Willem de Clercq: sensitief en veelzijdig Réveilfiguur

Recentelijk verschenen twee interessante boeken over twee vooraanstaande mensen uit het Réveil. Het eerste is een ideeënhistorische studie van Van Eijnatten over Bilderdijk het tweede een kroniek van het leven van Willem de Clercq door achterkleinzoon W.A. de Clercq. Van Eijnattens boek heeft commotie teweeggebracht. Daarin vindt weliswaar geen beeldenstorm plaats, maar wordt een fundamentele herziening van de waardering van Bilderdijks ideeënwereld bepleit. Van Eijnattens visie blijft hier buiten beschouwing, maar we kunnen wel constateren dat zijn studie het orthodox-protestantse beeld van Bilderdijk sterk aantast. Een christen-theosoof is immers een heel andere verschijningsvorm dan de vader van het Réveil.

Willem de Clercq. Bron Wikimedia

Willem de Clercq. Bron Wikimedia

Een centrale vraag die te stellen valt, is of de publicatie van W.A. de Clerq eveneens aanleiding geeft tot herziening van een ander, in brede kring geliefkoosd beeld: De Clercq als sensitief en uiterst gewetensvol christen. Voor we een antwoord formuleren op deze vraag, geven we eerst een overzicht van enkele oudere beelden van De Clerq.

Willem de Clercq (1795-1844) heeft een geheel eigen plaats in onze geschiedenis. Naar een mooi woord van de historicus en dichter Gerretson is in de schitterende pleiade van het Réveil het heldere en milde licht van De Clercqs ster terstond herkenbaar. Dit licht schijnt op de mens De Clercq die bij uitstek een gevoelsmens was. In Willem de Clercq vinden we het innig verband tussen Réveil en Romantiek. Zijn gevoelsleven bepaalde ook zijn geloofsleven en leidde hem, door alle verwarring heen, tenslotte tot een stille overgave aan Christus.

Deze concentratie op de gevoelsmens De Clercq – onafscheidelijk verbonden met de christen De Clercq – vindt ongetwijfeld haar bron in De Clercqs Dagboek, de door Allard Pierson samengestelde selectie uit de “Mémoires” van De Clercq die in handschrift meer dan dertigduizend bladzijden tellen. In bijna zeshonderd bladzijden wordt een beeld gegeven van De Clercqs leven vanaf zijn vroege jeugd tot aan zijn overlijden en maken we hem mee in allérlei aspecten van zijn bestaan: improvisator, letterkundige, en vriend. Niet minder als gelovige. Louter kroniek was echter niet Piersons opzet. Piersons blik was gericht op De Clercqs innerlijk leven. Dit bepaalde zijn keuze en zijn invoelend en liefdevol commentaar. Zo is het Dagboek vooral een spiegel van De Clercqs zijn ontwikkeld gemoeds- en geloofsleven geworden. Generaties lezers en historici hebben Piersons liefde voor De Clercq overgenomen. Ook mij is dit beeld van De Clercq als gevoelsmens en romantisch christen lief. Piersons Dagboek is een monument in de geschiedenis van het Nederlandse gevoels- en geloofsleven.

Een zelfde beeld van De Clercq schetsen de dames C.E. te Lintum en M.E. Kluit. Ook bij deze schrijfsters valt het licht vooral op de overgevoelige mens die steeds minder tegen het leven opgewassen was. Al drie de auteurs schetsen de ontwikkelingsgang van De Clercq als uiteindelijk een tragische. Al in 1828, na de eerste ontmoeting met Kohlbrugge, die op De Clercqs leven een negatieve invloed zou krijgen, neemt Pierson een hellend vlak waar. ln zijn laatste jaren zou De Clercq zelfs gebukt gaan onder toegenomen lichaamszwakte en zenuwachtigheid. Mevrouw Te Lintum spreekt in haar sterk psychologische benadering van een breuk in De Clercqs ontwikkelingsgang. Mevrouw Kluit typeert diens laatste jaren als zeer zwart. Deze beelden zijn op zich niet onjuist, maar in hun concentratie op De Clercqs zielenleven kunnen zij niet ontkomen aan het gevaar van een eenzijdig beeld van De Clercqs persoonlijkheid.

De eenzijdigheid van Pierson, weliswaar een bewuste en liefdevolle eenzijdigheid, werd reeds opgemerkt door een tijdgenoot: Johannes Bosscha (1797-1874), hoogleraar in de klassieke letteren en een levenslange en intieme vriend van De Clercq. Bosscha had bewondering voor Piersons weergave en hij roemde met name het beeld van De Clercqs jeugd- en jongelingsjaren; elke beweging van diens fijn bewerktuigde ziel werd daardoor voor onze verbeelding zichtbaar. Voor latere jaren miste Bosscha echter een overzicht van De Clercqs leven als zakenman en ter aanvulling van Pierson schreef hij daarom een levensschets van De Clercq waarin juist diens leven als zakenman, eerst als secretaris en later als directeur van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM), centraal stond.

Willem de Clercq, kopstuk uit het Reveil Naar Bosscha’s mening was De Clercqs persoonlijkheid zo veelzijdig dat men als het ware verschillende levensbeschrijvingen van hem kon geven. Op de veilingen van de NHM was hij een geheel andere persoon dan tijdens godsdienstige bijeenkomsten met geestverwanten. Bosscha’s levensbeschrijving geeft inderdaad een veelzijdiger beeld dan het Dagboek. Wordt in het laatste, zoals we zagen, de uiteindelijk tragische Werdegang van een steeds gewetensvoller en tot benauwenis toe twijfelend mens getekend, bij Bosscha, zien we, naast andere meer persoonlijke aspecten, vooral de flinke zakenman, die als directeur van de NHM en grondlegger van de Twentse textielindustrie een belangrijke plaats in onze sociaal-economische geschiedenis inneemt.

Personalia O.W. Dubois

Dr. O.W. Dubois promoveerde op een studie naar de vriendschap tussen De Clercq en Da Costa. Hij is woonachtig in Hillegom.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 11 (2000) No 2 – themanummer revisie van het Réveil?