Verslag studieconferentie VCH: Israël en het Oude Nabije Oosten

De VCH organiseerde zaterdag 27 april een studieconferentie over Israël en het Oude Nabije Oosten. Dat onderwerp werd al bedacht voor het uitbreken van de Golfoorlog, zo memoreerde VCH-voorzitter drs. R. Kuiper ter introductie, maar het kreeg door deze oorlog wel een onverwachte actualiteit.

Het thema van de conferentie kende een veelheid van aspecten, zoals vooral bleek tijdens de uitwerking op de conferentie en de discussie daarna. Zo kwamen onder meer aan de orde de vragen hoe men buitenbijbelse bronnen moest gebruiken met betrekking tot de gegevens uit de Bijbel, in hoeverre het gezag van de Bijbel hiermee opgespannen voet kon staan, hoe men om moest gaan met invloeden van de niet-joodse godsdiensten en gebruiken op het volk Israël, enzovoorts. Verder kreeg het thema ook een praktische spits door de bezinning op de bestaande leermethodes met bettrekking tot de plaats van het volk en de geschiedenis van Israël.

Kaart van Israël. Bron Wikipedia

Kaart van Israël. Bron Wikipedia

De dag begon met een inleiding van drs. J. Odding, leraar van de Gereformeerde Scholengemeenschap ‘Greijdanus’ in Zwolle, over de plaats van Israël in de schoolboeken. Hij stelde dat het beeld van Israël in de loop der jaren steeds meer vervaagde. De thematische aanpak binnen het vak geschiedenis richt zich steeds meer op de prehistorie, de Grieken en de Romeinen en wat daarna komt, dit alles wel ten koste van Israël en Mesopotamië. En als men aandacht schenkt aan de gegevens van de Bijbel over Abraham en Israël, dan blijft onduidelijk hoe de schrijvers over de Bijbel denken. Vaak blijkt dan dat men de geschiedenis van Israël ten diepste als mensenwerk ziet.

Twee soorten boeken

Er zijn volgens drs. Odding twee soorten boeken: zij die iets van de bijbelse gegevens overnemen en zij die de lotgevallen van Israël zo beschrijven dat het goddelijk ingrijpen achter het menselijk handelen verdwijnt. Dan is Mozes slechts iemand die de regels opstelt voor de godsdienst, is hij de stichter van de eerste (monotheïstische) wereldgodsdienst. Godsdienst in deze boeken heet soms ook een uitvinding van mensen (als het hen slecht gaat). Of men stelt kerken, tempels en moskeeën op één lijn. Odding concludeerde dat de belangstelling voor Israël en voor godsdienst in het algemeen af neemt. Ook wordt de geschiedenis van Israël losgemaakt van de tjjd voor Abraham (de tijd vanaf de schepping dus).

Aan het eind van zijn referaat voerde Odding een pleidooi voor een nieuwe lesmethode waarin Israël op een bijbelgetrouwe manier aan de orde zou moeten komen. Beter is het volgens hem om daarbij een eigen methode te maken, in plaats van de oude aan te vullen met zelfgemaakte stencils. Het zou volgens hem goed mogelijk zijn om Israël in combinatie met gedeelten uit de wereldgeschiedenis te behandelen, zoals Abraham (en de tijd van Mesopotamië), Mozes en Jozef (met Egypte), David en Salomo (met Phoenicië), de tijd van de ballingschap (met die van de oosterse rijken), enzovoort.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 02 (1991) No 3