Recensie: VOC-jubileum: veel nieuwe werken, weinig nieuwe inzichten

Het kan bijna niemand ontgaan zijn; dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de Verenigde Oost-lndische Compagnie werd opgericht. Dat feit is reden voor tal van websites, tentoonstellingen, documentaires en vooral de publicatie van veel nieuwe boeken. Door de grote belangstelling voor de Nederlandse koloniale geschiedenis is soms echter het overzicht verdwenen.

Er verschijnen veel publicaties waarvan niet altijd duidelijk is wat aan historische kennis of inzichten wordt bijgedragen. Dit lijkt genoeg aanleiding om enkele opmerkingen te maken over een drietal recent verschenen boeken die alle over de VOC gaan, maar elk met een totaal andere opzet en invalshoek.

Een VOC-schip. Bron Wikimedia

Een VOC-schip. Bron Wikimedia

Van de hand van D. Barreveld is het boek Tegen de heeren van de VOC. Isaac le Maire en de ontdekking van Kaap Hoorn verschenen. Hierin wordt het conflict tussen de compagnie en de koopman Isaac le Maire behandeld. Le Maire, één van de eerste kooplieden die zich waagden aan de nieuwe, veelbelovende handel op Azië, werd direct in 1602 grootaandeelhouder in de opgerichte VOC. Hij kwam echter al snel in conflict met de compagnie nadat bleek dat hij fraude had gepleegd. Hij werd gedwongen een forse boete te betalen en de compagnie te verlaten. Hij liet het er niet bij zitten en probeerde op verschillende manieren de nieuwe compagnie te schaden en het octrooi te ontduiken. Zo probeerde hij tevergeefs in Frankrijk een concurrerende organisatie van de grond te krijgen.

Le Maire had echter nog meer pijlen op zijn boog. In het octrooi van 1602 werd het territorium van de VOC slechts vaag afgebakend. Het was de vraag of het mogelijk zou zijn mazen in het octrooi te vinden. Hij stuurde daarom zijn zoon Jacob in 1615 met twee schepen op weg om een alternatieve route ten zuiden van het Amerikaanse continent te vinden. Hier ging een grondige voorbereiding aan vooraf. Le Maire en zijn zoon hadden de hand weten te leggen op bijna alle toen bekende reisverslagen en kaarten. Het lukte Jacob inderdaad om een nieuwe zeeweg te vinden, die nog steeds bekend staat als Straat Le Maire (ten zuiden van Straat Magelhaen). Eenmaal in Azië aangekomen werd het schip Eendracht gearresteerd en in beslag genomen op bevel van Jan Pieterszoon Coen. Jacob overleed op een VOC-schip op weg naar huis. Toen in de Republiek eenmaal duidelijk werd dat Jacob erin geslaagd was een nieuwe route te vinden, barstte het conflict opnieuw los. Isaac Le Maire claimde toegang tot de Aziatische markten. Na een slepende rechtszaak werd in 1622 uitspraak gedaan in het voordeel van de VOC. De pogingen van Le Maire faalden alle en verbitterd stierf hij in 1624. Het belang van Tegen de heeren van de VOC ligt vooral in de uitstekende analyse van de vroegmoderne ontdekkingsreizen en de manier waarop deze zeevaarders informatie uitwisselden en van elkaar overnamen. Zo wordt duidelijk hoe Isaac en Jacob hun huiswerk deden door reisverslagen van bijvoorbeeld Sir Francis Drake en Olivier van Noort te bestuderen. Verder is het reisverslag Le Maire zeer goed van commentaar voorzien. Toch blijven enkele vragen onbeantwoord. Zo wordt bijvoorbeeld niet geheel duidelijk waarom Le Maire gedwongen werd de VOC te verlaten, hoewel hij toch grootaandeelhouder was. Zaten hier wellicht concurrenten achter? Het is jammer dat niet duidelijk gemaakt kon worden welke rol hij speelde in de organisatie van de onderneming. Verder wordt gesuggereerd dat Le Maire eigenlijk een voorstander van vrijhandel was, hoewel hij voor 1602 zelf het octrooi op de Aziatische handel had geclaimd.

Oorlogsmisdaden – Zwartboek van Nederland overzee

Van een totaal andere aard is het werk Zwartboek van Nederland overzee, van Ewald Vanvugt. Hierin behandelt de auteur de ‘traditie van oorlogsmisdaden’ die bestond in de Nederlandse koloniale geschiedenis van 1596 tot 1949. De auteur schenkt aandacht aan alle gebieden waar Nederlanders actief waren. De auteur houdt een chronologische lijn aan en probeert per periode en per gebied de situatie te schetsen en te analyseren. Zo wordt de geschiedenis van de VOC in Azië behandeld, maar wordt ook meer licht geworpen op de activiteiten van de West Indische Compagnie in Afrika en Amerika. De auteur trekt de lijn door tot 1949, het jaar waarin de Republiek Indonesie onafhankelijk werd.

Munten van de VOC. Bron Transparant

Munten van de VOC. Bron Transparant

Vanvugt is gedegen in zijn beschrijving van de stichting, expansie en structuur van de vroege VOC. Hierbij worden uiteraard alle bloedige evenementen uit deze periode aangehaald. Zo wordt bijvoorbeeld uitgebreid stilgestaan bij de ‘Ambonese moorden’. Jan Pieterszoon Coen wordt bij uitstek de kwade genius achter deze acties genoemd. De feiten die hier genoemd worden, zijn allemaal allang bekend en dienen vooral als grond voor een aanval op het dominante geschiedbeeld. Vanvugt werpt hier de handschoen dan ook naar andere historici door te beweren dat de persoon van Coen nog steeds wordt stilgezwegen en verhuld. Het verbod van het toneelstuk van Slauerhoff over diens persoon wordt hier ter illustratie aangehaald.

Personalia van Gijs Rommelse
Dr. G.A. Rommelse is wetenschappelijk medewerker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). 

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 13 (2002) No 4