Verslag VCH-jaarvergadering: Hartenbloed over hoogmoedige waarheidsclaim

Geschiedschrijvers zijn op zoek naar de waarheid, maar de waarheidsclaim maakt onder historici veel kritische tongen los. Gespreksleider Ton van der Schans wilde tijdens de laatste VCH-jaarvergadering “hartenbloed” zien vloeien in het “gevecht van de geest” tussen de inleiders dr. Albert van der Zeijden, prof.dr. P.B.M. Blaas en prof. dr. A.Th. van Deursen. De jaarvergadering over ‘religie en nationale identiteit’ bewoog zich rond het proefschrift van Van der Zeijden over de negentiende eeuwse katholieke arts en geschiedschrijver Nuyens, dat vorig jaar het licht zag.

Nadenken over nationale identiteit is in. Vaak wordt bij de zoektocht naar de bakermat van die identiteit verwezen naar de totstandkoming van de Nederlandse natiestaat in de negentiende eeuw. Het nationalisme dat toen opkwam zou die natiestaat als het ware hebben ‘uitgevonden’. Voor het uitzoeken van wat nu precies de identiteit van die nieuwe natie was, werd het antwoord gezocht in de geschiedenis. ‘De eenheid van de Nederlandse natie zou liggen in het gezamenlijke verhaal dat over “Nederland” te vertellen viel’, vertelde Van der Zeijden in zijn lezing. ‘Blaas heeft in dit verband gewezen op een interessante ontwikkeling in de historiografie. Het komt er op neer dat ook in de geschiedverhalen over de Nederlanden meervoud werd vervangen door enkelvoud.’

De katholieke geschiedschrijver Nuyens (of Nuijens). Bron Westfries Archief

De katholieke geschiedschrijver Nuyens (of Nuijens). Bron Westfries Archief

Historici van allerlei richting deden mee aan die zoektocht naar het grote verhaal over het ontstaan van de Nederlandse natie. Ook de katholieke arts Nuyens. Dat deed hij onder andere in het meerdelig werk over De geschiedenis van de Nederlandsche beroerten en het eveneens meerdelige Algemene geschiedenis des Nederlandschen volks.

Nuyens

Een van de belangrijkste motieven in Nuyens’ werk is het betoog dat de identiteit van de Nederlandse natie zéker niet alleen maar protestants was. De Opstand tegen Spanje werd vaak gezien als geboorteuur van die natie. ‘Het is pas in de negentiende eeuw dat religie en geschiedenis een machtig bondgenootschap aangingen, als samenbindend symbool voor het hele vaderland’, legde Van der Zeijden uit. ‘ln de periode ervoor was die samenhang helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het calvinisme was misschien een publieke religie, maar daarmee nog geen nationale religie. Voor het zover kon komen, moest het protestantisme eerst van zijn scherpe kantjes ontdaan worden. Het moest een soort nationaal protestantisme worden, dat voor (bijna) iedereen aanvaardbaar was als nationaal identificatiepunt. In de geschied- schrijving was het Robert Fruin die een dergelijke nationaalprotestante invulling aan de geschiedenis gaf. Want, vergis u niet: Fruin staat weliswaar te boek als de grote liberale geschiedschrijver. Maar met net zo veel recht zou je hem een protestante geschiedschrijver kunnen noemen. Fruin was een gelovig chnsten, niet minder gelovig dan een Groen van Prinsterer of een Nuyens.’

Gedenkplaat voor Nuyens – onhuld in 1898

Ook Nuyens ging die kant op. In zijn hoofdwerk, Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de zestiende eeuw, behandelde hij juist dat onderdeel dat als geboorteuur van Nederland werd be- schouwd. Van der Zeijden: ‘Als de katholieken er werkelijk bij wilden horen, dan moest dit beeld van de Nederlandse geschiedenis worden afgebroken.’ Het was de doelstelling van zijn boek.

Dat beeld was onder ander ontstaan door het boek van de Amerikaanse historicus John Lothrop Motley: Rise of the Dutch Republic, een in die tijd veel gelezen werk. Van der Zeijden: ‘Motley had een meeslepend epos geschreven over de strijd tussen goed en kwaad, van vrijheid en vooruitgang tegenover obscurantisme en tirannie, waarbij het katholicisme de kwade, ouderdrukkende kracht vertegenwoordigde.’

Nadat hij het beeld van Motley van Nederland als een puur protestantse natie had afgebroken, begon Nuyens zijn eigen, deels katholieke, invulling van de nationale identiteit in te vullen. Van der Zeyden: ‘In dat proces werd ook hij één van die nationale geschiedschrijvers, die de geschiedenis gebruikte om zo de Nederlandse natie inhoud en substantie te geven door bepaalde elementen uit de geschiedenis te isoleren – in samenhang ook met zijn geloof. Nuyens nieuwe interpretatie van de geschiedenis, die voor hem ook een vaderlandse geschiedenis werd, kwam vooral naar voren tijdens de herdenking van het beleg en het ontzet van Leiden, zoals dat in 1874 gevierd werd. In een brochure over het ontzet van Leiden schreef Nuyens dat hij het met de uitgangspunten van de opstandelingen niet eens kon en mocht zijn. Maar tegelijk bewonderde hij de volharding en de “oud-hollandsche deugden” van mensen als de Leidse burgemeester Van der Werf. Ook Nuyens gaf daarmee een vaderlandse interpretatie aan de geschiedenis van de Nederlandse Opstand.’

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 14 (2003) No 2