‘Kinderen moeten op vergelding kunnen rekenen’: Straf in opvoedingsadviezen 1945-1999

Een verbod op de ‘pedagogische tik’ hangt al een paar jaar in de lucht. De dood van zo’n vijftig kinderen in Nederland per jaar door mishandeling, geeft de discussie over een juridisch verbod op gebruik van geweld in de opvoeding een zwaarmoedige toon. Tegenover het argument van de huis-, tuin- en keukenopvoeder dat zijn vader hem ook altijd sloeg en hij er niks aan over heeft gehouden, stellen bestrijders van kindermishandehng dat in landen waar het verbod geldt, het aantal meldingen van kindermishandeling afgenomen is. Andere discussianten brengen in dat voor het redden van die vijftig kinderen zo’n verbod niet voldoet. Onderzoek naar de opvattingen van opvoedings- deskundigen brengt een trend aan het licht: in de tweede helft van de twintigste eeuw is de acceptatie van slaan als straf onder hen afgenomen. In dit artikel wordt deze ontwikkeling in het naoorlogse opvoedingsadvies belicht. Aanleiding om de stap naar een juridisch verbod te zetten, leken de meeste deskundigen anno 1999 nog niet te hebben. Een kleine, maar overtuigde greep christelijke opvoedingsdeskundigen die lijfstraf in de opvoeding sanctioneerde of nodig vond, zou die aanleiding misschien wel kunnen bieden.

Straffen moet, het is niet anders. De opvatting die professor J.H. Gunning Wzn. verwoordde in zijn brochure Straffen? Hoe niet? uit 1939, werd vanaf 1960 in het boek Moeilijke kinderen onder de aandacht van ouders gebracht. Net als ziekten en ongevallen helaas bij het leven hoorden en er dus gedokterd moest worden, zo hoorde ook de onvolmaaktheid van kinderen bij het leven en kwam er bij de opvoeding dus straf te pas, aldus de pedagoog. Bovendien: had men te maken met volmaakte kinderen dan zou de hele opvoeding als zodanig overbodig zijn. Men kon dan gerust het kind ‘aan zijn eigen goede natuur overlaten’, het zou vanzelf een ‘aanbevelenswaardig’ mens worden. ‘Maar dat is een leer’, zo vond Gunning, ‘die men niet met diepzinnige argumenten hoeft te bestrijden omdat de feiten zelf al duidelijk genoeg spreken.’ Opvoeding zonder straf kon dus niet bestaan. Moeilijke kinderen, het boek waarin Gunning in de jaren zestig postuum opnieuw aan het woord kwam, is een van de opvoedingsboeken die ik heb bestudeerd in een onderzoek naar naoorlogse opvoedingsadviezen voor Nederlandse ouders. De meest verkochte opvoedingsboeken – ruim honderd – uit de periode 1945 tot 1999 zijn geanalyseerd. Bijna alle deskundigen stelden straf aan de orde. Maar ze lijken geen plezier in het onderwerp te hebben. In de opvoeding moesten ‘liefde en leiding’ centraal staan. Straf zagen de opvoedingsvoorlichters vooral als een lapmiddel in een opvoeding waarin het leidinggeven aan kinderen niet op een positievere manier lukte. Gunnings gedecideerdheid was na 1945 niet zo gangbaar als daarvoor…

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 16 (2005) No 1