan volgens de schrijver worden gezien als een projectie, of beter gezegd, als een spiegel van voorstellingen en angsten over het ultieme menselijk kwaad. De antichrist-legende, als verwijzing naar een mens die totaal slecht zou zijn, betekent volgens hem een uitdaging voor de moderne mens, omdat zij gebaseerd is op de overtuiging dat het totale kwaad werkelijk kan worden, niet alleen in een individueel mens, maar ook en zelfs in een menselijke collectiviteit. Al met al blijft het een interessant boek over een merkwaardig fenomeen. De historische beschrijving van de auteur over de figuur van de Antichrist is interessant en leerzaam, zijn eigen a-historische visie op de Antichrist deel ik niet.

Download de complete recensie (pdf)

n.a.v. Bernard McGinn, De Antichrist. De geschiedenis van tweeduizend jaar aardse verdorvenheid: -oorsprong -betekenis -doel (Baarn: Tirion, 1996) 431 blz., prijs fl. 49,50.

Jaargang 08 (1997) No 3