Zijn diepste drijfveer was religie, interview met dr. Jeroen Koch

Voor de Utrechtse historicus Jeroen Koch was dit het besluit van acht jaar zeer intensief onderzoek naar deze grote figuur in de Nederlandse geschiedenis. Het stof dat deze publicatie deed opwaaien, is nog niet steeds niet neergedwarreld. We spraken met Koch over Kuyper, de biografie, de reacties erop en zijn eigen visie op de geschiedenis van de gereformeerden, het volksdeel dat door Kuyper werd gemobiliseerd.

U komt niet uit een gereformeerd nest en hebt u ook niet gespecialiseerd in de negentiende eeuw en het protestantisme. Wat bewoog u om deze biografie te schrijven?

‘Ik werd ervoor gevraagd en hoefde er niet lang over na te denken. Ik wilde heel graag weer schrijven; daar kom je nauwelijks aan toe naast je onderwijstaken. Bovendien zag ik het als een grote intellectuele uitdaging, juist om me te verdiepen in een wereld die niet de mijne is. En Kuyper is een heel bijzondere man, dus dat is een uitdaging op zich.’

Jeroen Koch. Bron Transparant

Jeroen Koch. Bron Transparant

Hoe kijkt u erop terug?

‘Op het proces van het schrijven zelf kijk ik met veel genoegen terug. Ik heb de hele tekst met de hand geschreven. Ik heb nooit anders gewerkt. Voor de concentratie en voor het nauwkeurig formuleren van de tekst vind ik schrijven veel beter. Pas als het naar mijn zin is, typ ik het manuscript over in Word Perfect. Het leuke was dat mijn uitgever er heel tevreden mee was.

Terugkijkend zie ik dat ik van tevoren op drie manieren naïef ben geweest over dit boek. Ten eerste over de omvang van de bronnen en de literatuur. Soms dacht ik dat ik nu wel ongeveer alles over een bepaald aspect van Kuyper gezien had, en dan doken er overal nieuwe bronnen op. Ten tweede onderschatte ik de afstand tussen de denkwereld van Kuyper en mijzelf; hij bleek nog verder van me af te staan dan ik dacht. En verder heb ik me vergist in de mate waarin Kuyper nog leeft. Ik had niet zo’n felle reactie van Van Deursen verwacht (in het artikel in het Reformatorisch Dagblad d.d. 17 mei 2006, red.).

Van Deursens recensie in het Reformatorisch Dagblad verscheen nog vóór de presentatie van het boek op 18 mei 2006. Het was de eerste recensie, en zinsneden ervan werden opgenomen in ANP-berichten. Dit zette in sommige discussies direct de toon, en dat was inderdaad niet leuk. Tegelijkertijd viel het me op dat andere confessionele bladen vrij positieve recensies publiceerden. De recensie in Trouw, toch vanouds het orgaan van de gereformeerde wereld, was heel lovend. De recensent van het Nederlands Dagblad sprak ook zijn waardering uit, maar vond alleen het psychologiseren over het gereformeerde geloof te ver gaan. Al met al heeft de discussie de verkoop van het boek natuurlijk veel goed gedaan.’

Het is veel critici opgevallen dat u erg kritisch bent over Kuyper. Als uw boek in de rij van andere recent verschenen intellectuele biografieën wordt geplaatst, zoals die over Henriette Roland Holst, koningin Wilhelmina, Colijn, Drees en Thorbecke, dan lijkt het alsof de gereformeerden in dit rijtje het meest kritisch beschreven worden door hun biograaf. Hoe verklaart u dat?

‘In veel biografieën die u noemt, zie je dat de biograaf zich sterk identificeert met de persoon, of dat de persoon duidelijk de held is van de biograaf. Inderdaad zijn in dit rijtje de biografieën over Colijn en Kuyper het meest kritisch van toon. Ik denk dat dat te verklaren is vanuit het feit dat rondom allebei een heel eigen wereld is ontstaan, een gereformeerde zuil. Op die manier hebben zowel Colijn als Kuyper hebben een heel sterke polarisering teweeggebracht. Colijn was een soort ‘militair in de politiek’.’

Maar studies over katholieken die een emanciperende rol hebben gespeeld, zoals Herman Schaepman, zijn doorgaans positiever getoonzet. Gaan katholieken anders met hun geschiedenis om?

‘In het katholicisme is de polarisering minder scherp. De autoriteit van het Vaticaan zorgt ervoor dat er altijd een soort balance of power is. Kuyper daarentegen kon er helemaal uitbreken zonder aan iemand verantwoording af te hoeven leggen. Hij kon een nieuwe weg inslaan met het gereformeerde leven, zelfs met een beroep op het protestantse verleden van Luther en Calvijn, die zich ook tegen de traditie keerden.

