Schomberg en de hugenotensoldaten: “Voorwaarts, vrienden, verzamel je moed en wrok: daar zijn uw vervolgers!”

In 1685 herriep Lodewijk XIV van Frankrijk het Edict van Nantes, dat de vrijheid van godsdienstuitoefening sinds 1598 aan Franse protestanten had gegarandeerd. Dit artikel richt zich op de reactie van Hugenootse soldaten die dienst deden in het Franse leger, maar die zich na deze manoeuvre van de koning gedwongen zagen uit te wijken naar het buitenland. Uiteindelijk namen velen van hen dienst in het leger van stadhouder-koning Willem III. De bekendste onder hen was wel Frederick Herman von Schomberg, maarschalk in het Franse leger.

Het jaar 1685 was cruciaal voor de Franse protestanten. De Hugenoten werden toen gedwongen te kiezen tussen hun geloof en hun land, hun geweten en hun vorst. Maar de vervolging van Hugenoten begon niet in 1685. De herroeping van het Edict van Nantes vormde de laatste in een serie aanvallen van de Franse kroon op de rechten en privileges van de kleine protestantse gemeenschap in Frankrijk. Al vanaf het begin van de regering van Lodewijk XIV in 1661 nam de druk op de Hugenotengemeenschappen toe. Het recht op godsdienstuitoefening van de Hugenoten kwam juridisch voortdurend onder druk te staan.
Dit proces kwam in een stroomversnelling na de Vrede van Nijmegen in 1678, die een einde maakte aan de Frans-Nederlandse oorlog. Daardoor kreeg Lodewijk XIV de kans zich met meer aandacht op binnenlandse zaken te richten. Ironisch genoeg had de beroemde protestant maarschalk Schomberg door zijn competente leiderschap over het Franse leger veel bijgedragen aan de totstandkoming van deze situatie. Hoewel Lodewijk XIV zich vanaf 1678 strikt genomen hield aan het Edict van Nantes, spoorde hij wel zijn protestantse onderdanen aan zich te bekeren.

Vlucht van de Hugenoten

De reactie van de soldaten op de herroeping van het Edict van Nantes was gemengd. Veel vooraan- staande protestantse edelen bekeerden zich bijna onmiddellijk. Hun beweegredenen zijn echter begrij- pelijk, omdat ze diepgaand geindoctrineerd waren in de cultus van bewondering voor hun koning. Daardoor hadden ze geen middelen meer om zijn directe bevelen te weerstaan, hoewel ze nooit overtuigd katholiek werden. Veel lagere edelen daarentegen, in het bijzonder in de protestantse regio’s in het noorden (Normandië) en zuiden (Languedoc), verzetten zich heftig tegen bekering, en verkozen vluchten boven het wonen in een geheel katholiek land.

Ten tijde van deze onzekere en onderdrukkende situatie hadden de Hugenoten nauwelijks leiders, maar twee mannen hadden genoeg invloed en vertrouwen om de koning een petitie aan te bieden ten behoeve van de Hugenoten, namelijk de markies De Ruvigny en maarschalk Schomberg. Frederick Herman von Schomberg was een overtuigde protestant die zich lang had verzet tegen de pogingen van de Franse autoriteiten om hem te bekeren, en hij was begrijpelijkerwijs woedend dat zijn geloof verbannen werd uit het land waar hij zich gevestigd had? Hij was een geboren Duitser en genaturaliseerd Fransman, een calvinist en maarschalk in het Franse leger?

Download het complete artikel (Pdf)

Jaargang 16 (2005) No 2 – themanummer hugenoten