Recensie: Van der Schans, Kuyper en Kersten, ijveraars voor herkerstening

In het huidige christelijke politieke denken zijn de sporen van de worsteling met de begrippen theocratie en democratie bij sommige partijen nog steeds terug te vinden. En dat zal voorlopig ook wel zo blijven. Elk van de christelijke partijen heeft daarbij weer een andere oplossing gekozen. De SGP wil zich in ieder geval per se theocratisch blijven noemen hoewel er meer dan één interpretatie van in omloop is. En ook dat zal (voorlopig?) wel zo blijven. In een al weer enige tijd geleden verschenen boekje bespreekt de historicus en SGP-er Van der Schans twee ‘oplossingen’ voor het dilemma theocratie en democratie, namelijk de ‘kuyperiaanse’ en de wat ik maar noem ‘kerstenistische’.

Zoals hij in zijn inleiding stelt is het boek ook tot stand gekomen vanwege de vragen waarmee hij als SGP-raadslid in de politieke praktijk werd geconfronteerd. Want hoe kan het ideaal van de theocratie nog iets betekenen als de meerderheid van de (gemeentelijke) bevolking volstrekt niets meer afweet van God? Wat betekent het hameren op artikel 36 onverkort nog als het Nederlandse volk zelfs geen weet meer heeft van de bijbel? Hoe ver strekt de geestelijke vrijheid voor anderen zich uit? Een bekend probleem voor alle christelijke partijen.

Drs. A. A. van der Schans. Bron RD, Anton Dommerholt

Drs. A. A. van der Schans. Bron RD, Anton Dommerholt

Verreweg het grootste gedeelte van het boek wordt gevuld door een historische verhandeling over de twee klokkenluiders van de gereformeerde gezindte, Kuyper en Kersten. Van der Schans komt tot een eerlijke taxatie van wat Kuyper bewoog toen hij het klokketouw in handen nam. Terecht wijst hij op de vaak vergeten Kuyper van de meditaties, die een heel andere zijde van Kuyper laten zien dan de strateeg die met een voor die tijd progressieve werkwijze alsmaar organisaties en bladen bleef stichten.

Vervolgens geeft Van der Schans een overzicht van de tijd waarin de jonge Kuyper opgroeide. Het was de tijd van de verlichte theologen die God nog net niet afzwoeren, van een rationalistisch denkklimaat in de kerken en een minachting van alles wat zich beriep op de confessie en al het andere goede dat ‘Dordt’ aan concreet belijden heeft te bieden.

Terecht signaleert van der Schans de grote overeenkomsten en verschillen tussen Kuyper en Kersten. Ook Kersten stichtte een politieke partij annex partijblad en was de emancipator van een zich achtergesteld voelend deel van de bevolking. Ook Kersten probeerde vanuit theologische opvattingen Gods woord toe te passen op de dagelijkse praktijk. Maar in de toepassing liepen de wegen uiteen. Voor Kersten waren het onverkorte artikel 36, een onverkort onverzoenlijke houding ten opzichte van Rome en het vasthouden aan het oudtestamentische Israël als lichtend voorbeeld voor Nederland de onopgeefbare uitgangspunten. Kuyper daarentegen had niet alleen idealen, maar moest die ook in de praktijk zien waar te maken. Veel nadrukkelijker dan Kersten verdisconteerde Kuyper in zijn denken de maatschappelijke omslag die in de Nederlandse samenleving aan het eind van de negentiende eeuw had plaatsgevonden. Kuyper sloot compromissen, was soms een uitnemend tacticus en werkte op gezette tijden nauw samen met de Roomsen.

Ook staat Van der Schans stil bij de langzame, maar belangrijke verschuiving binnen de SGP in de betekenis van het begrip theocratie zoals die onder het leiderschap van ds. Abma plaatsvond. Abma oriënteerde zich meer op het gedachtengoed van de Hervormde theoloog van Ruler dan op de oude Kersten. Het onverkorte artikel 36 werd verdrongen door de meer algemene notie van theocratie waarin theocratie niet meer, (maar ook niet minder!) wil zeggen dat de Heer regeert.

n.a.v. A.A. van der Schans, Kuyper en Kersten: IJveraars voor herkerstening van onze samenleving (Den Haag/Leiden: Groen en Zoon, 1992) 148 blz., prijs fl. 19,95.

Download de complete recensie (pdf)

Jaargang 06 (1995) No 1