Eerherstel voor de plantage: de Westerse landbouw in de vooroorlogse Indische economie

Eric Williams, een belangrijk historicus en schrijver en na de onafhankelijkheid de eerste president van Trinidad schreef in 1944: ‘Tremendous wealth was produced from an unstable economy based on a single crop, which combined the vices of feudalism and capitalism with the virtues of “neither”.’

Theepluksters in Indië. Beeld Tropenmuseum

Theepluksters in Indië. Bron Tropenmuseum

Met de single crop bedoelde hij de suikerrietcultuur, die de slechtste kenmerken van twee systemen zou combineren. In dit artikel wil ik de reputatie redden van de plantage zoals die gebruikt werd voor de suikerrietcultuur. Door een langetermijnperspectief te kiezen en plantagesystemen in verschillende delen van de wereld met elkaar te vergelijken wil ik de stelling onderbouwen dat een negatief oordeel over de plantae niet altijd gerechtvaardigd is en dat de vooroorlogse Indische vorm ook positieve gevolgen heeft gehad.

De wieg en de weg van de suikerrietcultuur

Hoewel algemeen wordt aangenomen dat de bakermat van het suikerriet vele eeuwen geleden op het eiland Nieuw-Guinea stond, wordt er pas voor het eerst officieel melding van gemaakt in 327 vóór Christus. In dat jaar rapporteerde generaal Niarchus aan Alexander de Grote dat hij tijdens een krijgstocht in Voor-Indië een rietsoort had ontdekt ‘die honing voortbrengt, zonder de hulp van bijen en waarvan een bedwelmende drank gemaakt kan worden, hoewel de plant geen vruchten voortbrengt.’

De Arabieren brachten tijdens hun veroveringstochten het suikerriet van de vruchtbare vlakte van de Euphraat en Tigxisnaar naar de gebieden rond de Middellandse Zee, van Egypte tot Marokko en van Cyprus tot Spanje. De suikerrietcultuur volgde de Koran. Eeuwen later brachten de Kruisridders zuchra mee van hun krijgstochten. In Venetië bestond in die tijd al een suikermarkt, maar in Spanje en Portugal sloeg de suikercultuur het best aan. Omdat de klimaatsomstandigheden hier niet ideaal waren, namen omstreeks 1450 de Spanjaarden de Kaap-Verdische eilanden in bezit en de Portugezen Madeira en de Azoren om daar de suikerrietcultuur met meer succes te bedrijven.

Columbus bracht in 1493 – op zijn tweede reis naar Amerika – rietstengels mee naar Hispaniola (de tegenwoordige Dominicaanse Republiek). Daarmee legde hij de kiem van het plantagesysteem dat grote staatkundige, demografische en economische gevolgen zou krijgen in het westelijke halfrond. De dikwijls erbarmelijke arbeidsomstandigheden in dit werelddeel hebben er toe geleid dat de suikerrietcultuur een synoniem is geworden voor slavernij, uitbuiting en koloniaal machtsmisbruik.

Het plantagesysteem in West-Indië en Latijns-Amerika

Indiërs, Perzen en Arabieren en de bewoners van de Euphraat-delta maakten al gebruik van onvrije arbeid om suikerriet te verbouwen. Dit gewas leverde het meest profijt op als gebruik werd gemaakt van het plantagesysteem, een grootschalige en gecentraliseerde verbouw van gewassen door arbeiders – dus geen zelfstandige boeren – en verwerking in een centrale fabriek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld koffie, cacao en tabak vraagt suikerriet om een snelle verwerking na het oogsten, omdat anders veel suiker in het net verloren gaat. Bovendien is het verwerkingsprocédé energieverslindend en veel ingewikkelder dan bij andere cultures.

Een tabaksplantage in Nederlands-Indië. Bron Geheugen van Nederland

Een tabaksplantage in Nederlands-Indië. Bron Geheugen van Nederland

Het aanvankelijk ambachtelijke fabrieksprocédé werd in de loop der eeuwen steeds meer geïndustrialiseerd. Suikerfabrieken zijn in de plantagewereld tegenwoordig de meest kapitaalintensieve bedrijven. Ook de bijprodukten – melasse –, die gebruikt wordt voor alcoholfabricage, en de bladresten – bagasse – die geschikt is als energiebron en als grondstof voor papier, spaanplaten en kunststoffen, maken het produktieproces complex.

De groei van het suikerriet kent een kritisch punt, waarbij het riet een optimaal suiker-gehalte bereikt. Dan moet het riet snel geoogst, vervoerd en verwerkt worden. Naarmate de plantages in omvang toenamen, om in de groeiende behoefte aan suiker in Europa te voldoen, vereiste de cyclus van planten, opkweken, oogsten en afvoeren van het riet naar de fabriek een geïntegreerd beheerssysteem, dat strenge eisen stelde aan de discipline van de opzichters en arbeiders op de plantage. De oorspronkelijke bewoners van de Nieuwe Wereld – de Indianen – wensten zich niet aan de strenge arbeidsdiscipline te onderwerpen. Hun plaats werd ingenomen door slaven uit Afrika, De koloniale mogendheden, Spanje, Portugal, Engeland, Frankrijk en Nederland vonden in het plantagesysteem een goede mogelijkheid produkten te verhandelen en winst te maken. Daarnaast bood het echter de mogelijkheid hun koloniën te bevolken en daardoor als bezit veilig te stellen. De voor deze cultuur benodigde gronden werden door de conquistadores zonder pardon in beslag genomen. Suiker verdrong tabak als het belangrijkste handelsprodukt van de Nieuwe Wereld. Het had een hogere toegevoegde waarde en bezat een veel grotere, meer elastische afzetmogelijkheid.

Download het complete artikel (pdf)

Jaargang 10 (1999) No 3 – themanummer Ethiek van het kolonialisme