Tegen de revolutie het Evangelie, de visie van de SGP op christelijke politiek

Is confessionele politiek nog wel van deze tijd? Deze vraag raakt het bestaansrecht van de SGP. De partij is in 1918 namelijk opgericht om, zoals in artikel 2 van het Beginselprogram is vastgelegd, ‘de beginselen van Gods Woord op Staatkundig terrein tot meerdere erkenning te brengen’. We leven in een seculiere samenleving waar nauwelijks of geen draagvlak is voor standpunten die gebaseerd zijn op het christelijk geloof. Argumenten die aan de Bijbel zijn ontleend leggen geen gewicht in de schaal. De ontkerstening heeft ertoe geleid dat voor velen geloof niet meer is dan een privéaangelegenheid. Een beroep op bijbelse waarden en normen is daardoor op voorhand een moeilijke zaak geworden. Heeft het dan nog wel zin om christelijke politiek te bedrijven?

Christelijke politiek als opdracht

Het is niet vanzelfsprekend dat christenen deelnemen aan de politiek. In de tijd van de Vroege Kerk (0-313) waren christenen niet of nauwelijks politiek actief. Uit deze feitelijke constatering mag echter niet de conclusie worden getrokken dat christenen van die tijd geen oog hadden voor de publieke zaak. De omstandigheden van die tijd kunnen een belangrijke verklaring vormen voor hun afzijdigheid van de politiek. In de eerste drie eeuwen na Christus was het christendom een illegale godsdienst. Pas in 313 werd in het Edict van Milaan vastgelegd dat christenen vrijheid van godsdienst kregen. Daarbij komt dat politieke functies in die tijd nauw waren verbonden aan de afgodendienst. Van de politieke elite werd verwacht dat ze deelnamen aan de offerdienst en de keizerverering. Voor christenen was het vanwege hun geloofsovertuiging onmogelijk hieraan deel te nemen. Een derde verklaring is dat het aantal christenen dat behoorde tot de sociale bovenlaag van de samenleving vooral in de eerste decennia na Christus klein was. De maatschappelijke betrokkenheid van de christenen in die tijd kwam dus niet tot uitdrukking in het dragen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Op andere terreinen was de gerichtheid van de eerste christenen op de samenleving echter volop zichtbaar. Een voorbeeld daarvan is de zorg voor de naaste. De christenen wisten door hun hulpvaardigheid die in het bijzonder in tijden van rampen tot uitdrukking kwam het respect van stadsbestuurders te verdienen.

Twintigste eeuw

Nu maken we een grote sprong in de tijd naar het begin van de twintigste eeuw. De eerste politieke partijen werden opgericht aan het eind van de negentiende eeuw. Veel christenen hielden zich echter nog afzijdig van de politiek. Degene die wel actief waren stemden op de ARP of zelfs op de liberalen. Na de grondwetswijziging van 1917 vonden verkiezingen plaats volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Hierdoor werd het voor kleine groepen in de samenleving mogelijk om deel te nemen aan de politiek. Ds. G.H. Kersten greep deze mogelijkheid aan en was de organiserende kracht achter de oprichting van de SGP. Deze predikant zag veel lijdelijkheid in zijn kringen en vond dat hieraan een eind moest komen. Christenen moeten zich niet uit de wereld terugtrekken. Dat veel christenen niet politiek actief waren, was in zijn ogen een grote schuld. In De Banier verwoordde hij het zo: “Doordat wij niet deden wat wij geroepen waren te doen, daardoor desorganiseerden maatschappij en Staat en kreeg de wereld de overhand (…).” Christelijke politiek zag hij als een heilige roeping en opdracht.

Christelijke politiek is in de eerste plaats dienst aan God, de Schepper van hemel en aarde. Christenen belijden dat God de hemel en de aarde geschapen heeft. De Heere heeft de mens de opdracht gegeven Zijn schepping te bouwen en te bewaren. Deze opdracht is ook begrepen in het bijbelse begrip rentmeesterschap. Rentmeester is een vertaling van het Griekse woord oikonomos. Het betekent: de bestuurder van het huis en de huishouding in ondergeschiktheid aan de eigenaar. De mens heeft dus de opdracht namens God de aarde te besturen, beheren en bewaren. Door maatschappelijk actief te zijn, zijn christenen dienstbaar aan God, aan de medemens en aan de hele samenleving. Dit is een bijbelse plicht.

De scheppingsopdracht van de mens heeft ook betrekking op de politiek. De overheid is een Goddelijke instelling. Om ervoor te zorgen dat er een geordende burgerlijke samenleving mogelijk is, heeft de Heere het overheidsambt ingesteld. In de politiek worden besluiten genomen die de samenleving beogen te ordenen. Deze ambten moeten vervuld worden door mensen. Christenen worden ook daar geroepen politieke verantwoordelijkheid te dragen. Als politicus hebben zij de boodschap uit te dragen dat het alle mensen betaamt God te vrezen en Zijn geboden te onderhouden. God heeft als Schepper recht op alle mensen. Gods geboden zijn heilzaam voor onze samenleving. Ze bieden perspectief. In het onderhouden van Gods geboden ligt immers grote loon. De bijbelse geboden gelden ook voor de overheid in de uitoefening van hun ambt. Om te kunnen beoordelen wat goed of kwaad is, moeten overheden niet hun oor te luister leggen bij mensen, maar bij het Woord van God. Het overheidsbeleid dient bijbels genormeerd te zijn. De opdracht tot christelijke politiek is niet gebonden aan tijd of plaats. De mogelijkheden die er zijn om christelijke politiek te bedrijven dienen zoveel mogelijk te worden benut. Naarmate het seculiere denken in een samenleving sterker aanwezig is, wordt de urgentie van christelijke politiek groter. Secularisatie als politiek streven, is ten diepste immers revolutie tegen God. Tegenover de revolutie hebben christen-politici het Evangelie te stellen.

Het volledige artikel, met voetnoten, vindt u in Transparant 20.3

Personalia

Drs. Johan van Berkum is werkzaam bij het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP. Hij studeerde Bestuurskunde aan de Universiteit Twente en volgt nu de studie Nederlands Recht aan de Open Universiteit. Hij publiceerde over diverse politieke thema’s zoals: de betekenis van de Vroege Kerk voor christenen in de 21e eeuw, grondrechten, mobiliteit en de zorg voor zwakken in de samenleving.

Jaargang 20 (2009) No 3 – themanummer confessionele politiek