Katholieken zijn ook veel sterker internationaal georiënteerd dan protestanten, voor wie de natie vaak het veld is geweest waarop zij hun strijd uitvochten. Daarnaast zijn de katholieken veel eerder ontzuild dan de protestanten, die voor een deel nog steeds een zuil vormen. In het geval van de protestanten werkt die polarisering daardoor langer door.’

Er is u verweten té kritisch te zijn op Kuyper en zijn leefwereld. U gebruikt termen als ‘religieuze tobberijen’ en u noemt Kuyper ‘manisch depressief’. Siert een biografie niet meer terughoudendheid?

‘Dat verwijt heb ik inderdaad vaak gehoord. Toch is dit ook een kwestie van smaak. De ene recensent noemt het ‘milde ironie’, de andere ‘gezocht cynisme’. Het zal er ergens tussenin zitten.

Abraham Kuyper. Bron protestant.nu

Abraham Kuyper. Bron protestant.nu

Ik ben sowieso kritisch, ik stel me sceptisch op tegenover wereldbeelden waar alles in past. Van mijn onderzoek naar Kuyper heb ik twee helden overgehouden: Luther en Darwin. Het mooie van die twee vind ik dat ze beiden de mensheid op een heel andere manier naar zichzelf laten kijken.
Maar laat duidelijk zijn: ik heb grote waardering voor het gereformeerde leven dat ik beschreven heb. Wat ik enorm prijs in gereformeerden, is dat ze niet aan de zijlijn blijven staan als ze maatschappelijke problemen tegenkomen. Kuyper zelf vind ik in één woord fenomenaal. Op sommige punten waardeer ik hem ook zeer.

Soms ontdekte ik bij Kuyper dat hij een rol kon spelen als die hem uitkwam. Inderdaad schrijf ik in mijn boek ergens dat hij een herboren christen was en tegelijkertijd de rol van ‘herboren christen’ speelde. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat hij niet integer was. Het kwam er meer op neer dat hij zijn eigenschappen helemaal uitbuitte voor het werk waartoe hij zich geroepen voelde. Dit is één van de paradoxen van Kuyper; uiteindelijk ontglipt hij je ook.’

Heeft het in het geval van zo’n complexe persoon zin om een synthetiserende biografie te schrijven?

‘Het was mijn opdracht om een synthese te maken. Juist omdat onderzoek naar Kuyper zo moeilijk en veelomvattend is, was een synthese nodig. Dissertaties die over Kuyper geschreven zijn hebben stuk voor stuk heel veel tijd gekost. De bundel van Jasper Vree over Kuyper, die op veel archiefonderzoek is gebaseerd, is al heel dik geworden.

Mijn voorbeeld voor het schrijven van deze synthese was de biografie van Bismarck, geschreven door Otto Pflanze. Hij heeft er vijftig jaar aan gewerkt en kon het af met 1500 pagina’s. Ik denk dat Bismarck een complexere figuur is dan Kuyper, omdat hij geplaatst moet worden in de gang van de Duitse en Europese geschiedenis met alles wat daarbij hoort. Voor mij was de vraag dus: kan ik Kuyper vatten in 500 pagina’s? In Engeland verschijnt elk jaar een nieuwe biografie over Gladstone, steeds opnieuw een synthese. Wat mij betreft is Kuyper hier ook geschikt voor.’

U hebt eerder intellectuele biografieën geschreven. Waarom hebt u in dit geval voor een ‘politiek-intellectuele’ biografie gekozen en wat verstaat u daaronder?

‘Als je van Kuyper een echt intellectuele biografie wilt, moet je een theoloog met historische interesse zoeken. Kuyper kun je niet los zien van zijn politieke activisme, en zijn politieke activisme niet van zijn ideologie. Zijn intellectuele ontwikkeling was in wisselwerking met zijn politieke actie en positie. Politiek gezien was Kuyper heel vooruitstrevend: hij had heel snel door hoe hij de democratie kon gebruiken om zijn machtsbasis te verbreden. Hij annexeerde de democratie, volgens hem was democratie een synoniem van gereformeerd christendom. Tegelijkertijd was hij op het culturele vlak zeer conservatief.’

Maar was het voor u niet logischer geweest een politieke biografie te schrijven, gezien het feit dat u uzelf nadrukkelijk op afstand van Kuypers denkwereld plaatst?

‘Nee, want Kuyper zelf legitimeerde zich vanuit zijn ideologie. Vanuit deze ideologie wilde hij het hele land veroveren, zoals alle ideologieën dat willen. Zijn religieuze overtuiging was echt zijn diepste drive. Het is natuurlijk wel de vraag of ik zijn idee van de ‘wedergeboorte van de natie’ waardeer, maar dat is een ander verhaal. Het is voor mij duidelijk dat dit hem motiveerde, dit gevoel geroepen te zijn. Hoe bereik je anders zo’n dadendrang?’

