Recensie: McLynn over Ambrosius van Milaan

De Griekse held Herakles kreeg als baby te maken met twee grote slangen. Ze kropen in zijn wieg en hadden het pasgeboren ventje gedood, als de held niet over wonderbaarlijke krachten beschikt had. Hij kneep de twee indringers eenvoudig tot moes. Boven de wieg van Ambrosius hing een zwerm bijen. Ze gingen niet, zoals de twee slangen bij Herakles, tot de aanval over, maar duidden een voorteken aan: het honingzoete redenaarstalent van de grote kerkvader, zoals een levensbeschrijving van Ambrosius, die in de oudheid zeer gerespekteerd werd. Sterker nog: De kerkvader Augustinus droeg de schrijver van Ambrosius’ biografie, Paulinus van Milaan, persoonlijk op Ambrosius’ leven tot in detail te beschrijven.

McLynn, Ambrose of Milan. Bron Transparant

McLynn, Ambrose of Milan. Bron Transparant

En dit geschiedde. Na een lange stilte heeft McLynn gepoogd hetzelfde te doen, maar dan volgens de huidige maatstaven. Of men deze poging geslaagd moet noemen kunt u misschien het best beoordelen aan de hand van het boek zelf. Hier slechts een impressie van een interessant boek over het eind van de vierde eeuw, waarin Ambrosius uiteraard het gespreksonderwerp vormt.

De opmaat van het McLynn’s studie wordt gevormd door de benoeming van Ambrosius tot bisschop. Toen Ambrosius in zijn funktie als consularis maar Milaan kwam om de aldaar verhitte gemoederen tot rust moest brengen, deed hij dit kennelijk zo overtuigend dat het hele kerkvolk en masse uitriep: ‘Ambrosius, episcopus, Ambrosius episcopus!’, wat zoveel zeggen wil als: ‘Ambrosius, wij willen je graag als bisschop hebben.’

Interessant is het daarbij om eens te kijken naar de samenstelling van dit kerkvolk. Was dit één grote groep, die onderling aan het kissebissen was, of was dit een vergaarbak van alle mogelijke splintergroeperingen? McLynn gebruikt deze vraag als een pretentieuze binnenkomer. Naar zijn gevoel is er sprake van twee groepen, een kleine orthodoxe groep, die ongeveer 20 jaar afzonderlijk bijeenkwam, en een grote niet-extremistische hoofdgroep van katholieke gelovigen. Bij het overlijden van bisschop Auxentius, Ambrosius’ voorganger, kwamen de tegenstellingen tussen beide groepen scherp naar voren. Auxentius was altijd bisschop geweest van de niet-extremistische hoofdgroep, die als zodanig niet de grootste problemen had.

Het probleem wordt vol gens McLynn vooral gevonnd door de kleine orthodoxe groepering, die zich door twintig jaar zelfverkozen ballingschap buiten het spel geplaatst voelde. Zij wilden nu eindelijk ook een bisschop die bij hun ligging aansloot. Ambrosius paste – wonderlijk genoeg – precies in het profiel dat beide groeperingen voor ogen stond. Hoewel hij in het begin hevig tegensputterde, werd hij uiteindelijk door de verschillende partijen overtuigd van de noodzaak om bisschop te worden. Beslissend was tenslotte het besluit van keizer Valentinianus om Ambrosius in het ambt van bisschop te accepteren. De vasthoudendheid waarmee McLynn de beschikbare documenten over Ambrosius’ bisschopskeuze in zijn verhaal betrekt dwingt bij mij veel respekt af.

Basiliek van St. Ambrosius, Milaan Door een minutieus afwegen van de bronnen, weet McLynn meer dan eens tot verrassende visies te komen. Als lezer heeft men het gevoel te mogen meerijden op de wagen van de wetenschap. Een opmerking die ik daarbij echter wel moet maken is dat deze ‘wetenschapskar’ nogal eens van de hoofdroute afwijkt. Een voorbeeld: Het kerkvolk van Milaan roept naar Ambrosius dat zijn zonde op hun hoofd mag komen. Voor McLynn betekent dit dat Ambrosius er in de dagelijkse praktijk lustig op los martelde en – zoals dat in zijn tijd gewoon was – bij het gerechtelijk onderzoek behorend bij zijn funktie niet al te zachtzinnig te werk ging. De antieke biograaf van Ambrosius beweert het tegenovergestelde van McLynn. Volgens McLynn moet deze auteur van het verhaal van de zwerm bijen boven Ambrosius’ wieg er gewoon naast zitten. Hij geeft deze veronderstelling de status van een conclusie.
Ambrosius’ identiteit

Naast deze kritische kanttekeningen is er een ernstiger tekort: voor wie meer wil weten over de achtergrond van het verhaal blijven veel vragen onbeantwoord. Een vraag die direkt bij de lezer opkomt is waarom McLynn relatief weinig egodocumenten van Ambrosius gebruikt heeft en waarom hij bepaalde gegevens niet veel meer in het kader van de tijd plaatst waarin Ambrosius leefde. Storender is echter dat McLynn erg selectief te werk gaat in zijn weergave van de feiten. Het lijkt wel of Ambrosius helemaal geen christelijke identiteit gehad heeft en alleen een handig politicus was, terwijl hij tientallen jaren bisschop was.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 07 (1996) No 1