Wat wilde hij dan precies teweegbrengen?

‘De kerstening van volk en natie, zoals Schutte het zegt. In zijn Stone Lectures, die Kuyper in 1898 aan Princeton University heeft uitgesproken, beschrijft Kuyper het Nederlandse calvinisme als de redding der wereld. In deze zin was zijn streven een offensieve strategie, net als het ultramontanisme.

Kuyper schakelde hiervoor de democratie in. Hij noemde het gereformeerde volksdeel de oerkracht van de Nederlandse natie. Deze ziel van de natie had de democratie voortgebracht, waarvan alle volksdelen nu gebruik konden maken. Op deze manier legitimeerde Kuyper zijn politiek-religieuze activisme, met een beroep op de traditie die hijzelf op het verleden had geprojecteerd.

We zien op dit punt een bijzondere combinatie bij Kuyper: enerzijds streeft hij naar herkerstening, anderzijds gelooft hij in pluralisme. Sommige Amerikaanse Kuyperdeskundigen, zoals Peter S. Heslam, leggen meer nadruk op wat zij noemen Kuypers principiële pluralisme. Volgens mij bleef Kuyper in zijn streven naar herkerstening consequent, maar moest hij tegelijkertijd compromissen sluiten, zeker in zijn kabinetsperiode.

Die bereidheid om gebruik te maken van de coalitie is een kenmerkend punt van de gereformeerden in de Nederlandse geschiedenis geworden. Vergeleken met het percentage dat zij van de hele Nederlandse bevolking uitmaakten, is hun invloed groot geweest, maar dat kun je niet los zien van hun bereidheid tot het sluiten van compromissen. Uit die combinatie is de gereformeerde zuil er ook gekomen. Wie heeft de zuilstructuur vormgegeven? Zonder meer Kuyper.’

Hoe zou u de positie van de gereformeerden in Nederland anno nu willen definiëren? Hoe groot is hun invloed nu nog en hoe verklaart u hun sterke binding aan de kerk en tegelijkertijd hun grote verdeeldheid?

‘De vraag of gereformeerden meer aanwezig zijn als bevolkingsgroep dan andere groepen is moeilijk te beantwoorden. Inderdaad spelen ethische kwesties in Nederland een grote rol. Maar dat is eerder een zaak van alle confessionelen. Wat die sterke kerkbinding en die verdeeldheid betreft, voor een deel is dat te danken aan de liberale politiek die het mogelijk maakte; voor een deel gaat het terug op oudere patronen die te maken hebben met de regionale structuur die Nederland vanouds kenmerkte.’

De biografie van Jeroen Koch over Abraham Kuyper. Bron Transparant

De biografie van Jeroen Koch over Abraham Kuyper. Bron Transparant

We spraken over intellectuele biografieën die de afgelopen jaren in Nederland verschenen zijn. Wat vindt u over het algemeen belangrijk voor het schrijven van een biografie, affiniteit of distantie of ziet u in allebei voordelen?

‘Als je veel affiniteit met de persoon van onderzoek hebt, heb je snel de neiging om alles te verdedigen. Schutte wilde de biografie over Kuyper niet schrijven omdat hij zichzelf er te dichtbij vond staan. Distantie en enige scepsis heeft mij geholpen om de biografie compact te houden en de dingen in de juiste proporties te kunnen zien.’

Maar is scepticisme niet teveel een eigentijds denkkader? Moet je niet de authenticiteit van het verleden laten staan, zoals Leopold von Ranke vond? Als je dat niet doet, kan het ertoe leiden dat religie wordt beschouwd als een fenomeen dat in een bepaalde tijd sociaal en moreel gezien nuttig was.

‘Religie stijgt zeker uit boven wat sociologie en psychologie ervan kunnen maken. Je kunt religie niet zien als een heel eenvoudig fenomeen, alleen sociale of politieke kracht. Het is altijd meer dan de som der delen. Het is een complete wereld, het kan ook inspiratie zijn. In het geval van Kuyper heb ik duidelijk laten zien dat dit voor hem zo was.

Als biograaf moet je begrip hebben voor een persoon, daarom moet je zo’n religieuze denkwereld ook erkennen. Tegelijkertijd geloof ik dat je je ook relativerend mag opstellen ten opzichte van de persoon of de groep die je bestudeert. Relativisme is trouwens ook niet per definitie de vijand van orthodox christendom of een andere levensbeschouwing die zich op een absolute waarheid beroept. Ook bij Luther en Dostojewski zie je een vorm van gecontroleerd scepticisme, dat zij vér doorvoeren juist om tot de waarheid te komen. Zo kun je als orthodox christen te werk gaan, en ook als de biograaf van een orthodox christen.’

Jaargang 18 (2007) No 3- themanummer verzuilde geschiedschrijving